Twee keer afscheid nemen
Een maand verschil
(geplaatst op 27.06.2026)
Eén keer tijdens de uitvaart.
Eén keer tijdens de verstrooiing van de as.
De eerste keer in besloten kring.
De tweede keer met z’n tweeën.
Twee keer Westerveld.
Twee keer mooi weer.
De eerste keer binnen: met toespraak, met pianomuziek.
De tweede keer buiten: zonder woorden, met vogelgeluiden.
De eerste keer (ietwat) beladen.
De tweede keer (meer) ongedwongen.
Twee keer verdriet.
Twee keer een ander gevoel.
Hij doet het niet!
Onbewogen
(geplaatst op 13.06.2026)
Voordat ik om hulp bel, heb ik al een zeker stressniveau bereikt. Ik begrijp de vragen die aan de andere kant van de lijn worden gesteld. Zit de stekker in het stopcontact? Heb je alle updates geïnstalleerd?
Zo begrijp ik ook de vragen die gesteld worden, nadat ik met verhoogde hartslag en een trillende vinger het alarmnummer heb ingetoetst. Voor mijn gevoel zijn het zakelijke vragen. Ademt hij vrij uit? Gebruikt hij medicijnen? Ik probeer duidelijk informatie te geven en tevens kalm te blijven. Maar ook bij het onwel worden van mijn vader wil ik door de telefoon roepen: Hij doet het niet!
Huisvredebreuk
Privacy
(geplaatst op 30.05.2026)
Ik loop door het appartement waar niemand meer woont. De koelkast nog gevuld. Ik wind de klok op, geef de planten water. Ik open kasten en lades. Voorwerpen gaan door mijn handen. Functionele spullen, gekoesterde spullen, spullen met een verhaal. Kleding, boeken, documenten, foto’s. Ik heb het gevoel dat ik zijn privacy schend.
Gelukkig
Woorden
(geplaatst op 16.05.2026)
Ik wil schrijven dat ik gelukkig ben.
Episch, lyrisch, meeslepend.
Ik breek mijn hoofd over pakkende zinnen,
kan de woorden niet vinden.
Ik ben gelukkig. Ik ben gelukkig. Ik ben geïrriteerd.
Verdomme. Het lukt niet.
Een tekst die exact mijn gevoel uitdrukt.
Na een uur peinzen zie ik het licht.
Mijn pen gaat over het papier en schrijft:
ik ben gelukkig.
Een afgesloten ruimte
Besluit
(geplaatst op 02.05.2026)
Hoe ben ik hier terechtgekomen? Lot of zelfbeschikking? Een kamer zonder uitweg. Een kamer zonder uitzicht. Is dit nodig voor de volgende stap? Geen afleiding, geen excuus. De afgesloten ruimte beperkt de mogelijkheden niet. De muren bepalen wel de bewegingsruimte. De benauwdheid neemt toe, zo ook de urgentie. Wat als wel en wat als niet? Alles heeft consequenties. Ook niets doen. Is dat de volgende fase? Het loslaten van de gewaande regie. De weg ligt er al. De route onbekend. Klaar voor de eerstvolgende stap. Nu nog naar buiten zien te komen.
Krokodillentranen
Aandenken
(geplaatst op 18.04.2026)
De nummers vatten een leven samen. Ik ken ze stuk voor stuk. De zangers. Vooroverleden. Het zegt iets over de lengte van het leven van degene die daar ligt. De voorbijschietende foto’s zijn er om de beeldvorming te ondersteunen. Op zes daarvan herken ik mezelf. Binnen enkele minuten zie ik mezelf ouder worden. Met mij kijken hooguit dertig mensen. En daarvan, is een aantal gedreven door schuldgevoel. De aula voor nog geen kwart gevuld. De wereld om hem heen is steeds kleiner geworden. Ik neem mezelf voor om volgend weekend een draaiboek te maken. Te beginnen met de nummers die ik wil laten horen. En een kort lijstje met namen van personen die niet welkom zijn.
Stoïcijn
Levenswijze
(geplaatst op 04.04.2026)
Ik zou graag Stoïcijn willen zijn. Denk ik, liggend in bed.
Maar het overdreven felle licht van de volle maan, maakt dat onmogelijk.
Expertise
Komt te voet en gaat te paard
(geplaatst op 21.03.2026)
Jarenlange studie en bijna evenzoveel jaren werkzaam bij dit instituut van naam. Eindelijk is het zover. Daarvoor moest wel eerst zijn oudere collega overlijden. Die met het alleenrecht op het geven van interviews. En hoewel zijn vreugde gedeeld wordt, zijn de gedachten even bij de collega die er niet meer is. Even. Stilstaan bij de nabestaanden die er niet zijn, heeft geen zin.
Hij mag zijn expertise verwoorden bij een item van het journaal. Jammer genoeg niet op locatie. Hij zou graag eens voor een tafereel staan waar ME’ers te paard een plein schoonvegen. Als hij zo dadelijk niet faalt, komt die kans vast nog wel een keer. De wereld staat altijd wel ergens in brand. Ook in Nederland.
Hij zit achter zijn bureau, de camera van zijn laptop aan. Zorgvuldig kiest hij positie, een minuut voor het afgesproken tijdstip. Hij kijkt nog even achter zich. Een rijk gevulde boekenkast, stemt hem tevreden. Plotseling realiseert hij zich, dat wat op de middelste plank staat misschien achteraf weggeschreven kan worden als een jeugdherinnering, zeker zal afleiden van zijn geleerde boodschap voor de kijker. Hij springt op en veegt in een armbeweging de hele plank schoon. De zorgvuldig verzamelde reeks boeken, tot aan de dag van vandaag bijgehouden, ligt op de grond. Er wordt gebeld, het scherm knippert. Hij voelt dat zijn wangen sterk doorbloed zijn. Voordat hij de verbinding accepteert ademt hij diep in en uit. En hij probeert uit alle macht, niet te denken aan de Donald Duck pockets.
Het zit 'm in de naam
Geloof
(geplaatst op 07.03.2026)
Net ouder geworden, vertellen ze me dat naast de opvoeding, de naam die het kind draagt, bepalend is voor het levensgeluk. Enigszins aandoenlijk, aan de andere kant wellicht naïef. De gedachte van een kneedbaar leven. Ik begrijp dat Adolf niet in aanmerking komt. Ze zoeken en vinden een zachtaardige naam voor hun zoon, eentje zonder negatieve associatie: Benny. Het is een afkorting van Benedictus, een naam die ‘gezegend’ betekent. De rest is aan hen. Zij gaan hun zoon vrijdenkend opvoeden. Met uiteraard ruimte voor gevoel. Zeggen ze. Ik ben nu al benieuwd naar zijn puberjaren. En als die gladjes verlopen, hoop ik dat er nooit een verwoestende storm naar hem wordt vernoemd.
Een niet afgetimmerde boot
De schoonheid van het leven
(geplaatst op 21.02.2026)
Tuurlijk het weer is goed. Op dit moment. Van de voorspelling heb ik geen weet.
20 pax staat op een bordje, dat ik tegenkom na de wiebelige loopplank. Ik begin direct de aanwezigen te tellen. Ik kom op 29.
De drijvende constructie is van staal. Dat zie ik aan de roestvorming. De stuurhut kent geen ramen. Spaanplaat is ruimschoots aanwezig. Een lik verf van een vrolijke, of het liefst geruststellende kleur ontbreekt. De ruimte voor de passagiers is open. Wel is er een afdak dat balanceert op een aluminium frame. Als ik mijn hoofd op mijn schouder leg, kan ik daar staan. Om de deining te trotseren ga ik zitten. Ik kijk schichtig om me heen. Ik ben de enige. De rest van de passagiers maakt het zich gemakkelijk.
Ik stel vast dat er 5 bemanningsleden zijn. Nogal veel voor zo’n kleine boot. Of dienen de lege bakolieblikken, die langs de reling staan, om te hozen? En hebben we daar iedereen aan boord voor nodig?
Er is nog een kleur die ontbreekt. Het oranje van de reddingsvesten. Wie is ook alweer de god van het weer? Zeus toch? Misschien kan ik me tot hem richten. In tegenstelling tot de bemanning zal hij mij verstaan. Het is alleen afwachten of hij mij ook verhoort. Ik had thuis kunnen blijven… Nee, nu word ik in ieder geval herinnerd aan de schoonheid van het leven.
Blote benen minus twee
Nevel
(geplaatst op 07.02.2026)
Dat is er een van KiKa, denk ik. Hartje winter. Ik zie een jongen in short over straat gaan. Petje af. Ik doe het hem niet na. Of toch, een heel klein beetje? Voor anderhalf uur op zondagochtend. In de vrieskou met blote benen. Zonder sponsorgeld op te halen. Om een hobby te beoefenen met 21 soortgenoten. Nou ja, minus de keepers. Die hebben een trainingsbroek aan. Ik beweeg houterig over broos gras, dat knispert onder de noppen van mijn schoenen. Elke verkeerde balaanname is te wijten aan de ondergrond. Naarmate de wedstijd vordert wasemt mijn lichaam wolkjes. De bewegingen worden iets soepeler. Het balcontact blijft dramatisch. De gedachte aan een warme douche is constant aanwezig.
Beter dan lezen over verre oorden
Gaan!
(geplaatst op 24.01.2026)
Lezen over het land dat ik wil ontdekken. Geschiedenis, fictie. Romans, reisverslagen. Een vorm van escapisme. Het alledaagse ontvluchten. Met mijn alledaagse is overigens niks mis mee. Toch heb ik altijd het gevoel gehad dat er meer is. Niet een ontevreden gevoel. Nee, een aangename tinteling. Aangewakkerd door dagdromen. Het zou fantastisch zijn om daar eens naar toe te gaan. Om daar over die markt te lopen, die berg te beklimmen, die rivier te bevaren.
Alles wat ik lees, een cocktail aan informatie. Brandstof voor mijmeren. Van fantasie naar iets wat zou kunnen. Een realistisch droombeeld, met vliegtickets en globaal reisplan. En een prijskaart. Een droom als deze verwezenlijken, kost geld. Reizen is een luxe, ook wanneer ik daar ter plekke kies voor een hostel zonder sterren. Ik zet er geld voor opzij. Ik kies niet voor verbouwen, of vaker van keuken wisselen. Geen gouden kranen in mijn woning.
Het plan wordt steeds concreter. Ik schaf het vliegticket aan. Negen maanden voor de datum van vertrek. Een euforisch moment achter de laptop. Verder met lezen. Verder verdiepen in de cultuur. Woorden leren die van pas kunnen komen. Kant-en-klare zinnen. In gedachten pak ik mijn rugzak al in. Uiteindelijk zal ik daar zijn. De geleefde ervaring die rijker zal zijn dan de abstracte gedachte.
Autocorrectie
Empathie
(geplaatst op 10.01.2026)
Whatsapp-groep voetbalteam.
Hij meldt zich af voor de komende wedstrijd: navelstrengbreuk.
Voordat hij kan rectificeren is er al de reactie dat het tijd wordt om als vijftiger los te laten. Stoïcijns stuurt hij een bericht dat het navelbreuk is.
Een paar dagen later volgt een update.
Hij: Morgen word ik geopereerd. Mag 1 maandag niet keepen.
Reactie: Gelukkig spelen we op zondag.
Gelaatskunde
En overige kenmerken
(geplaatst op 27.12.2025)
Of we allemaal naar kantoor willen komen. Geen vraag, eigenlijk. De nieuwe directeur zal zichzelf voorstellen en dat kan natuurlijk niet zonder publiek. Ik ben benieuwd. Gaat hij de komende jaren het weer presenteren of zorgen voor verandering van het klimaat?
Vanzelfsprekend wordt hij met gepaste trots aangekondigd. Ik zie een man het podium op komen. Een kobaltblauw pak, een wit overhemd, witte sneakers. Zo weggelopen uit een commercial van een kledingmerk. Hij straalt dezelfde energie uit als de modellen die doorgaans de kleding aanprijzen. Midden in het leven, atletisch gebouwd. Hij springt over elke barrière heen. Met datzelfde maatpak aan. Geen probleem. Heldere ogen, een scherpe kaaklijn, glad geschoren. Een rimpel hier en daar duidt op ervaring. Hij heeft iets meegemaakt, iets heeft hem gevormd. Rustig, maar energiek, loopt hij over het podium. Zijn door de microfoon versterkte stem klinkt vriendelijk, warm en vastberaden. Hij lijkt oogcontact te maken met iedereen. Na afloop van zijn speech ben ik enthousiast. Ook al kan ik niet zeggen of hij de nieuwe weerman is of dat hij inzet op verandermanagement.
Een week later zie ik de directeur weer, nu op het scherm van mijn laptop. Een bijeenkomst met vele toehoorders. Iedereen is thuis. Hij zit voor een chaotisch ingedeelde boekenkast, met meer prullaria dan boeken. Uitsluitend zijn bovenlijf zichtbaar. Een vaal grijs polo, de punten van de kraag gekruld. Magere armen steken uit de korte mouwen. De gladgeschoren scherpe kaaklijn is vervangen door brede kaken met een baard van twee dagen oud. Diepliggende ogen die dof staan. Is het schaduw, of heeft hij doorlopende wenkbrauwen? Het voorhoofd gegroefd, verdriet-lijnen over zijn wangen. Dit is inderdaad iemand die iets heeft meegemaakt. Een afdwalende blik, een onzekere stem. Ik twijfel aan dat wat hij te zeggen heeft. Hoewel ook nu, mij de boodschap ontgaat.
Onder de leden
Alles is relatief
(geplaatst op 13.12.2025)
De vele posters aan de muur. De vele folders op de tafel. Er valt een hoop te lezen in de wachtkamer van de huisarts. Recht voor me, zie ik een A-4tje op de muur geplakt. Zelf geprint. Volgens de tekst op het papier is het mogelijk om te stoppen met roken. Neem daarvoor contact op, met assistente of dokter. De poster van de Helpdesk digital zorg, hangt er naast. Schuin. Uit het lood geslagen. Verder zie ik waarschuwingen en tips. Suikerziekte. Hoge bloeddruk en zout eten. Mijn kind heeft koorts. Ondersteuning bij dementie. Een (maar liefst) effectieve behandeling van de posttraumatische stressstoornis. Het lidwoord gaat ervan uit dat er slechts één is. Slaapapneu. Griepprik. Corona. De overkill aan informatie is overweldigend. De bomen, het bos. Heb ik iets onder de leden, zou ik me ergens in moeten verdiepen? Zorgen maken, of schuld gevoel hebben? Natuurlijk wist ik het wel voordat ik plaats nam in de wachtkamer. De wereld van ziekten en aandoeningen is veel groter dan mijn onwillige schouderpees. Een ongemak waar geen folder of poster aan besteed is. Met mij valt het wel mee.
Gravelweg met honden
Hard lopen
(geplaatst op 29.11.2025)
De zon is bezig op te komen en ik ren weg van de finca. Over een roodbruine gravelweg. Ik sla linksaf richting Alcuéscar. Ik hoor niet alleen het geklingel van bellen, ik zie nu ook de veroorzaker. Een kudde schapen. Elk beest met een bel om de nek. De begeleidende hond laat van zich horen. Hij is het niet gewend dat iemand uit het niets voorbij komt rennen. Het geklingel van de bellen is voor mij een rustgevend achtergrondgeluid als ik buiten voor de boerderij zit. Maar zouden die schapen niet gek worden van dat geluid zo dichtbij hun oren? Een geluid dat aan ze kleeft, niet valt af te schudden, immer daar. Zullen ze me dankbaar zijn, dat het geblaf voor even het geklingel overstemt?
Het pad kent een paar venijnige klimmetjes om vervolgens af te dalen. Bij het binnenlopen van het dorp kom ik iedere keer een oudere dame tegen die met haar ochtendritueel bezig is. Een wandeling. Het inspecteren van straat en omgeving. Na twee keer groeten we elkaar. Ik maak een lus door het dorp, door de hooggelegen straat, over het plein, stort ik de heuvel af. Wanneer ik eens een andere route door het dorp loop, ook ik houd van afwisseling, blijkt daar ineens een steile heuvel te liggen, die ik niet af, maar op moet. Noem het gerust een berg. In mum van tijd aangelegd, met huizen en al. Kortom een excuus waarom het minder goed gaat. De kaas, het bier van gisteren, hebben daar niets mee te maken. Op de terugweg nog een paar blaffende honden die met me mee rennen. Gelukkig aan de andere kant van de omheining. Een erfafscheiding zonder gaten. Ze willen me niet herkennen. Telkens blaffen ze even intens. En ik versnel altijd weer.
Met plezier was ik na afloop mijn kleding met de hand. Hangt het even later druppend aan de lijn. Wat zal ik vandaag gaan doen? Koffie zetten, een boek lezen. Straks naar het zwembad. Na het dippen, even vanaf het plateau naar de twee ezels en het paard kijken. En ik denk, wat zij denken: elke dag hetzelfde. Daar staan ze weer te grazen. Daar heb je weer die gozer die komt gluren. Het wordt een dag doorbrengen in ledigheid. Een dag om de was te zien drogen.
De weg door nergens heen
Autorijden door Extremadura
(geplaatst op 15.11.2025)
Van een afstand lijken het objecten te zijn, tegen de helling aan. Een vreemdsoortige rotsvorming. Dichterbij zie ik misschien wel honderd lichtbruine koeien in een geel verdorde wei. Ze staan bewegingloos in plukjes bij elkaar, mindful te wezen. De zon staat nog laag. Er is geen reden om in de buurt van de bomen te staan. Hoe kunnen, in zo’n droog landschap, de bladeren groen gekleurd zijn? Een paar uur later, op de terugweg is de kudde en masse gaan liggen. Alsof er een teken is gegeven. Geen enkele weigeraar.
Tachtig, mag je over de binnenwegen, die nooit helemaal vlak zijn. Door een desolaat landschap. Ik houd er van. Hier en daar een dorp. Dat betekent afremmen. Er zijn zebrapaden neergelegd die tevens dienst doen als verkeersdrempel. Een reeks van oversteekplaatsen. Soms binnen een afstand van 30 meter volgen ze elkaar op. Verhoogde en gelijkvloerse, willekeurig afgewisseld. Ik weet niet waar ik aan toe ben. Daar komt bij dat ook de hoogte kan verschillen. Af en toe is er een extra opgezwollen. Misschien ligt daar een verkeerslachtoffer. Dikke laag asfalt er overheen. Nou ja, de opzet werkt. Voor mijn gevoel rijd ik stapvoets. En dat is maar goed ook, want er is toch die ene meneer achter een rollator die schuin oversteekt tussen twee voetgangerspaden in. Er is echt geen plaats meer, voor nog een verhoogd zebrapad.
De dorpjes, soms ambitieus met een, ik denk, altijd verlaten industrieterrein. De rolluiken, ook van de huizen, dicht. Weinig mensen op straat. Een bejaarde op een bankje. Met uitzicht op de weg. Daar gebeurt nog iets. Het ziet er misschien niet overal goed onderhouden uit, het is zeker niet vervallen. Minstens één kerk met klokkentoren. Uiteraard een dorpsplein. Steevast Plaza Mayor of Plaza de España geheten. Als er ruimte is, een fontein. De straten nauw. De huizen dicht tegen elkaar aan, alsof ze beschutting zoeken. Of fluisterend de laatste roddels uitwisselen.
Zo’n provinciale weg nergens heen, door een gehucht waar zo op het eerste gezicht niets te beleven valt. Of toch? Het heeft een restaurant met de pretentieuze naam Las Vegas. Voor al uw feesten en partijen. Om even weg te dromen, zich in een andere wereld te wanen. Viva Las Vegas in het binnenland van Spanje.
Trujillo
Vol verhalen
(geplaatst op 01.11.2025)
Trujillo staat terecht op de lijst van Los pueblos más bonitos de España. Een prachtig ‘dorp’. Zeker met de opkomende zon die de zandstenen gebouwen in een warm licht zet. Ik loop door de stad te slingeren, wanneer een kerkklok niet acht keer slaat maar tig keer. Alsof de koster alvast voor elk uur van deze dag de klok luidt. Misschien is hij de rest van de dag afwezig. Hij is klaar met zijn werk, als ik Plaza Mayor op loop. Alle straatjes komen uiteindelijk op dit plein uit. De stad heeft zijn rijkdom te danken aan de Conquistadores, de veroveraars van de ‘Nieuwe Wereld’. Zo staat op het plein een groot standbeeld van Francisco Pizarro. De veroveraar van Peru. Onomstreden zit hij daar op zijn bronzen paard. Francisco de Orellana moet het doen met een buste, verder weg van het plein. Hij is de eerste Europeaan die over de Amazone voer. Het historisch centrum is een eenheid, waar kronkelende straatjes je laten verdwalen. De middeleeuwse gebouwen, de kerken, de paleizen zijn zonder schoonheidscommissie op elkaar afgestemd.
Tegen het historisch centrum aan, zie ik nogal wat huizen te koop staan. Allemaal opknappertjes. Allemaal bij dezelfde makelaar te koop. Bij elk huis hangt er namelijk een bord aan de gevel. Met de naam van het kantoor en een foto van de makelaar zelf. De naam: Pisofinca. De eerste keer zie ik Piss off Inca staan. Dat is onder invloed van Pizarro, denk ik. De foto van de eigenaar van het makelaarskantoor, laat een hoofd en het bovenste gedeelte van de torso zien. Om met het laatste te beginnen, zie ik een blauw jasje, een fuchsia overhemd met een wit-roze geblokte das. Het hoofd kent een pafferig gezicht en een terugtrekkende haarlijn. Voor het complete plaatje: de man draagt een zonnebril. Een toonbeeld van vertrouwen.
Evenzo bijzonder, bij het busstation staat, goed zichtbaar vanaf de stadsmuur, een enorm industrieel gebouw. Een betonnen constructie. Eveneens in afwezigheid van een schoonheidscommissie tot stand gekomen. Dat kan niet anders. Het lijkt zonder plan daar te zijn neergezet. Verloren. Andere industriële bebouwing ontbreekt. Zo in het oog springend, daar binnenin moet zich wel iets in het geheim afspelen. Hoe dan ook, Trujillo zit vol verhalen.
Dorpsvlijt
Onder invloed
(geplaatst op 18.10.2025)
Spanje. Extremadura. Alcuéscar, het dichtstbijzijnde dorp voor de komende drie weken. Zeker geen toeristentrekker. Wel een vriendelijk dorp gelegen tegen een heuvel. Smalle straatjes met een paar flinke kuitenbijters. De dorpskern is opgeleukt. Een buurtinitiatief, stel ik me zo voor. Geheel vrijwillig, alhoewel sociale dwang zeker een rol zal spelen, mogen de dames zich opgeven en aan de slag. Ik zeg dames, omdat ik denk dat er niet veel macho’s zich hebben aangemeld voor deze klus. Op donderdagavonden in het dorpshuis wordt er massaal kleedjes gehaakt. Ronde kleedjes in allerlei kleuren. Het is juist de bedoeling dat geen een op de ander lijkt. Uniek, zoals elke bewoner. Kleedjes ter grootte van een bescheiden salontafel. Het gehaakte werkje wordt strakgespannen door ijzerdraad. Vervolgens, hangen ze al die nijverheid als slingers dwars over de straat en het centrale plein. Geloof het of niet, het boeit me enorm. Deze man wordt er vrolijk van.
Montanchez, twintig kilometer verderop.
Er komt een feest aan. Slingers met papieren bloemen zijn over de straat gespannen. In blauwwit, geelwit, paarswit, roodwit. Soms is van de bloemen een spandoek gemaakt, compleet met tekst. Zoals Avé Maria. Juist ja, een religieus feest. En dat wordt met volledige toewijding serieus genomen. Met toewijding papieren bloemen fröbelen. Er wordt immers meegekeken. Ook van bovenaf. In saamhorigheid worden de slingers opgehangen en de balkons versierd. Er zal ongetwijfeld een mis worden gehouden, misschien zelfs een beeld door de straten gedragen. Vervolgens de kroeg, tot de staat wordt bereikt van ‘zijn’ en ‘niet meer weten’. Een dag later rest de gang naar de biechtstoel.
Boeken om te herlezen
Onwaardeerbaar
(geplaatst op 04.10.2025)
Tijd voor mezelf. Een prettig ritje met de auto, de radio aan. Ik bezoek twee kringloopwinkels. Langzaam ga ik langs de stellingen met boeken. Scan ruggen, ga door de knieën voor de onderste planken en weet mijn slag te slaan. Zeven boeken voor nog geen negen euro. Heel tevreden rijd ik tuffend, want geen haast, terug naar huis. Ik ben één met de auto, zing een aantal klassiekers mee en rijd door net-geen-oranje-meer. Een aantal weken later maak ik de balans op. Zeven boeken voor geen driehonderdtwintig euro. Dit zijn de boeken die ik ga herlezen. Als boetedoening.
Ducktales
Ontdekken
(geplaatst op 30.08.2025)
Ik sta in de keuken te koken. De deur naar het balkon op een kiertje. Tijdens het roeren kijk ik naar buiten. Ze zijn met z’n tweeën. Avonturiers. Luidruchtig aanwezig. Ze zwemmen in de binnentuin. Een tuin die daar niet op is voorzien. Er is iets mis met de afwatering. Of, er is iets mis met het klimaat. Dat ligt meer voor de hand. Een hevige stortbui na een droge periode. De vaalgele grassprieten richten zich op bij de eerste druppels, om na een paar minuten kopje onder te gaan. De dichtstbijzijnde sloot ligt vijftig meter voor het appartementencomplex. De habitat van een toom eenden. Geen idee hoe ze er achter zijn gekomen, maar dit stel wist kennelijk dat een vlucht over het flatgebouw een andere leefwereld zou opleveren. Of in ieder geval een vlucht, weg van bazige woerden en kwakende vrouwtjes. Rebellerende pubers. Allebei een groene kop. Vrienden voor het leven. Denken ze nu nog. De regen duurt echter niet eeuwig. Het waterpeil daalt. Van natuurlijke vijver tot drassig wetland. Met hun oranje poten stappen ze nog wat rond. Ietwat aftastend. Verwonderd kijken ze naar het opspattende water, op de plek waar ze nog niet zo lang geleden snaterend baantjes trokken. Vrijwel tegelijkertijd vliegen ze weg. Terug naar de overbekende sloot. Stilletjes hopend op een volgende stortbui.
Museumstuk
Losgeweekt van het canvas
(geplaatst op 16.08.2025)
Een gezicht dat bestaat uit verfstreken. Details niet goed zichtbaar, wanneer ik dichtbij sta. Maar dat zou gelden als hij was afgebeeld op doek. Niet zoals nu. Hij staat op anderhalve meter van mij, springlevend. Ik weet dat de klodders, de structuur, respectievelijk neus, ogen en mond moeten voorstellen. Die zitten toch bij eenieder ongeveer op dezelfde positie. De lijnen zijn onscherp, de contouren onduidelijk. Maar van misvorming is geen sprake. De neus grof, bescheiden. De ogen asymmetrisch, vriendelijk. De lippen van de mond korrelig, vol, met een zweem van een glimlach. Hij draagt zijn gelaat oprecht met trots. Hij is uniek. En ik speur de omgeving af naar een tekstbordje met informatie. Alsof ik de woorden van de curator nodig heb om te duiden wat ik zie.
Opvallen
Beeldvorming
(geplaatst op 02.08.2025)
Langs de kant van de weg staan bij een wielerkoers. Je armen omhoog en in je handen een opblaasbare reuze pretzel. Veel meer oog voor de camera dan voor de renners. Thuis wordt de race opgenomen om later te zien of je in beeld bent gekomen. Een legendarisch beeld. Jij en de pretzel. Een paar dagen geleden had je nog geen weet van het bestaan. Natuurlijk, er was een knagend gevoel van gemis. Geen idee wat dat veroorzaakte. Nu weet je het. Je leven zal nooit meer zo zijn als voorheen. Vergeet het vinden van een geliefde. En als je er al een hebt, zal ze jou vergeten. Wat maakt het uit. Want jij hebt die pretzel. En die beelden, die zich telkens laten herhalen. Gebrand op het netvlies. Jij en je pretzel hebben het toch maar mooi geflikt. Je blaast wat extra lucht door het tuitje. Je hebt je pretzel het liefst aan de stevige kant. Toch jammer, dat het thuis een one-man-show is, zonder publiek.
Magisch einde
Uitblazen
(geplaatst op 19.07.2025)
Acht kaarsjes staan te branden op de taart. Voor elk decennium een. Acht magische, niet uitblaasbare kaarsjes. Bij wijze van grap. De jarige job weet van niets en doet amechtige pogingen de vlammen te bedwingen, met zijn laatste adem.
Niet mijn kleur
Liever mezelf
(geplaatst op 05.07.2025)
Waarom ik ooit een bordeauxrode chino heb gekocht is me een raadsel. Waarschijnlijk had ik even een zelfbegoocheling, een beeld voor me, van anders voor de dag komen. Soms is het goed om iets anders te willen, denk ik. Niet zozeer anders te willen zijn. Maar anders te uiten. Zo’n kleur broek gaat prima met witte sneakers toch?
Bij het openen van het pakket schiet de gedachte al door mij heen dat de kleur wel heel erg rood is. Eventjes wennen, hoop ik. Een perfecte pasvorm. Nu volhouden. Tijd om me anders voor te doen. Klein beginnen. De broek dragen op een dag thuiswerken. Een ommetje in de buurt. Dan het grotere werk. Op een dag aantrekken wanneer ik de trein in stap, op kantoor ben. Bij elke beweging zie ik de steenrode kleur vanuit mijn ooghoek. Er is geen ontkomen aan. Er is niemand die een opmerking maakt over mijn nieuwe outfit. Ik ben kennelijk mijn eigen eyecatcher. Dodelijk vermoeiend om continue die rode benen waar te nemen.
Ruilen kan allang niet meer. En aangezien het nou niet bepaald een goedkope broek was, draag ik het regelmatig op thuiswerkdagen. Ook wanneer ik een stukje ga fietsen of wandelen. Ik wil dat het ding slijt. Dat er vlekken in komen, gaten in vallen. Maar deze chino is van een onverwoestbare kwaliteit. Ik draag die bordeauxrode broek inmiddels zo vaak, op het gevaar af dat mensen mij daarmee associëren. Dat ik alsnog de broek ben geworden.
Dit weekend heb ik afstand gedaan. Een plastic tasje om de broek dichtgeknoopt. In de kledingbak. Er is vast iemand die zich er wel in thuis voelt.
Elke ochtend hardlopen
Cadans
(geplaatst op 21.06.2025)
Vakantie. Medio juni. Een week vrij. Omdat ik de tijd heb neem ik me voor om elke ochtend te gaan hardlopen. Niet direct vanuit huis, eerst een korte rit met de auto. Een rit naar plekken die ik eerder wel gezien heb, maar waar ik niet of zelden heb gelopen. Iedere dag stap ik om ongeveer half zes in de auto. In short en shirt, eventjes de verwarming aan. Er hangt een laag mist boven de velden. De opkomende zon doet deze snel verdwijnen. Het weer zit mee. Overdag 21 graden. In de ochtend heerlijk fris.
Geen verrassing: ik ben alleen. Op gang komen. De spierpijn vergeten. Het ritme van mijn passen. In cadans geraken. Er is geen doel. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Rondes van 10 kilometer, zou mooi zijn, de tijd is onbelangrijk. Hardlopen in de duinen, hardlopen in de polder, hardlopen in het bos. Telkens weer een andere omgeving, elke dag mooi. Ook omdat ik de tijd heb losgelaten, lukt het me meer dan gebruikelijk, om de omgeving in me op te nemen. Daarbij komt natuurlijk dat de route sowieso anders is dan anders. Van een afstand volgen herten mij met hun blik, koeien kijken even op, nauwelijks onder de indruk en vogels kwetteren onverstoord verder. Ik maak nieuwe o-ja-momenten voor later. Herkenning, voor een volgende keer, wanneer ik hier langsrijd.
Naar huis, op een handdoek gezeten, het raam op een kiertje. Niet de snelste weg terug. Het tevreden gevoel vasthouden. De wereld komt inmiddels langzaam op gang. Thuis met koffie op het balkon. Fysiek vermoeid, mentaal opgeladen. Ik mag nadenken over de ochtenden die nog komen deze week. Een keer langs het strand, een keer door de stad. Zin in.
Er zit verhaal in rommel
Rauwe randen
(geplaatst op 07.06.2025)
Door voorsteden en tussenliggende weilanden. Zitplaats aan het raam.
Ik zie een tuin gebruikt als opslag. Verzamelplaats voor wat niet meer in huis past.
Een blauwe telefooncel op het erf. Alsof Doctor Who daar ooit landde en, gezien de conditie van de tijdmachine, tevens strandde.
Een auto, model jaren tachtig, op blokken, in een voortuin. Een klusproject van jaren.
Een deelscooter met brandplekken op een bijna overwoekerd fietspad in een onmogelijke uithoek. De pyromaan kon zijn gang gaan.
Ondefinieerbare graffiti op pijlers van fly-overs. Hoe is de kunstenaar (of is het de dader) daar gekomen, zonder gezien te worden?
Een verweerde sloep, midden in een weiland, geen water te bekennen.
Een hangplek, een betonnen sportveld. Met als doel een metalen kooi waarvan de lat is doorgebogen.
Ik zie lapjes grond, geannexeerd door doe-het-zelf-huisjes van golfplaat. Een vrijstaat? De hutten omgeven met roestige, logge apparaten vergeefs wachtend op een tweede leven.
Een ratjetoe van verhalen, binnen amper driekwartier treinen.
Wonderschoon Nederland. Allesbehalve aangeharkt. Gelukkig maar.
Schoonhouden
Of anders...
(geplaatst op 24.05.2025)
Op straffe van excommunicatie, stel ik mij voor, is de vrouw des huizes bezig om de buitenboel schoon te houden. Ik weet niet of de Spaanse man dit werk ook mag doen. Tot op heden heb ik hem niet kunnen betrappen. Niet schoonmaken zou vervreemding van de dorpsgemeenschap ten gevolge hebben. Die goede buur blijkt vreemdeling te zijn geworden wanneer er niet meer gekuist wordt. Van het pad af. Het gebod in de wind geslagen. Door wie is zij beïnvloed?
In de dorpen hier in de steek is het gebruikelijk om de met tegels gezette portiek te reinigen met een natte doek. Om een emmer met sop te besteden aan de met keien gelegde stoep. En om het traliewerk voor de ramen te bewerken met een plumeau zoals een schermer de floret hanteert. Vuil heeft geen schijn van kans.
Volgens mij is er geen vaste dag in de week, dat er geschoond dient te worden. Het is uiteraard wel een doordeweekse dag en op een tijdstip dat dorpsgenoten kunnen zien dat de boel goed onderhouden wordt. En voor de inwoner die even later langs loopt wordt het sterk naar bloemen ruikende schoonmaakmiddel gebruikt.
Het voordeel van de regelmaat is dat er eigenlijk geen sprake is van schoonmaken, eerder van schoonhouden. Het aangezicht ziet er spic en span uit. Als passant haal ik het niet in mijn hoofd, ook niet per ongeluk, om een papiertje op straat te gooien. Die plumeau kan immers dodelijk zijn.
Weemoed
Hoe was het vroeger?
(geplaatst op 10.05.2025)
Ik ben niet van hier, dus bedenk ik een eigen verhaal. Een grijs betonblok. Een kleinschalig winkelcentrum. Ooit modern. Ooit een aanwinst voor het dorp. Hoewel ik me kan voorstellen dat bij de bouw niet iedereen blij was met de uitvoering. Het valt uit de toon bij de karakteristieke dorpsbebouwing. De plannen doorgedrukt door een wethouder die naam wou maken. Het dorp heeft allang geen regiofunctie meer. Tien kilometer verderop ligt inmiddels een stad. De bakker is de enige overlevende. Ik heb geluk, hoor ik hem zeggen. Hij sluit over vijf minuten. Het heeft geen zin om ’s middags open te zijn. Met een koffiekoek in de hand loop ik naar de vrijwel lege parkeerplaats. Aan de rand, vier masten waaraan de gerafelde vlaggen wapperen van de winkels van weleer.
Passie delen
Hebben we een match?
(geplaatst op 26.04.2025)
Dit is voor mij een grote stap. Ben ik goed in beeld zo? Praat ik duidelijk genoeg? OK. Een grote stap dus. Dat ik hier in de studio van Lucky Life Productions jou aanspreek. En dat terwijl ik nog niet eens weet hoe jij er uit ziet. Uiterlijk is niet belangrijk. Hoewel, je hoort wel enige basis hygiëneregels na te leven. Niemand hoeft continu vette haren te hebben, zal ik maar zeggen.
Het algoritme zal ons aan elkaar verbinden. Ik spreek mijn passies uit en wanneer jij soortgelijke interesses hebt aangevinkt bij jouw intake worden we aan elkaar gekoppeld. Jij hebt voor de passieve ingang gekozen van het digitale inschrijfformulier, ik voor de actieve door je via de camera toe te spreken. Waarom vertel ik je dit? Jij weet dit al lang. Je bent immers op de website van ‘Geluk op latere leeftijd’ uitgekomen, en je hebt het inschrijfgeld betaald. Ik zeg dit waarschijnlijk allemaal hardop omdat ik zelf nog niet helemaal kan bevatten dat ik deze stap heb durven zetten. Ik wil zo graag mijn passies met jou delen, dat ik mijn angst heb overwonnen. Nou ja, de okselpads absorberen het bijbehorende zweet. Ik weet trouwens een adresje waar je deze heel voordelig, per 100 stuks kunt kopen. Dit terzijde.
Ik heb niet één passie, maar meerdere. Dat maakt de kans groter dat wij een match zijn. Dus klik mijn video niet direct weg wanneer ik mijn eerste hartstocht heb toegelicht, er volgen er nog meer. OK? Ben je er klaar voor? Daar komen ze.
Neusfluiten. Daar kan ik zo een ochtend mee bezig zijn. Om afwisselend lage en hoge tonen te produceren valt nog niet mee. Ik heb een kleurrijke verzameling neusorgels. Heb jij zelf een neusfluit, of wil je die van mij uit proberen en tegelijkertijd wat aerosolen uitwisselen, klik dan op de contactknop.
Enveloppen likken. Met een niet al te natte tong over de plakrand gaan, met het gevaar een sneetje op te lopen door de scherpe rand van het papier. Ik ben in staat in vijf minuten, acht enveloppen dicht te likken. Jammer dat ze vervolgens in de prullenbak belanden, want ik heb niemand om eens een kaartje te sturen. Ben jij degene die ik wenskaarten mag sturen, of wil je tegelijkertijd, als in samen, je tong over de Arabische gom laten gaan van één en dezelfde envelop, druk op de contactknop.
Mijn verzameling navelpluisjes is meer een hobby dan een passie. Ik weet niet of dames deze vlokjes ‘produceren’. We kunnen natuurlijk samen weckpotten vullen, wanneer jouw holle navel dienst doet als opslag voor pluisjes. Je begrijpt dat ik uit ben op een langdurige relatie. OK, terug naar mijn passies.
Spoorlopen. Dat je niet denkt dat ik nooit buiten kom. Ik vind het heerlijk om in de natuur te lopen. Om niet te verdwalen, volg ik de spoorlijn. Dit brengt een extra sensatie met zich mee, want ik moet alert zijn op passerende treinen. Vervolgens moet ik me op tijd uit de voeten maken, want na melding door de machinist gaan ze naar mij op zoek. Het is een fijn idee dat iemand mij wil vinden. Ben je in het bezit van gezichtsverhullende kleding, bijvoorbeeld een hoodie in een onopvallende kleur en heb je zin om zo’n avontuur met mij aan te gaan? Je weet wat je te doen staat: klik op die knop.
Nog een buitenactiviteit. Elke zondag besteed ik aan het doorbladeren van reclamefolders. Papieren en digitale versies. Ik maak een lijst waarop ik de goedkoopste producten noteer en waar ik deze kan bemachtigen. Vervolgens fiets ik doordeweeks heel de stad door om inkopen te doen. Een passie en verslaving ineen, kan ik je wel vertellen. Ik houd geld over en met mijn voorraad toiletpapier kan ik jaren vooruit. Wil jij jouw boodschappen zo goedkoop mogelijk doen en heb je zin om de stad te ontdekken door ook niet bekende supermarkten te bezoeken? Samen kunnen we onze slag slaan. Drukken op de knop staat voor een geld besparende match.
Mijn passies zijn wellicht uit verveling ontstaan, nu beleef ik geen saaie momenten meer. Ik heb eigenlijk geen tijd meer om te werken, maar daar denkt het UWV anders over. Hoe dan ook, er is zeker ruimte voor jou! Deel mijn passies, kies voor mij. Klik op die knop. Ik kijk naar je uit!
Functioneel wakker
Energie
(geplaatst op 12.04.2025)
Ik fiets door donkere straten. Mijn lichaam reageert niet op de buitenlucht, niet koud genoeg om op te warmen. Geen ander verkeer van betekenis. Ik bereik het station zonder herinnering.
In de trein. Stiltecoupé. Door het raam niets dan weerspiegeling. Mijn wereld bestaat uit wat ik lees. Een werkelijkheid die mij boeit. Jammer van die man achter mij, die zich kennelijk ook in een eigen wereld bevindt. Hij produceert ongegeneerd ochtendgeluiden. Luidruchtig geeuwen duidt op een doorwaakte nacht. Door het schrapen van de keel, of eerder het opdiepen van slijm, vermoed ik een asgrauwe gelaatskleur. Ik ruik kruidig bier, zware shag en een scherpe aftershave om de eerste twee te verbloemen. Hij dringt mijn verhaal binnen. De schrijver verdient beter. Net in de omschrijving van een groen, fris ruikend landschap, daalt de rochelaar de heuvel af mijn wereld binnen. Als een misplaatst personage uit een ander vertelsel. Een klokkenluider in een wereld zonder kerk. Ik weiger mijn verbeelding de vrije loop te laten. Niet iedereen kan overal thuis zijn.
Inmiddels stijgt mijn energieniveau door ergernis. Die vent heeft totaal geen benul van zijn omgeving. Neemt ruimte in. Kent geen schaamte. Terug naar mijn onbedorven heuvellandschap lukt niet meer. Ik ben opgelucht wanneer mijn station nadert. Ik sta op en werp een vernietigende blik achterwaarts op een lege stoel. Ik meen dat de geur er nog hangt, maar hij is opgelost. Toch een andere verhaallijn?
Terras: vijf sterren
Kijken, kijken, kijken
(geplaatst op 29.03.2025)
In een niet centraal gelegen wijk van de Spaanse stad, heeft de uitbater van het café een stukje grond geclaimd, dat door de hoekige bouw van de kerk en de beperkte oppervlakte geen andere bestemming heeft kunnen krijgen. Goed voor een terras.
Ik neem plaats aan een tafeltje op een rode ijzeren terrasstoel. Gelukkig in de schaduw van een parasol, anders zou de zetel loeiheet zijn. Het is de enige schaduwplek op dit moment van de dag. Mijn rug gekeerd naar de brokkelende muur van een kerk. Mijn blik op de ingang van het café en de straat (een auto breed) die kroeg en terras scheidt. Het is zelfs te warm voor bediening op het terras. Ik bestel een glas bier aan de toog bij een chagrijnige vent die niet aan klantenbinding doet. Zou daarom het terras leeg zijn? Of zijn het toch de opgewarmde stoelen? Ik loop terug naar mijn plekje, goed uitkijken met oversteken vervolgens weer goed uitkijken dat ik niet mors.
Een slok en daarna de omgeving verkennen. Ik zie schuin aan de overkant een man met overgewicht, het t-shirt is te kort om de onderkant van zijn buik te bedekken. Hij positioneert zich in een hoekje tussen twee huizen, gezicht naar de gevel. Ik zie dat zijn handen richting zijn kruis gaan en ik vermoed dat die in zijn smoezelige trainingsbroek verdwijnen. Op de tast weet hij kennelijk te vinden wat urgent is. Even later staan zijn sandalen geparkeerd in een plas. Hij bergt zijn zaakje op, schraapt luid zijn keel en vervolgt zijn weg. Zo kan vrijheid er ook uitzien.
Ik hoor trommels in de verte, snerpende fluitjes. Niet veel later komt de kop van wat een lange sliert betogers blijkt te zijn. De bonte stoet scandeert leuzen, draagt spandoeken en crocs. Ik maak er uit op dat het mensen zijn die in de zorg werkzaam zijn. Misschien wordt mijn beeldvorming beïnvloed doordat hier en daar ook personen meelopen in een witte jas met een stethoscoop om de nek. Ik neem aan dat ze al een fikse wandeling achter de rug hebben. Er is geen sprake meer van een aaneengesloten lint. Er zijn gaten gevallen in het peloton. De demonstranten op achterstand maken minder geluid dan de voorhoede. Ik zie een aantal betogers het café binnen stappen. Een paar tellen later staan ze tussen de opengeslagen deuren onder de luifel een biertje te drinken. Als voorschot op het inwilligen van hun eis wordt nu alvast het geld uitgegeven.
Aanstootgevende beelden, geluidsoverlast, geen bediening, de patatas bravas zijn vet, de ketchup waterig. En toch, dat uitzicht... Ik zeg vijf sterren.
Geniet van de stilte
Ieder een eigen wereld
(geplaatst op 15.03.2025)
Wanneer ik met de trein naar het werk ga, neem ik de eerste intercity van die dag. Op de fiets richting station denk ik dat ik de enige levende ziel in deze stad ben. Heel af en toe brandt er ergens licht. Een vroege vogel ontwaakt. Of het is een late nachtbraker. Eenmaal op het perron is duidelijk dat ik niet de enige overlevende ben van een apocalyps waar ik geen weet van heb. Er heeft zich geen ramp voltrokken. Zoals elke maandagochtend hebben de forenzen zich als zwijgzame zombies verzameld. Zonder al te veel geluid te maken zoekt eenieder een plek in de trein. Het liefst eentje op afstand. Het kan nog. Ik kijk even om me heen, zie iemand met de ogen dicht slokjes nemen uit een thermosbeker, een ander staart uit het raam waar op dit tijdstip niets te zien valt, weer iemand anders maakt het zich gemakkelijk om nog even weg te dromen. Ook ik kies voor een andere wereld en lees een boek. Zo is een uur reizen zo voorbij.
Op het volgende station komen er twee mannen binnen, die plaatsnemen in de 4-zits voor mij. Dat is het moment dat het met de stilte is gedaan. Ze praten. Ik kan ze verstaan. Ik begrijp ze niet. Ik denk dat ze elkaar van het werk kennen. Maar nog niet lang. Als het echte vrienden zouden zijn, zouden er stiltes mogen vallen. Nu vullen ze de ruimte met oeverloze gesprekken die nergens over gaan. Omdat het maandag is, hebben ze gesprekstof van twee dagen. Dat er op zaterdagmorgen boodschappen zijn gedaan, lijkt mij geen interessant gegeven. Ik heb het mis. Uitvoerig wordt omschreven welk eten gekocht is voor de barbecue van diezelfde avond. Het lukt me niet meer om in de andere wereld te geraken. Ik lees eenzelfde alinea drie keer. Rol met mijn ogen bij het horen van de beschrijving van de aardappelsalade, die van Albert Heijn veel beter schijnt te zijn, dan die van de Jumbo. Het omrijden waard, zelfs. Ik zie dat de buurman aan de andere kant van het gangpad de thermosbeker op de klaptafel heeft staan. Een donkere blik in de ogen. Met dit geluid in de coupé smaakt de koffie bitter. Degene die voorheen uit het raam staarde, kijkt met gefronste wenkbrauwen naar de kakelende mannen. De vrouw die van plan was weg te dromen, zie ik onrustig in de stoel draaien om uiteindelijk recht op te gaan zitten en een diepe zucht te slaken.
De mannen hebben geen oog voor hun omgeving. Ze praten over voetbal. Ze hebben zonder begrip, beleefd respect voor elkaars clubliefde. Degene met het postuur dat de uitoefening van een zittend beroep doet vermoeden, vertelt dat hij talent had. Een knieblessure op veertienjarige leeftijd gooide roet in het eten. Mijn tenen krommen in mijn sneakers. Uit de intercom klinkt de sonore stem van de conducteur. We naderen het volgende station. Ik hoop met heel mijn ziel en zaligheid dat dit de stad is waar ze elkaar hebben leren kennen. De stad waar hun werkgever gevestigd is. Ze grijpen echter niet naar hun tas. Het verhaal over op bezoek bij de schoonouders, wordt niet onderbroken.
Ik moet mezelf in bescherming nemen. Ook voor mijn collega’s die ik straks ga zien. Om mijn humeur te verbeteren sta ik op, schuifel mee in de stroom passagiers die wel uitstappen. Ik verhuis echter naar een ander treinstel. Nog ruim een half uur reizen. Ik pak mijn boek. Misschien lukt het nog, om even in een parallelle wereld te geraken.
Trofee
Anonieme winnaar
(geplaatst op 01.03.2025)
Het huis ligt op de route. Zo’n twee kilometer van mijn woning. Kennelijk ben ook ik voorspelbaar. Althans wanneer ik een stukje ga fietsen om het buiten zijn, kan ik avontuurlijk beginnen en wegen inslaan waar ik zelden kom. Gedurende de rit gaan mijn gedachten nergens heen, of zijn ze gericht op iets wat me bezig houdt. Het avontuurlijke pad verlaten, voert de ronde uiteindelijk altijd langs hetzelfde huis. Een jaren dertig huis, goed onderhouden. De kozijnen dieprood geverfd. Alle ramen geblindeerd door jaloezieën. Daardoor vallen de bekers op. Op de eerste etage staat tussen luxaflex en raam een rij bekers. Sportbekers. Van verschillende hoogte. Niet elk seizoen de eerste prijs, denk ik. Hoewel natuurlijk niet zeker is dat al die trofeeën met het beoefenen van dezelfde sport zijn behaald. En slaapt achter dat geblindeerde raam de overwinnaar? Of wordt de inrichting van die kamer in standgehouden? Een kamer vol met memorabilia waar de winnaar, die geen winnaar meer is, mee wordt herdacht. Of zijn de bekers gekocht op een rommelmarkt hier ver vandaan? Leeft de bewoner nu het leven van de voormalig triomfator? Sterke verhalen op het werk, met een foto van de bekers om het te onderstrepen. Er staat verder niets op de vensterbanken. De bekers als enig inkijkje in het leven van de bewoner, die verder niet gezien wil worden.
Idolaat
Geloof
(geplaatst op 15.02.2025)
We zitten in de dug-out. De eerste wedstrijd na de winterstop. Uit de wind, in het zonnetje. We klagen niet over de wisselbeurt. Terwijl we naar onze teamgenoten kijken, verzucht Bram dat zijn zoon hartstochtelijk de schoenen van zijn idool begeert.
‘Was zijn afgod maar een zwemmer. Nee hoor, zoonlief aanbidt iemand die duur geschoeid de velden betreedt. Contractueel verplicht juist dat model te dragen. Uiteraard denkt mijn zoon dat hij op die bewuste schoenen direct beter gaat spelen, of anders wel op den duur gescout zal worden. Er is in zijn spel veel ruimte voor verbetering, dus wie weet. Een badmuts, een zwembril en een Speedo zijn bij elkaar nog steeds vele malen goedkoper. Helaas, hij houdt niet van chloor.’
‘Dus je hebt de schoenen voor hem gekocht?’
‘Uiteraard.’
‘Ik zie dat je zelf ook nieuwe kicksen hebt.’
‘Ja, hetzelfde model. Tegelijkertijd gekocht. Je had hem moeten zien stralen.’
‘Jeetje Bram, kan je die druk wel aan?’
‘Hoezo?’
‘Hoeveel goals heb je tot nu toe gescoord als spits?’
‘Eén keer met deze schoenen scoren, en ik ben niet meer te houden.’
‘Ik zeg: warmlopen!’
Een doodshemd heeft geen zakken
De woning leegruimen
(geplaatst op 01.02.2025)
Mijn vader vraagt wat ik met de inboedel ga doen als hij er niet meer is. Dat wil niet zeggen dat zijn einde nabij is. Klopt, het draaiboek voor de uitvaart is geschreven. Een lijst met verzekeringen en abonnementen is gemaakt. Maar draaiboek en lijst zijn alweer zo’n vijf jaar oud. In die periode netjes actueel gehouden. Een adres voor een rouwkaart doorgestreept, een abonnement opgezegd en verwijderd.
Gelukkig is er geen sprake van een ziekte, tenzij ouderdom zo genoemd kan worden. Dus ik maak geen verdeelschema, stem niet af met familie, plak geen naamstickers onder een begerenswaardig object. De wereld ziet er vast anders uit, als ik er ooit mee geconfronteerd word. Neemt niet weg dat ik na zo’n gesprek eens om me heen kijk, bij mij thuis. Tevreden constateer ik dat ik weinig meubels heb. Komt waarschijnlijk ook omdat ik klein behuisd ben. Ik zie boeken, heel veel boeken. Ik zie lp’s, met veel toewijding verzameld. Geen pronkstukken, wel herinneringen.
Wil ik nu al een selectie maken? Uitsluitend de boeken bewaren die ik ooit nog eens een tweede keer zou willen lezen. Alleen de lp’s met de muziek die me nog steeds weet te raken. Ach, waarom zou ik dat op dit moment doen? Wanneer het eenmaal zo ver is komt er waarschijnlijk vanzelf een natuurlijk proces opgang: verdeling onder naasten à marktplaats à kringloop à grofvuil. Ik neem me in ieder geval voor om mijn verzamelwoede louter te richten op boeken en lp’s. Wel zo overzichtelijk voor mijn naasten.
Elders
Onrust
(geplaatst op 18.01.2025)
Wanneer ik ontspannen naar de voetbalclub fiets en iemand zie hardlopen, denk ik: hè ja lekker, hardlopen. Wanneer ik me rustig omkleed om te gaan hardlopen, naar buiten kijk door het raam van de woonkamer en in de verte een wedstrijd in volle gang zie, denk ik: hè ja lekker, voetballen.
Eenmaal zelf op het veld denk ik nooit aan hardlopen daarbuiten. Eenmaal zelf aan het rennen denk ik nooit aan balcontact. Ik houd van allebei. Ik voel me senang met wat ik ga doen. En toch die aandacht voor iets wat ik daarvoor in de plaats zou kunnen doen. Waar komt zo’n gedachte vandaan? Wil ik ergens anders zijn? Niet hier, op weg naar wat gaat komen. Maar weg van hier, bestemming onbekend.
Vertrouwen
Diepe zucht
(geplaatst op 04.01.2025)
Op een doordeweekse dag in januari, op een perron van een station van een stad waar niemand wil zijn, verkondigt een haperend omroepsysteem de volgende boodschap:
Vanwege een <…> rijden er geen treinen tussen <…> en <…>. Dit duurt tot ongeveer <…> uur vanavond. De NS zet <…> bussen in. Houdt u rekening met een extra reistijd van <…> uur.
En het stopt met zachtjes regenen.
Dan lijkt thuis wel heel erg ver weg te zijn.
Een woning is nooit af
Rust
(geplaatst op 21.12.2024)
Een kaal peertje bungelend aan een snoer aan het plafond. Ik weet met een soepele beweging van hoofd en bovenlichaam te voorkomen, dat ik met mijn hoofd de gloeilamp aantik. Hoelang woon ik hier nu al? Een losliggend stuk plint. Ik zal er niet zomaar op staan. Een toilet dat na doortrekken, soms blijft doorlopen. Ik weet dat het kan gebeuren, wacht even om het eventueel te fixen door een extra keer de knop in te drukken. Een kraan die bij een bepaalde stand van de arm, water lekt op het houten aanrechtblad. Ik controleer bij gebruik op mogelijke lekkage.
Zijn het ongemakken? Of geven ze de woning karakter? Je kunt ook beweren dat ik te lui ben om het te veranderen. Elke klus afzonderlijk kost niet eens veel tijd. Ook niet met mijn paar handen. Het is eerder dat ik mij er niet druk om maak. Ik stoot mijn hoofd niet, ik glij niet uit, er loopt nooit voor langere tijd water door de pot en er ontstaat geen waterbad op het aanrecht.
Neemt niet weg dat wanneer ik de woning voor een maand afsta, omdat ik zelf die periode op vakantie ben, het enigszins beschamend is om een lijstje aan de tijdelijke bewoner te overhandigen met een instructie over hoe om te gaan met de onvolkomenheden. Enigszins beschamend, maar niet genoeg voor actie.
Busvervoer
Alle tijd
(geplaatst op 07.12.2024)
Met de Gojek-app geregelde taxi, naar het busstation van de firma Litha & Co aan de rand van Makassar. Het is avond. De straatverlichting komt van winkels en kraampjes. De taxi stopt naast een gebouw op een donker terrein. Hier zou het moeten zijn. Geen bus te bekennen. Ik zoek bevestiging. Ik laat me niet zomaar afzetten in niemandsland. De chauffeur wijst, zegt woorden die ik niet versta. Hij loopt met me mee over het donkere terrein. Als we om de hoek van het gebouw lopen, een poortje door, stappen we in de helverlichte wereld van het busvervoer. Ik bedank hem hartelijk en probeer me te oriënteren. Er lopen direct mannen op mij af. Ik laat het ticket zien op mijn mobiel en word naar touringcar LT109 geleid die me naar Tana Toraja gaat brengen. De rugzak verdwijnt alvast in de bagageruimte, de passagiers mogen nog niet naar binnen. Ik neem plaats op een bank in de hal waar de meeste wachtenden zich hebben geschaard voor een televisie met daarop de voetbalwedstrijd Indonesië tegen Australië. Altijd spannend.
De bussen staan klaar, naar verschillende bestemmingen. Ronkende motoren. De voorkant van elke bus fel verlicht met knipperende en kleurrijke lichten. Geen een hetzelfde. De bus als lichtekooi die op het laatste moment nog klanten wil trekken. Het is een slaapbus. Een boxspring omgevormd tot stoel. Met inklapbare beenondersteuning. Ik zak weg in de zetel die mij omarmd. Kussentje en deken bij de prijs inbegrepen. Die ga ik niet gebruiken, denk ik bij vertrek. Een paar uur later probeer ik op te warmen door de rode deken over me heen te trekken.
De bus kruipt voorwaarts, de weg slingert. Om een uurtje of vier in de nacht, of moet ik het toch zien als de vroege ochtend, stoppen we om te pauzeren. Het restaurant lijkt speciaal voor ons open te zijn. Veel passagiers vallen aan op een warme maaltijd. Ik beperk me tot een bezoek aan het toilet. Loop wat van de bus af. Niet te ver uiteraard. Ik blijf in verbinding. Het doet me even later goed wanneer de bijrijder de koppen telt voordat de bus weer wegrijdt. Een paar uur verder zit de heenreis erop. Zeven uur in de ochtend en ik heb er al een avontuur opzitten.
De terugreis. Even buiten de stad Rantepao sta ik op een grindstrook langs de doorgaande weg. Een paar kraampjes en een afdak. Dit is het verzamelpunt om straks de bus naar Makassar te nemen, denk ik. Ik stel mezelf gerust. Ik zie immers twee bejaarde nonnen onder het afdak op een bankje zitten. Dat geeft toch een bepaald vertrouwen op deze zondagochtend. Nou ja, ze hebben naast hun identieke outfit ook twee identieke grijze rolkoffers voor hun voeten staan. Het vertrouwen wordt niet beschaamd. Er worden meer mensen met bagage, veel bagage, afgezet. Ook nog na de officiële vertrektijd van de bus. Die is er immers toch nog niet.
Met een riedel op de toeter kondigt de lege bus van Metro Permai zich aan. Minder zichtbare lampjes. Het is dan ook half tien ’s ochtends, een uur na de vermelde vertrektijd op het uitgeschreven ticket. De bemanning gaat uiterst ontspannen te werk en ook de passagiers maken zich niet druk. Door de deur, langs de bijrijderstoel een trappetje op, het gangpad in. De nonnen zitten op de eerste rij met vrij uitzicht. Als het einde nadert, wil je zien wat er op je af komt.
Het interieur is iets minder luxe, maar ook hier zijn het riante stoelen. Iedereen zit, de bus is nog half leeg, we vetrekken. De eerste tien à twintig kilometer kruipen we voort over de weg. In elk dorp wordt gestopt om een of twee passagiers in te laden. Of uitsluitend een pakket. De verhouding lijkt te verschuiven, van touringcar met pakketjes, naar DHL-bus met passagiers. Wanneer we Makassar naderen, stoppen we regelmatig om een passagier uit te laten stappen. Of er staat iemand op een parkeerstrook te wachten om een pakket in ontvangst te nemen. Vlak voor het eindpunt stoppen we binnen een kilometer, bij twee verschillende tankstations. Kennelijk mag per tankbeurt slechts een beperkt aantal liters afgenomen worden. De tank moet vol, want de bus gaat vanavond weer terug. En dan, driehonderd kilometer verder en tien uur later, bestemming bereikt. Ik zie de twee gezegende passagiers met de grijze rolkoffers weglopen.
Benedengemiddeld
Op zoek naar afleiding
(geplaatst op 23.11.2024)
Ik heb eerder al verteld over de beenruimte in het vliegtuig. Dat deze benedengemiddeld is. Benedengemiddeld, het begint al te wennen. Het gebruik van het woord bedoel ik, niet zozeer de beperkte ruimte. Alhoewel, wanneer de tijd vordert en ik voor een tweede keer een binnenlandse vlucht pak, richt ik mijn aandacht op andere dingen dan mijn knieën die in de leuning van de stoel voor mij prikken. Ik merk dat het schietgebed gericht op de hoop dat de passagier voor mij, niet op het idee komt om de leuning van zijn stoel naar achteren te zetten, veel minder vaak door mijn hoofd gaat. Ik houd me met andere dingen bezig. Zoals de stoelaanduiding. Ik zit op stoel 9C aan het gangpad. De stoel naast me, aan het raam, is 9A. Waar zou 9B gebleven zijn?
In dit kleine propellervliegtuig van Wings Air naar Waingapu zijn maar liefst drie stewardessen aanwezig. Ik twijfel eerst nog aan het aantal, tot ik ze in een beeld weet te vangen. Drie identieke individuen. Slank op het magere af, donker haar, een hoge paardenstaart, een rode jurk, een zwarte riem losjes om het middel, zwarte panty en platte leren schoenen. Het model, en vooral de kraag van de jurk, samen met het speldje van Wings Air op de borst, maakt het een uniform van terug in de tijd. Denk Thunderbirds.
Grappig of verontrustend? In de stoel voor me, in het vakje tussen de knieën, vind ik niet alleen de safety intructions. Er is ook een geplastificeerde kaart met voor verschillende religies en in verschillende talen een gebed afgedrukt. Gelukkig hoef ik geen enkele te prevelen. De vlucht verloopt rustig. Vlak voor de landing wordt via de intercom een ieder er op gewezen dat het een strafbaar feit is wanneer men het reddingsvest mee naar huis neemt. Daar had ik nog niet aan gedacht. En zou het opvallen wanneer je met zwemvest aan het vliegtuig verlaat? Eenmaal geland, het vliegtuig geparkeerd op loopafstand van de aankomsthal, wrik ik mijn onderlichaam los en keert het gevoel terug door middel van een aangename tinteling. Met genoeg afleiding is benedengemiddeld best draaglijk.
Productassortiment
Logisch verband
(geplaatst op 09.11.2024)
Af en toe lees ik wat algemeen wordt aangeduid als een goed nieuws bericht. Ansichtkaart na 35 jaar alsnog bezorgd. En dat heeft niets te maken met de reguliere bezorgtijden van het postbedrijf. Ik vraag me af wat er op de kaart is geschreven. Kom zondag naar de stadspoort om 10 uur, dan gaan we er samen vandoor. Liefs, B. De geadresseerde heeft zich al die tijd afgevraagd waarom Bernard, zonder iets te zeggen met de noorderzon is vertrokken. Ze had een ander leven kunnen leiden. Of dat tijdens een aanzoek op de brug de verlovingsring in het water valt. Tien jaar later, bij het fileren van een vis wordt de ring met inscriptie gevonden.
Ik loop op de vismarkt, vlakbij de rivier. Verse vis. Kronkelend tussen soortgenoten, of afgezonderd naar lucht happend. In de hal, links achterin zie ik naast de uitgestalde vis een kraampje. Een plank met een rood fluwelen doek en daarop een verzameling sieraden. Gouden sieraden, hoofdzakelijk ringen. De man achter de toonbank, in een waterafstotend schort gehuld, prijst de vis aan. Wanneer hij mijn blik ziet gaan, wijst hij met het mes in de hand naar de sieraden. Ook daarvoor kan ik bij hem terecht. Geen idee waarom voor deze combinatie in handelswaar is gekozen. De sieraden kunnen toch niet allemaal uit de vissen tevoorschijn zijn gekomen.
Ik loop verder door de stad. Ver verwijderd van de vismarkt zie ik een juwelier. Goud is wat er blinkt. Een hoekje van de zaak is echter ingericht voor eieren. Wat is hier de samenhang? Die koppeling kan ik wel maken voor degene die naar de kapper gaat voor een frisse coupe. Zo iemand komt op de scooter. Dat de kapper vóór zijn zaak een rek heeft met flessen, gevuld met brandstof, is een logische aanvulling op het palet aan diensten. Knippen, bijtanken en weer verder. Ik vraag me wel af hoe de mensen op dit eiland in Indonesië zijn geprogrammeerd. Als iemand thuis denkt ik heb eieren nodig, gaat hij dan naar de juwelier?
Ik ga Cimsky Café in voor een fles bier. Dat kan niet misgaan. Er is een directe link tussen etablissement en productassortiment. De zaak is leeg. Op oma na, die achter een tafeltje gezeten op haar mobiel kijkt. Ik denk een soapserie. Naast haar een puber, die onderuit gezakt op zijn telefoon zit te tikken. Achter de bar, waarschijnlijk de dochter van oma, de moeder van de puber. Ze staat met haar rug naar mij toe, haar gezicht richting de spiegelwand, bezig haar haar te stylen. De karaoke tv staat aan. Ik lees op het scherm dat het volgende nummer een hymne is. Geloof en drank gaan goed samen. Ik nestel me in een hoek en bekijk de beduimelde kaart. Oma heeft me gezien en roept naar haar dochter die vervolgens sloffend mijn richting opkomt. Ik bestel wat ik wil. Ze zucht. Ze herhaalt vragend mijn bestelling, op een toon die mij moet doen bewegen iets anders te drinken. Ik houd vol. Ze draait zich om, sloft naar haar zoon. Ze geeft instructies. De puber zucht, staat op, loopt naar buiten. Ik zie hem op een scooter stappen en wegrijden. Oma kijkt naar een volgende aflevering, de dochter probeert het haar te vlechten, de tv laat een Indonesisch gospelliedje horen. Er mag meegezongen worden. Twee nummers later zie ik de jongen op de scooter terugkeren. Hij loopt het café binnen, dun plastic tasje in de hand, met de contouren van de inhoud duidelijk zichtbaar: de door mij gewenste bestelling. Kennelijk is er toch geen direct verband tussen café en bier. Zal ik straks nog een tweede fles bestellen, of kan ik dat de jongen niet aandoen?
Evenwicht op de Mahakam rivier
Ritus
(geplaatst op 26.10.2024)
De oproep tot gebed is voor mij het teken om op te staan. Niet te enthousiast. Want de ruimte waar twee matrassen liggen kent een hoogte die het voor mij niet toestaat om rechtop te staan. Dat geldt eigenlijk voor elk vertrek op de boot, behalve de keuken (waar ik niets te zoeken heb) en de wc annex doucheruimte. Voorzichtig, kromgebogen loop ik de steile trap af, de openruimte door waar een lange tafel staat waar we straks aan zitten te ontbijten en waaronder nu nog twee bemanningsleden liggen te slapen. Langs de machinekamer. Nog een afstapje en ik bevind me in de keuken. Twee meter verder het hok waar ik wil zijn. De binnenkant met stalen platen afgezet. Lichtblauw geverfd. Meerdere lagen verf op specifieke plekken doet hardnekkige roest vermoeden. Het is de derde ochtend, ik weet inmiddels hoe te handelen. De rol wc papier veiligstellen. Een zakje dat dienst doet als toilettas ophangen aan de haakjes die aan de binnenkant van de deur zijn bevestigd. Kleren ernaast, handdoek erover heen. Nu kan de douche aan, zonder dat alles nat wordt. De pomp hoorbaar in werking gezet. Even moed verzamelen en onder de koude straal staan. Ik vertel mezelf hoe verfrissend het is en weet tegelijkertijd dat ik dit thuis niet vrijwillig als ritueel zal invoeren.
Niet veel later zit ik buiten op het voordek, boven de stuurhut. We liggen stil op de Mahakam rivier, Kalimantan. De in twee kleuren blauw geverfde houseboat ligt tegen een andere boot aangemeerd. In de nacht zijn we hier aangekomen, ik zie het uitzicht voor het eerst. Aan de oever ligt Melak, de plaats waar de oproep vandaan kwam. De voorsteven van de boot ligt tegen een viskwekerij aan. Deze bestaat uit drijvende houten vlonders die vierkanten vormen. Het vierkant kent een constructie van zeil waarin rivierwater zit en vormt zo een bak met water waarin de vissen kunnen groeien. Over elke bak is een net gespannen. Tegen de zes bakken aan ligt het huis van de eigenaar. Ook een drijvende houten constructie, die vanwege het droge seizoen en de lage waterstand zo’n acht meter lager ligt dan de kade en de weg daarachter. De opkomende zon belicht de potten en pannen die aan de buitenkant van de woning hangen, de plaats waar waarschijnlijk gekookt wordt onder een afdakje. Het is nog stil. Geen beweging. Totdat er een rood witte poes in beeld verschijnt. Ze loopt over de vlonders, snuffelt aan de netten. Ik stel me voor dat er sprake is van overmatige speekselvorming bij de aanblik van al die vissen. Ze wikt en ze weegt. Draalt, loopt heen en weer. Ze probeert met een poot op het net te staan. Nee, ze is op zoek naar een gat. Op dat moment stapt er een man uit het huis. Blote bast, korte broek. Hij rekt zich uit. De man richt zijn blik op de poes, die onverstoord blijft. Gefocust. En dan slaat ze toe. Razendsnel. Poot in het water, vis eruit en in de bek. Triomfantelijk loopt ze met haar buit, vlak langs de man. Hij reageert niet. Zou het berusting zijn? Door de kat een vis te laten vangen bespaart hij zich de energie om het beest telkens weg te jagen. Of misschien heeft hij een stilzwijgende afspraak met het dier. In ruil voor de vis wordt van de poes verwacht dat zij voorkomt dat alle soortgenoten uit de buurt komen ontbijten.
Lange benen in Indonesië
Behelpen
(geplaatst op 12.10.2024)
Wat betekent het hebben van lange benen in Indonesië?
Neem het vliegtuig, dat dienst doet als een bus tussen de eilanden. Zo klein dat er een bagagebeperking geldt. Dat wil zeggen niet meer dan 10 kilogram ruimbagage en 7 kilo handbagage. O ja, en natuurlijk onbeperkt pakketten met voedsel door touwtjes of plakpand tot draagzame proporties samengesteld. De letters of afbeelding op de dozen duidelijk zichtbaar. Het maakt me hongerig. Kennelijk betreft het hier etenswaren die op het ene eiland ruim voorradig zijn en goedkoper dan op het eiland waar de reis naar toe gaat. Ik dwaal af.
Ruimte. Dè ruimte. Plaats voor iedereen en mijn benen. Nooit van het woord benedengemiddeld gehoord, maar die term is dus van toepassing op de ruimte die een 1 meter 93 metende toerist toebedeeld krijgt door een stoel te reserveren op een binnenlandse vlucht. Gelukkig is de afstand tussen de twee eilanden niet groot en daardoor de duur van de vlucht niet lang. Nog een voordeel, om de knieën in de beperkte ruimte te wurmen komen deze shocking klem te zitten tegen (of in) de stoel van de passagier voor mij. Hierdoor word ik wel gedwongen kaarsrecht te zitten. Goed voor mijn rug.
Neem de pinautomaat. Altijd in een kleine aparte ruimte met airco. Waarom airco, heb ik mij slechts de eerste keer afgevraagd. Het paneel van de automaat is deels afgeschermd om gluurders geen kans te geven. Slim! Echter dit paneel hangt voor mij zo laag dat ik geen enkele druktoets kan zien wanneer ik achter de automaat sta. Met voelen alleen red ik het niet, omdat ik niet braille kundig ben. Dus ontstaat er een ritueel. Ik haal de portemonnee uit de achterzak. De persoon die achter me staat te wachten kijk ik even vriendelijk aan. Vervolgens zak ik door de knieën. Kont naar achteren, terwijl ik probeer te voorkomen dat deze geparkeerd wordt in het bovenlichaam van de wachtende persoon. Hoofd schuinhouden alsof er water uit een oor moet lopen, waardoor de druktoetsen met cijfers in mijn blikveld verschijnen. Niet vergeten adem te halen. Een stuk of acht schermen doorlopen omdat het een buitenlandse pas betreft voordat ik het bedrag mag intoetsen. Dat bedrag bestaat te allen tijde uit meer cijfers dan de pincode. Even later ratelt het apparaat en kan ik rechtop gaan staan. Ik pak het dikke pakket biljetten ter waarde van 2,5 miljoen roepia stevig vast en wacht op mijn betaalkaart. Eerst de kaart opbergen. Dan de stapel biljetten. Deze blijkt niet in z’n geheel in de portemonnee te passen en dient verdeeld te worden. Tas openritsen, veilig plekje vinden. Dubbelcheck of ik niets vergeten ben. Adem uit. Met zweet op het voorhoofd stap ik van een door de airco gecontroleerd klimaat de klamme buitenwereld in. Geld pinnen is minder goed voor mijn rug.
Kind af
Een overpeinzing
(geplaatst op 24.08.2024)
Toegang uitsluitend voor kinderen.
Het staat in sierlijke letters geschreven, op een bord bevestigd aan het hek van de speeltuin.
Ik heb nog een vader, dus ik laat me niet buitensluiten.
Wat als hij er niet meer is, houd ik dan op kind te zijn?
Moet ik mij vanaf dat moment anders gaan gedragen?
Of mag ik kind blijven zolang er iemand is, die verhalen over mijn ouders vertelt?
Ik ga voor het laatste en neem mij voor te blijven spelen.
Schaarste smaakt beter
Voorkeur
(geplaatst op 10.08.2024)
Neem een Aziatische-stijl mix van gebakken gezouten pinda’s, Shanghai borrelnoten en pittige rijstzoutjes. Aldus de verpakking. Mijn voorkeur ligt bij de pinda’s in een gekruid krokant deeglaagje. Daardoor eet ik niet uit de zak, maar uit een bakje. Ik moet ze kunnen zien. Hoewel de setting ontspannen is (op de bank, drankje binnen handbereik, spannende film op het scherm) vergt het eten van de notenmix concentratie. Niet gelijk al een borrelnoot pakken en die achteloos wegkauwen. Nee, die Shanghai noten zijn voor het laatst. Daar moet omheen gegeten worden. Lastig met die schuivende pinda’s, zich verplaatsende rijstzoutjes en rollende borrelnoten. Uiteindelijk lukt het om een twintigtal gecoate noten in het schaaltje over te houden. Het ultieme genieten kan beginnen.
Kan dit niet anders? Koop een zak met uitsluitend Shanghai noten. Stort er twintig, of vooruit, dertig, in een bakje en ontspanning en genot vallen direct samen. Niet dus. Wanneer ze direct en als enige beschikbaar zijn, smaken ze toch anders. Minder zoet.
Zwembadritueel
Niemand die het ziet
(geplaatst op 27.07.2024)
Ik ben niet zo’n zwemmer en zeker niet in koud water. Toch, met mooi weer, ga ik wel het zwembad in, wanneer dat in de buurt is. Zeker vijf minuten per keer. Ik loop rustig, doch doelbewust naar de roestvaststalentrap in de hoek van het zwembad. De uiteinden van de twee bogen waar ik mijn handen opleg, zijn in beton gestort. Ik ga achterste voren de trap af. Na met mijn rechter voet de bovenste trede gevonden te hebben, parkeer ik mijn linker voet er naast. Het water reikt tot onder de knie. Ik blijf daar zo’n tweeëneenhalve minuut onbeweeglijk staan. Slechts mijn hoofd draait af en toe van links naar rechts. Ik vrees kramp in mijn kuiten. Vervolgens een trede lager. Ik blijf op mijn tenen op de laatste trede staan, zodat het water net niet de pijpen van mijn zwemshort aanraakt. Deze fase gaat beduidend sneller. Gedurende deze periode zeg ik tegen mezelf dat ik net zo goed weer uit het bad kan stappen. Op het ligbed plaatsnemen en verder lezen. Er zijn geen dwingende, geen honende, geen aanmoedigende blikken. Er is dus nog een weg terug. Het koude water heeft mijn benen gevoelloos gemaakt. Twee minuten later ben ik toch held genoeg. Ik laat mijn linkervoet de bodem aanraken en vrijwel tegelijkertijd glijd ik achterover het water in. Niet kopje onder, dat is nergens voor nodig. Ik kom snel weer overeind. Staande positie, wat betekent dat ik me vanaf mijn middel boven het water begeef. Vervolgens een keer door de knieën, water tot over mijn schouders. Dan blaas ik de aftocht. Een effectieve dertig seconde in het water geweest. Ja, ik kan echt genieten van een privézwembad.
Hardloopritueel
Hardlopen en een beetje wandelen
(geplaatst op 13.07.2024)
Ik sla linksaf. Ren weg van het huis over het grindpad, passeer een aantal huizen voordat ik de doorgaande weg bereik. Daar kies ik voor rechtsaf richting San José de la Rábita en verlaat al snel Las Grajeras. Rechtsaf is de weg van de minste weerstand. Een licht aflopende weg richting het gehucht. Linksaf slaan zou betekenen dat ik direct moet klimmen. Aangezien ik mijn tweede adem nog niet heb bereikt, zou dat sportieve zelfmoord betekenen. De geasfalteerde weg is een prima ondergrond en valt zeker te verkiezen boven de in overvloed aanwezige alternatieve paden bezaaid met keien. Van het verkeer geen last. Omdat het er niet is. En als het er wel is dan rijdt het met een wijde boog om mij heen. Vlak voordat ik het gehucht bereik komt een fietser mij tegemoet. Een man van mijn leeftijd, schat ik in, op een mountainbike. Rode fietshelm, blauwe spiegelbril, geel veiligheidshesje. Verder draagt hij op wat lijkt een ‘normaal’ jack en dito broek. Met normaal bedoel ik dat het geen sportkleding betreft. En hij is toch zeker sportief bezig. We groeten elkaar hartelijk, want het is niet de eerste ochtend dat we elkaar tegenkomen. Twee mannen met een missie. Of twee mannen die therapie ondergaan. Het is maar hoe je het bekijkt. In San José sla ik rechtsaf waarna een heuvel-op-heuvel-af-weg volgt tot in La Rábita. In dat dorp loop ik tot aan het schoolplein. Daar ligt mijn keerpunt. Dezelfde weg terug. Meestal lukt het me om de heuvel-op-heuvel-af-weg langs, tankstation, olijfbomen en kleinschalige olijfoliefabriek nog rennend af te leggen, hoewel de snelheid afneemt. Eenmaal weer op de weg richting Las Grajeras is het vals plat omhoog. Ik kan niet anders dan af en toe wandelen, op adem komen. Ik denk aan de manchego en de Cruzcampo van de avond er voor. Het lukt me niet om mezelf voor de gek te houden: zonder kaas en bier zou ik het ook niet rennend redden. En kijk eens naar de zon die achter de bergen tevoorschijn komt. Tijdens het wandelen kan ik nog beter waarnemen.
Cáceres
Convento de San Pablo
(geplaatst op 29.06.2024)
Een op het oog zware houten deur staat open. Ik stap over de hoge drempel een kleine hal in. Vanuit een nis in de muur heet Jezus me welkom. Met gespreide armen. In de rechter wand zit een luik op heuphoogte. Ook deze staat uitnodigend open. Hoewel het geen doorkijkje biedt naar de wereld daarachter. Wanneer ik voorovergebogen sta, zie ik een houten draaiplateau met opstaande wanden. Rechtsboven de omlijsting is een schakelaar bevestigd.
Aan de muur naast het luik, hangt een lijst. Een opsomming van Spaanse namen, met daarachter een prijs in euro’s. Niet om je zonden af te kopen. Dat kan een deur verderop. Ik sta nu in de hal van het klooster. De lijst bestaat uit een opsomming van dulces, zoete zondes, door de nonnen gebakken. Ik kies een naam, niet wetende wat ik kan verwachten en druk op de schakelaar. Er klinkt een zoemer. Even later hoor ik een stem van achter de houten constructie. Ik maak mezelf kenbaar en bestel Magdalena’s. Het wiel begint te draaien en er verschijnt een zak vol met cakejes. In ruil daarvoor leg ik een briefje neer. Net op tijd trek ik mijn hand terug. De schijf krijgt van de andere kant een zwieper en komt abrupt tot stilstand. Even staat de tijd stil. Dan draait het platform nogmaals een rondje. Het wisselgeld komt in zicht. Snel, en ik mag wel zeggen behendig, schuif ik de muntstukken van het plateau in mijn hand. Het wiel draait verder naar de uitgangspositie. Missie geslaagd. Geen non gezien.
Spaanse gel
...en drank
(geplaatst op 08.06.2024)
Op vakantie laat ik me in de supermarkt nog wel eens verleiden door opschriften of etiketten. Neem het etiket van Cruzcampo. Er staat een ietwat corpulent persoon afgebeeld. Gemakshalve zeg ik dat het een man is, hoewel niet uit te sluiten valt dat het om een hermafrodiet gaat. Baanbrekend zou je zeggen. Echter, deze persoon is getekend en in een outfit gehuld alsof hij uit een Robin Hood verhaal is gestapt. Even een pauze. Vergeelde lange pofmouwen, een roodkleurig middeleeuws tuniek met een koord om zijn buik enigszins op te heffen. Op zijn hoofd een groen hoedje met veer, waaronder zijn roodbruine halflange haren steken. Zijn ogen zijn gesloten en er rust een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Zijn rechterhand leunt op een houten ton, in zijn linkerhand houdt hij een pul schuimend bier vast, waarmee hij een proostend gebaar maakt. Geen idee welk marketingconcept hier achter schuil gaat. OK, ik ga niet voor de uitleg dat het drinken van bier een vadsig lichaam tot gevolg kan hebben. Voor mij beeldt het een moment voor jezelf uit, van ontspanning. Ik ben verkocht.
De naam van de anijsdrank trekt me aan. Op de transparant fonkelende fles staat Vicente Bosch. Een samenstelling van Vincent van Gogh en Jeroen Bosch? Van Gogh had een voorliefde voor absint, een sterke drank met een basis van anijs. En de afbeelding op het etiket is een behaarde man met klauwen en een staart, die op een schilderij van Bosch niet zou misstaan. Ik twijfel niet langer en de fles gaat in de boodschappenkar.
Mijn in Nederland aangeschafte voorraad gel is bijna op. Er rest mij niets anders dan hier gel te kopen. In de schap van haarverzorgingsproducten is er geen tube of fles die aan een voor mij bekend merk doet denken. Ik kies voor Giorgi. Het is niet alleen de numero uno expert in styling, de tube belooft ook control total. En dat heb ik graag, ook als het om het temmen van weerbarstige krullen gaat. Mooi meegenomen dat er 0% siliconas in zit en dat het sin residuos achterlaat. Vanochtend voor het eerst deze gel gebruikt. Het lijkt goed te werken. Een nadeel echter, is de geur. Wanneer ik van de stoel opsta, ga ik met mijn neus door de wolk die tot voor kort nog boven mijn hoofd hing en ruik ik mijn haar. Alsof ik net de kapsalon verlaat waar de kapper mijn haar gefriseerd heeft. Nu maar hopen dat wespen zich niet tot mij aangetrokken voelen. Hoewel het fris ruikt, ga ik een volgende keer voor een gel sin aromas.
Alleenstaande fiets
Even niet
(geplaatst op 25.05.2024)
Ik loop langs het verlaten schoolplein. Het door een hek afgesloten gedeelte, laat een zee van fietsenrekken zien. Rekken van gegalvaniseerd staal, bestand tegen alle mogelijke weersomstandigheden. En dat moet ook wel, want de stalling is niet overdekt. Het lijkt mij verschrikkelijk: na het achtste uur het schoolgebouw verlaten, een veel te zware boekentas op de bagagedrager, je billen op een nat zadel om vervolgens de weg naar huis af te leggen met wind tegen. Niet mijn jeugdtrauma, want ik liep naar school, maar toch…
De fietsenrekken netjes geordend, de ruimte optimaal benut. Een fiets is achtergebleven. Is niet naar huis gegaan. Een nog niet volgroeide fiets. Waarschijnlijk van een brugmug. Een mini Omafiets, met een kratje voorop. Het is herfstvakantie waarin de fiets in weer en wind moet zien te overleven. Waar is het bijbehorende meisje? Viert zij de bevrijding? Even niet, er alles aan doen om onopvallend de dagen door te komen. Even thuis zichzelf kunnen zijn. Gewoon de leeftijd aannemen die ze heeft. De laatste dag voor de vakantie rent ze naar huis toe. Ze verwijdert zich van de uitgelaten meute jongeren tussen de fietsen. Die fiets is niet belangrijk. Ze gaat in de vakantie toch nergens heen. En de eerstkomende schooldag is ver weg. Misschien kan ze dan wel met de bus. Als ze dat durft.
Strategisch opstellen
Niet kiezen maar loslaten
(geplaatst op 11.05.2024)
Een leeg parkeerterrein. Wat een weelde. Alhoewel, nu begint het besluiteloos rondjes rijden over het terrein. Waar parkeer ik de auto? Vlakbij de uitgang? Onder een boom in de schaduw? Niet onder een boom, vanwege vogelpoep? Naast een lantaarnpaal, tegen inbraak? In een verre uithoek, met geringe kans op buren? Wat is wijsheid? Wat ik wel zeker weet: ik parkeer zo dadelijk de auto met de neus naar voren, zodat ik bij vertrek in één keer met piepende banden kan wegrijden.
Een bijna lege camping. Waar zet ik de tent op? Vlakbij de uitgang? Als eerste weg. Vlakbij het sanitaire blok? Dichtbij, voor het onvermijdelijk nachtelijk plassen. Sowieso plaats ik mijn onderkomen niet naast een andere tent. Ik ben niet op vakantie om koffie te drinken met de buren.
Ik ben de eerste. Een lege tafel in het restaurant. Plaats voor vijftien personen. Waar zal ik gaan zitten? In het midden? Zodat ik met iedereen kan praten. Op de hoek? Goed in het zicht van de ober. Aan het hoofd van de tafel, waag ik mij niet. Ik ben niet de pater familias.
Keuzes. Het meeste voordeel, het minste nadeel. Zelfs in mijn vrije tijd ben ik bezig me strategisch op te stellen. Wil ik eigenlijk wel een keuze hebben? Wil ik niet liever op tijd en als laatste het restaurant in komen lopen? Wil ik dat de eigenaar van de camping mij een plaats aanwijst? Wil ik dat er nog maar één plek vrij is om de auto te parkeren? Dat laatste geeft immers een goed gevoel. Dat vrije plekje is van mij! Alsof ik dat op eigen kracht verover. Waar dat plekje zich op het terrein bevindt, doet niet meer ter zake.
Plaskrul voor de hangplek
Meten met twee maten
(geplaatst op 27.04.2024)
Een betonnen sportveld in een kooi. Daarbuiten een overdekte dug-out. Een droge hangplek voor de jongeren. Als zij naar school zijn, zit er om half 10 ’s ochtends de eerste ietwat verwaarloosde man een blik bier te drinken. Zwaar daklozen bier. Een halve liter, geen halve maatregelen. Hij straalt rust uit, doet niemand kwaad.
Later komen er twee of drie gelijkgestemden hem gezelschap houden. Nog iets later kent het geluid van hun stemmen af en toe uitschieters. Na een aantal biertjes, volgt het onvermijdelijke: de blaas moet geleegd worden. Dichtstbijzijnde plek, enigszins uit het blikveld, is de achterkant van de dug-out.
Een omwonende, die vanaf zijn balkon slechts met verrekijker kan waarnemen wat er op en rondom het veldje gebeurt, klaagt. Niet rechtstreeks. Nee, via de gemeente, loket handhaving.
Twee, altijd twee, BOA’s worden erop afgestuurd. De bejaarde klager loopt mee in hun kielzog. Dit tafereel speelt zich zo’n twee à drie keer per week af. De BOA’s spreken de mannen aan. De mannen schudden hoofden, halen schouders op, blijven zitten. Alleen bij een heterdaadje zou er actie ondernomen kunnen worden, leggen de BOA’s uit aan de klager. De dader wegsturen. Een bon uitschrijven voor een niet te incasseren boete heeft weinig zin.
In de namiddag wordt het terrein overgenomen door de jongeren, gehuld in hoodies. Ze komen aanrijden op knetterende scooters. Vlassige baardgroei wordt waargenomen door de verrekijker. Er wordt opvallend weinig gebruikgemaakt van het veldje zelf. De jongens zitten op de houten bank, onder de overkapping. De meegebrachte speaker versterkt de beat afkomstig uit een mobieltje. Flarden muziek verwaaien richting dichtstbijzijnde flat. Na het zoveelste blik energydrank wordt er wild geplast achter de dug-out. Geen omwonende die hier ooit over heeft geklaagd.
Ik pleit er niet voor, om ook op de jongens de BOA’s af te sturen. Welnee. Los het op een andere manier op. Plaats een plaskrul. Eén keer per week schoonspuiten. Scheelt de gemeente per saldo geld. De klager met de verrekijker vindt wel iets anders om zich druk over te maken.
Gaskachel
Warmte
(geplaatst op 13.04.2024)
Het gedimde licht kan niet verhullen dat het plafond door rook is aangetast. Er mag al jaren niet meer binnen gerookt worden, maar wanneer is er tijd om het plafond te witten? Of liever met een donkere, weliswaar frisse kleur. Met een verder weg gelegen houdbaarheidsdatum. Nee, dit is geen grand café of een hippe place-to-be. Hier bestaat de clientèle voornamelijk uit eenlingen. Op zoek naar warmte, ongeacht het seizoen. De barvrouw kent de meeste gasten bij naam of anders weet ze wel wat ze drinken. In de kleine ruimte staat een grote tafel met daarop de kranten van gisteren. Voor zeker vijf gasten biedt het houvast. Nippen aan een glas met bier, de ogen dwalen over de pagina’s. Een houding. Een bestemming.
Een scheefstaand kastje met verweerde dozen. Incomplete bordspellen, denk ik. Dat is van geen belang wanneer er tussen twee einzelgängers verbinding ontstaat hangend boven het Mens erger je niet spel. Of een man zijn welopgevoede kleinkind heeft meegenomen en haar laat winnen. Voor die gelegenheid bezit het café trouwens een tosti-ijzer. Verder zijn er geen broodjes verkrijgbaar. Een schaaltje nootjes altijd, een portie kaas op marktdagen. Deze kroeg stapt men niet naar binnen om te eten.
Tegen de wand, links van de bar, een metalen gashaard. Zo een met een ruitje, waar je de vlammen kunt zien oplaaien. Daarvoor moet je wel door de knieën. Het hittebestendig glas is laag geplaatst en klein. Het is dan ook geen ambiancehaard. Het is een schoorsteenkachel met hoog verwarmingsvermogen. De meeste gasten, voordat ze stamgast zijn geworden, zijn wel eens per ongeluk met hun hand tegen de loeihete haard aangekomen. Een keer. Daarna gebeurt het nooit meer. Het tafeltje dicht bij de haard is slechts voor de eerste tien minuten na binnenkomst op een gure dag, een favoriete plek. Daarna voelt het daar subtropisch aan.
Of de muren aangetast zijn door rook valt niet waar te nemen. Elk stukje is zorgvuldig afgedekt met emaille reclameborden van dranken die niet meer geschonken worden of anderszins doen denken aan vervlogen tijden. Geen muziek te horen, geen tv-scherm te zien. Er wordt gedempt gepraat. Niemand doet belangrijk. Mocht er eens een mobiel afgaan, wordt de oproep weggedrukt. Hier is men om de buitenwereld buiten te laten. Een toevluchtsoord. Hier zitten, stuk voor stuk, mensen met een verhaal, dat niet persé verteld hoeft te worden. Ik kom er graag, maar ben geen stamgast. Hoewel ik ooit eens in aanraking ben gekomen met de kachel.
Meester Visserplein
Een vrolijke dag
(geplaatst op 30.03.2024)
Tussen rijbaan, fietspad en trambaan ingeklemd. Een plein met houtenbakken, met daarin gedrongen olijfbomen. Stroken olijfbomen. Althans elke strook wordt gevormd door twee of drie bakken met daartussen een houten plateau. Ideaal om op te zitten en de wereld te zien bewegen. Niemand die mij ziet.
Een kalende man loopt langs, kijkt verdwaald om zich heen, op zoek naar herkenningspunten. Zijn goedverzorgde vrouw een meter achter hem. Zijn blik blijft rondgaan wanneer hij met beide handen de bovenkant van zijn spijkerbroek vastpakt en de broek optrekt tot in de bilnaad. Een handeling die hij tig keer op een dag thuis verricht. Alleen nu loopt hij op straat. Met in zijn kielzog zijn eeuwige liefde. En hij gaat er kennelijk van uit dat het wederzijds is. Vandaag, hier in de grote stad, is ze bereid hem alles te vergeven.
Lang ben ik niet alleen. Heftig orerend, in een taal die ik niet versta komt een vijftiger aanlopen. Hij plaatst een plastic tas met inhoud op het houten plateau tegenover me. Hij blijft lullen. Een publiek heeft hij niet nodig. Of het is een van zijn alter ego’s, die hij van repliek dient. Als hij niet praat, drinkt hij gulzig. Slaat blik en hoofd achterover. Schudt daarna de druppels uit het blik, dat vervolgens in de tas verdwijnt, om geruild te worden voor een zak borrelnootjes. Zo uit het vuistje. Het is toch gezellig? Tijd om zijn mobiel alle aandacht te geven. Niet zonder commentaar overigens. Heftig swipend. Het begeleidende geluid doet me vermoeden dat het geen Tinder is. Het klinkt als een op hol geslagen fruitmachine. Vroeger moest je daar de kroeg voor in. Even gunt hij zijn hand rust en stokt zijn woordenstroom. Op dat moment breekt de zon door, hij springt in de straal zonneschijn, kijkt op zijn horloge en zegt: ‘Vier uur pas.’ Kennelijk is het voor hem allemaal net begonnen, maar wordt hij wel elders verwacht.
Zijn plek wordt niet veel later ingenomen door twee grijze dames. Wandelschoenen aan, weerbestendige kleding, praktisch haar. Ze zien er gelukkig uit. Blij dat ze elkaar hebben. Samen een stadswandeling gemaakt, samen de eenzaamheid voor een dag verslagen. De ene heeft een speldje in haar pluizig half lang haar. Het lijkt geen ondersteunende functie te hebben. Of nee toch wel. Het is om te onderstrepen dat het een vrolijke dag is. En dat is het.
Donkerbruin clubgebouw
Een beleving
(geplaatst op 16.03.2024)
Zondagochtend vroeg. Een uitwedstrijd. Naar een voetbalclub waar deze dag slechts een wedstrijd op het programma staat. Waarom we zo vroeg moeten aantreden is een raadsel. OK, misschien voor de thuisploeg meer tijd voor de derde helft.
Op een ingemetselde plaquette staat dat het clubgebouw is opgericht in 1976. Tevens een naam van iemand die de eerste steen heeft gelegd. Ik vermoed en hoop een clubicoon uit de jaren zeventig. Zo’n handeling moet niet door een mediageile burgermeester uitgevoerd worden. Ik duw de deur met dranger open. Een hal waar ik mijn tas neerzet. Links de toiletten, rechts een volgende deur met gewapend glas. Ik stap de kantine in. Bruin. Weinig licht. Aan een kant voldoende ramen. Het is de overkapping die het buitenlicht buiten laat. Waarom zo’n enorm afdak? Bij mooi weer is het niet erg om in het zonnetje te staan. Met regen, zoals op dit moment met bakken uit de hemel valt, heb je buiten niets te zoeken, wanneer je niet zelf op het veld staat. Een overkapping om de verstokte rokers hun sigaret te gunnen? De asbakken op de tuintafels onder het dak geven mij de indruk dat dit geen rookvrije sportomgeving is.
Waar was ik gebleven? Soft tone verlichting brandt. Aan de bar bestel ik een thee om op te warmen. Ik ben de eerste van ons team. Ik kijk rond tijdens het dopen van het zakje in het hete water. Waar zal ik eens gaan zitten? De met rood skai leer overtrokken zittingen van de barkrukken laat ik achter me. Ik passeer de tafel die midden in de ruimte staat. Een tafel met een onderstel van Amstel bierkratten. Een massief houten plank als bovenblad. Ik kies voor een normale tafel met stoelen en een leuning in de rug. Voldoende plek. Zo dadelijk komt de rest van het team binnen druppelen. De muziek wordt aangezet. Hazes. Nu nog een Perzisch tapijt op tafel en met een beetje voorstellingsvermogen waan ik me in een donkerbruin café. Wellicht is dat ook de bedoeling. De reden om zo weinig mogelijk licht toe te laten. Niemand wil weten hoe laat het is. We nemen er nog eentje. Onzin, er moet gevoetbald worden. Eerst nog even plassen.
Het toilet. Dezelfde sfeerverlichting. Hier had van mij wel een tl-buis mogen flikkeren. De ruimte zelf, duidelijk sinds de oprichting van het clubgebouw wel een keer vernieuwd. De scherp ruikende toiletblokjes in het urinoir, bovenop de plastic spatlap. Bezig, tegen beter weten in, met desinfecteren De blokjes zouden genoeg zijn, maar er is ook nog een aardewerken vlieg om op te richten. Vlieg, noch blokjes kunnen voorkomen dat het uitlekken doorgaans buiten de bak plaatsvindt: op de lichtgrijze vloertegels zie ik uitgebeten vlekken.
Inmiddels zijn we compleet. Omkleden. De kleedkamer, hetzelfde gebouw, uitsluitend buitenom te bereiken. Tegels op de vloer. Roodbruin. Tegels tegen de muur. Grijswit. Langs de muren een stalen platte balk die dienst doet als bank. Toen al hufterproof. Daarboven, op ooghoogte een houten plank tegen de muur bevestigd. Op die plank metalen haakjes geschroefd. Dubbele haakjes. Veel haakjes. Genoeg om de burgerkleding van twee elftallen op te hangen. De ruimte zelf is te klein voor dertien volwassen mannen. Schouder aan schouder verkleden we ons. De vrijwillige wissels als laatste.
Na afloop van de totaal verregende wedstrijd, betreed ik de doucheruimte. Stijlvol dezelfde tegels gebruikt, waardoor de kleedkamer al het ware doorloopt in de doucheruimte. Drie douches, dertien man, we hebben geen haast. De douche zelf, gewoon met een enkele kraan te bedienen. Niet zo’n waterbesparende drukknop die je om de vijftien seconden moet indrukken om de watertoevoer weer op gang te krijgen. Godzijdank, er komt warm water uit de douchkop. Mijn verkleumde lichaam begint te tintelen. We hebben drie punten gepakt. In deze donkerbruine wereld schijnt voor nu de zon.
20 euro voor jouw favoriete groente
Eerlijk verdiend
(geplaatst op 02.03.2024)
Zo’n titel valt op, wanneer ik mijn ‘postvak in’ open.
De afzender is een persoon, een oer-Hollandse naam. Alsof daarmee het gevaar op phishing is geweken, open ik de mail, want ja, ik zou wel eens 20 euro kunnen verdienen.
Hallo Paul,
We hebben vorige week slecht nieuws gekregen.
Onze domein ranking is niet zo goed, wat betekent
Dat e-mails vaak in de spamfolder belanden.
Gelukkig is er een eenvoudige oplossing – we hebben
gewoon zoveel mogelijk van jullie nodig om op deze
e-mail te antwoorden 😉
Het enige wat je hoeft te doen is antwoorden op
deze e-mail en de naam van je favoriete groente
te schrijven.
En voilà, een 20 euro cadeaubon is onderweg naar je
inbox (en ons domein kan weer helder schitteren).
Heel erg bedankt!
Vervolgens de oer-Hollandse naam en het onderschrift cofounder. De kleine letters in de voetnoot van het bericht laten zien dat het de kledingzaak betreft waar ik ooit eerder online een overhemd heb gekocht.
Wat grappig: 20 euro voor mijn favoriete groente.
Ok, de precieze inhoud van de e-mail ontgaat me. Wat ik wel opmerk is '20 euro' en 'cadeaubon'.
Wat is eigenlijk mijn favoriete groente?
Even nadenken. Ik wil natuurlijk wel een eerlijk antwoord geven.
Durf ik spruitjes te antwoorden? Of toch broccoli?
Ik beslis, beantwoord de mail en per omgaande ontvang ik een bericht met daarin een kortingscode die 72 uur geldig is.
Tja, nu ik zover ben gekomen...
De korting is best wel de moeite waard.
Ik heb weliswaar op dit moment geen nieuw overhemd nodig. Maar de overhemden die ze verkopen zijn van een prima kwaliteit. En ze zijn tijdloos. Dus later komt zo'n nieuw shirt vast van pas...
O ja, en ik help het domein van de kledingzaak weer helder te laten schitteren, wat dat dan ook mag betekenen. Ik verdien een overhemd. Met korting.
Onopvallende woning
Bewoond door...
(geplaatst op 17.02.2024)
Verrek, dat is me nog niet eerder opgevallen. Daar tussen die bomen. Een huis. Alsof het er in het afgelopen weekend is neergezet. Waar was ik al die vorige keren met mijn gedachten? Wendde ik steevast op dit punt van de route mijn hoofd af? Ik heb hier andere winters ook gefietst, het zicht niet belemmerd door in bloei staande bosschages en dicht bebladerde boomtakken.
Met hardlopen ben ik wel eens een stuk van de afgelegde route kwijt. Ik kan me dan niet herinneren dat ik de spoorweg ben overgestoken, terwijl het toch echt niet anders kan. Dat kan ik verklaren doordat ik volledig ben opgegaan in het hardlopen zelf, waarbij het rennen me ook nog eens makkelijk afging. Maar ik kan toch niet al die jaren, drie keer per week in een flow hebben verkeerd, wanneer ik hier langsfietste?
De luiken hangen scheef, de gevel overwoekerd door klimop, het houtwerk smacht naar een beschermende laag verf. De tuin verwilderd, het kiezelpad vol onkruid. Een glimp van een auto naast het huis geparkeerd. Kennelijk is het wel bewoond. Oude mensen? Verwarde mensen? Criminele mensen?
Zou het huis een kelder hebben? Ik heb laatst ergens gelezen, dat criminelen via een stroman vrijstaande woningen opkopen. Vaak een vervallen pand, om van daaruit hun business te runnen. Zou dit zo’n huis zijn? Niemand heeft het huis ooit eerder gezien. Nou ja, ik in ieder geval niet. Het huis heeft de kwaliteit onopvallend te zijn.
Vanaf die dag in november kijk ik telkens met veel aandacht naar het huis. Maanden gaan voorbij. Ik zie geen vette dure auto’s op de oprijlaan, ik zie geen gedrongen mannen met zonnebrillen en leren jassen, ik zie geen komen en gaan van witte bestelbusjes.
In de lente zie ik voor het eerst beweging. Een oude man en vrouw, op een scheefstaande houtenbank tegen de muur van de erker. Allebei hebben ze een beker in hun hand. De damp slaat er af. De man zit op het lage, linker gedeelte. De benen wijd, de voeten stevig op de grond en de rug enigszins gedraaid. De vrouw helt een beetje naar rechts en leunt met haar schouder tegen de rug van de man. Lieve oude mensen drinken koffie in de tuin. De tuin van hun huis, waar ze al een eeuwigheid wonen. Mijn door sensatie op hol geslagen gedachten, niets meer dan fantasie. Gelukkig maar.
Passagier met lef
Wel een mooie dag
(geplaatst op 03.02.2024)
Gedwongen door een lekke band, ga ik met de bus. Dat is een tijd geleden. Ruim op tijd sta ik bij de halte. De bus wil nogal eens te vroeg de halte passeren, weet ik uit ervaring. Waarschijnlijk hoopt de chauffeur op een langere koffiepauze aan het eind van de rit. Wanneer ik na een paar minuten de bus in de verte de hoek om zie draaien, komt een jongen aansloffen. Eentje die tot op heden weinig voedzame maaltijden heeft overgeslagen. Pet op met een logo van een voor mij onbekende honkbalclub. In zijn hand wappert een big shopper van de Action. De wijze waarop de wind met de tas speelt, vermoed ik dat deze leeg is.
Ik maak een nonchalant gebaar richting de aankomende bus waarmee ik mijn OV-chipkaart presenteer, alsof dat de doorslaggevende reden voor de chauffeur zal zijn om te stoppen. De deuren gaan open. De jongen kijkt niet naar mij en stapt als eerste de bus in. Mij om het even. De lekke band ben ik al vergeten. De zon schijnt. Ik hoor de jongen iets mompelen bij het binnenstappen. Ik groet de buschauffeur, krijg een afkorting van een woord terug dat hoogstwaarschijnlijk te herleiden is tot goedemorgen. Als de chauffeur vandaag in het kader van een medewerkerstevredenheidsonderzoek wat vragen zou moeten beantwoorden, dan vrees ik de toekomst van de busmaatschappij. Die van de maatschappij als geheel, trouwens.
De bus is vrijwel leeg. Ik kies een plekje achterin voor het overzicht. We staan nog steeds stil. Ik hoor gekraak van de intercom gevolgd door de stem van de chauffeur. De jongen met de Actiontas wordt aangesproken. Hij zou geen goedemorgen hebben gezegd.
De jongen antwoordt rustig en met luide stem: 'O, ik zei wel goedemorgen hoor.'
Er valt een stilte. Ik kijk naar de jongen die drie rijen voor mij zit. Ik zie rode vlekken in zijn nek verschijnen. De buschauffeur bromt en moppert nog wat. De intercom blijft uit. Ik zie dat de chauffeur zich omdraait in zijn stoel. Hij hangt met zijn bovenlichaam in het gangpad, kijkt naar de jongen en zegt met harde stem: 'Je moet niet liegen, anders ga je maar met de fiets'. Daarbij beweegt hij ook nog belerend met zijn wijsvinger.
Ik zie de jongen in slow motion opstaan. Hij doet een stap naar de nog openstaande deuren en zegt duidelijk hoorbaar: 'Ha, inderdaad. Ik ga vandaag met de fiets.' En weg is hij. Mijn held van de dag van pak ‘m beet 15.
Bij het uitstappen op het station roep ik overdreven hard: ‘Bedankt. Nog een fijne dag.’ Als de dood dat de drama-queen achter me aan zal komen, wanneer ik een bedankje achterwege zou laten.
Boek met inhoud
Luuk
(geplaatst op 20.01.2024)
Een tweedehands boek. Met een van de vorige eigenaar vergeten boekenlegger. Zo een die je bij aankoop van het dan nog nieuwe boek van de winkel krijgt. Is het een boekhandel hier in de buurt?
Of heeft het boek een afstand afgelegd, een reis ondergaan? Wellicht gekocht tijdens een vakantie in het oosten van het land, om door te lezen, zwoele zomeravonden te rekken. Of tijdens een lang weekend weg, om zich in afzondering terug te trekken en de gedachten niet bij thuis maar bij het verhaal te houden. Met zo’n geschiedenis, zou ik het boek geen tweede leven gunnen. Mijn herinnering blijft thuis op de plank staan.
Af en toe tref ik een ander soort leeswijzer aan. Momenteel lees ik een boek met een ansichtkaart tussen de bladzijden verstopt. Een foto van een zonnebloem. Een close-up. De zaden bijna zichtbaar. De gele bloembladen. Een blauwe lucht als achtergrond. Op de andere kant is de kaart beschreven. Zonder postzegel, zonder adres. Er staat:
14 juni.
Ha Luuk,
Veel sterkte Luuk en ook voor An.
Hopelijk komt het goed, of kun je ermee leven of misschien nog wel heel oud mee worden.
Erwin en Maartje
14 juni. Geen jaartal. Het boek is in 2021 gedrukt en wellicht toen aangeschaft en samen met de kaart gegeven. De boodschap is ongetwijfeld bedoeld om Luuk een hart onder de riem te steken. Het verhaal als afleiding van de onheilstijding. Het gaat over iemand die verhuist van de stad naar een dorp in het voormalig Oost-Duitsland. De buurman van de nieuwe inwoner stelt zich voor als de dorpsnazi. Eentje die op driekwart van het verhaal een glioblastoom blijkt te hebben. Een hersentumor. Ik ga er van uit dat toeval niet bestaat. Niet dat ik Luuk beschuldig van het hebben van extreem rechtse denkbeelden. Wel vraag ik me af hoe het met hem gaat.
Goede voornemens
Stoïcijn
(geplaatst op 06.01.2024)
Goede voornemens? Daar doe ik niet aan. Nou ja, niet in de zin dat ik pas vanaf een bepaalde datum in de toekomst eindelijk iets ga doen wat ik me eerder heb voorgenomen. Gezonder eten, meer bewegen. Het kan vanaf vandaag. Er zijn nu al mensen die terug kijken naar 1 januari en zich bij elkaar moeten rapen om eindelijk eens te beginnen. Ik zeg ook niet dat iedereen een goed voornemen moet hebben. Maar als je er een bedenkt probeer het dan direct uit. Stapje voor stapje natuurlijk. Niet gelijk dagen achter elkaar salades eten, of er op uitgaan om tien kilometer te wandelen.
Waar ik zelf al een tijdje mee bezig ben, is mij te gedragen als een stoïcijn met betrekking tot het weer. De regen heeft geen invloed op me. Ik ga naar buiten wanneer ik dat wil, ik laat me niet leiden door buienradar. Ik ben een vrije geest. Wat valt er te overwinnen indien de zon schijnt? Wat fijn dat ik de afgelopen tijd bijna dagelijks deze mindset heb kunnen trainen. Gegeseld door slagregens met harde wind. Dat levert andere inzichten op. Ik handel in antwoord op de situatie. Belangeloos kijk ik naar de werkelijkheid en zie het mysterie. De natuur moet men niet willen begrijpen. Nee, die moet men ondergaan. Zo had ik het me voorgenomen.
Inmiddels weet ik dat mijn winterjas niet waterdicht is. Dat mijn kleding na drogen muf ruikt en dat ik ondanks mijn digitale abonnement kranten moet kopen voor in mijn schoenen. Ik kijk door het raam en zie een donkergrijze lucht. Ik heb geen internet nodig om te weten wat er aankomt. Ook vandaag stuur ik mijn emoties bij. Het hogere doel is schimmel voorkomen. Ik blijf thuis. Geheel uit vrije wil.
Charisma
Gezien worden
(geplaatst op 23.12.2023)
Ik bewonder de man die bij binnenkomst de ruimte vult met zijn aanwezigheid. Iemand die stilte brengt. Of gesprekken van onderwerp doet veranderen en het bijbehorende volume tempert tot geroezemoes. Ik ken hem niet, maar ik vraag me direct af wie hij is. Mijn brein zoekt tevergeefs mappen af met beelden van bekende en minder bekende Nederlanders. Hij is voor mij geen bekende politicus of acteur. Ik heb hem niet op een beeldscherm gezien en al helemaal niet eerder in levenden lijve ontmoet. Als dat laatste het geval zou zijn, dan zou ik hem zeker aan een bepaalde gebeurtenis kunnen koppelen.
Hij vult de ruimte met zijn charisma. Ik ben niet de enige die zich afvraagt wat hij hier komt doen. De blikken van de aanwezigen kleven aan zijn voorkomen. Ik verwacht dat hij zo dadelijk een podium beklimt dat in allerijl nog opgezet moet worden. Of anders krijgt hij vast van de uitbater een microfoon aangereikt. Alhoewel ik ervan uitga dat hij een krachtige stem heeft die ook onversterkt in deze ruimte eenieder zal bereiken.
Wat heeft hij mij te zeggen? Wanneer hij zo dadelijk spreekt, spreekt hij rechtstreeks tot mij. Zijn wijze woorden zullen voor mij bestemd zijn. Mijn maag trekt samen van spanning, of is dat het gebrek aan vast voedsel sinds vanochtend negen uur?
Hij dreigt het bruidspaar te overschaduwen. Mag hij daarom slechts op de receptie komen? De ambtenaar op het stadhuis had waarschijnlijk het woord tot hem gericht. Ik bewonder hem, hoe hij met zijn uitstraling de aandacht weet te trekken. Zou het leven voor mij niet veel makkelijker zijn, als ik ook gezien word? Hoewel ik er van kan genieten me anoniem onder de mensen te begeven. Ik kan observeren en me voortbewegen, zonder dat er iemand op mijn let. Geheel ongezien aanwezig zijn is echter een illusie, ook al ontbreekt het me aan charisma. Ik heb net van mijn moeder te horen gekregen, terwijl ze met haar hoofd knikte richting het glas in mijn hand: ‘Doe je rustig. Dat is je derde al.’
Hotelwinkel
Nut en noodzaak
(geplaatst op 09.12.2023)
Een winkel in een hotel. Waar men dingen verkoopt die je vanwege de stemming waarin je verkeert, denkt nodig te hebben. Niet direct levensreddend, maar je kan het goed gebruiken. Eindelijk die fel begeerde kalfslederen portefeuille. Voor het papieren rijbewijs en dito kentekenbewijs, die niet meer bestaan. Een portefeuille voor in je jas, voor in de binnenzak die je niet hebt. De prijs van de leren omslag met insteekvakken, koppel je aan je eigenwaarde. Het weekend heeft er alles van weg dat het fantastische dagen gaan worden. En als je het hotel inloopt gevuld met eten en drank, blijkt de winkel nog open te zijn. Dat is het moment dat de overmoed beslist. Je staat half aangeschoten met een imbeciele glimlach te kijken hoe de medewerkster de aankoop inpakt, omdat je ja hebt geantwoord op de vraag of het een cadeau is. Op de kamer draai je de dop van een miniflesje whisky en maak je het jezelf gemakkelijk door op bed te gaan zitten, kussen in je rug. Je maakt het pakje voorzichtig open, streelt het leer en snuift de geur op. Op ouderwetse wijze gelooid leer, heb je je laten vertellen. Wat kan je intens tevreden zijn met een aankoop.
Jaren later, wanneer je eindelijk eens die kast in de kleine kamer ontruimt met het stellige voornemen spullen weg te doen, kom je de portefeuille tegen. In de originele verpakking. Je denkt direct aan dat ene weekend weg. Het leer ruikt nog zoals toen. Zorgvuldig stop je het terug in het daarvoor bestemde doosje. En je weet dat deze herinnering terug de kast ingaat.
Huisdier zijn
Freedom!
(geplaatst op 25.11.2023)
Je zou toch huisdier zijn. Geen eigen wil. Absoluut geen vrijheid. Totaal afhankelijk van een baasje. Waarom wordt degene die zijn of haar huis ter beschikking stelt voor het onderkomen van een dier, steevast aangeduid als baasje? Het huisdier heeft nimmer een omvang groter dan de eigenaar. Nog zo’n benaming. Ben je ooit eigenaar van een dier? Ok, je kooit de parkiet, je lijnt de hond aan, je chipt de poes. Dat roept waarschijnlijk de waan op van eigenaarschap. Je oefent macht uit, denk je. Het is eerder een verwoede poging om het dier te domesticeren. Je zit immers zelf aan huis gekluisterd. Al wil je in een spaarzame avond uit, wel eens in de kroeg beweren dat je nog steeds die avontuurlijke gozer bent van toen je achttien was. Aangezien de toehoorder die avond er toen, dertig jaar geleden, ook bij was, weten beiden dat het niet verder is gekomen dan plannen smeden.
Nee dan de parkiet, die nog eens een looping maakt, of expres op de schouder landt van de buurvrouw die een kinderlijke angst heeft voor fladderende gevaarten omdat ze is belaagd door een vleermuis tijdens haar enige weekend weg ooit, in de mergelgrotten bij Valkenburg. De kraaloogjes van de parkiet lijken te stralen wanneer het de landing inzet.
Of de hond, die de vertwijfelde uitroep (nee, nee) van de tweevoeter die hem zojuist heeft ontkoppeld van de riem, gevolgd door het commando ‘hier!’ negeert, om vervolgens contact te zoeken met in zijn ogen die vriendelijke eenden-familie. Uitsluitend wanneer hij moe wordt, niet omdat je staat te commanderen op de oever, verlaat hij het modderige water van de vaart rondom het stadspark, om zich op nog geen meter afstand van de rood aangelopen drilmeester, eens lekker uit te schudden.
Of de poes. Soms vier, vijf dagen lang op pad. Je staat elke dag twee keer in de openstaande keukendeur met een kartonnen doos brokjes te schudden en haar naam te roepen. Het moment dat je weer eens beseft dat je je dochter niet had moeten toestaan om een naam te verzinnen. Twee keer per dag met wanhoop in de stem Baileys roepen over de tuinen van de keurige wijk, kan een verkeerde indruk wekken. En het heeft geen zin. Mevrouw luistert niet naar die naam, zelfs niet in huis tijdens oogcontact. Zij komt altijd terug van haar zwerftocht. Schram over haar snoet, beetje afgevallen, en een intens tevreden blik in haar ogen. Ze valt aan op de bak met brokken, daarna een tukkie doen van twee dagen in de hondenmand, dichtbij de radiator.
Je gelooft misschien niet in reïncarnatie, maar toch wil je onderzoeken wat je nu zou moeten doen om in een volgend leven als huisdier terug te keren.
Boodschappenwagen
Eigenaardigheden
(geplaatst op 11.11.2023)
Ik ontketen de wagen. Al na een paar stappen wens ik dat het mijn kar niet is. Deze heeft een wiel met een eigen wil. Het karretje trekt telkens naar links, waardoor ik met mijn heup zwik terwijl ik verwoede pogingen doe om met een stalen gezicht het gevaarte in het juiste spoor te houden. Mijn souplesse, man-wordt-één-met-kar-en-snijdt-bocht- messcherp-aan, heeft plaatsgemaakt voor houterigheid, man-geleidt-door-kar-weet-bocht-niet-in-een-keer-te-maken.
Hoewel ik vind dat de winkelwagen zich volledig dient te onderwerpen aan de eigenaar, vind ik het onwillige wiel als uiting van vrije wil nog acceptabel. Een andere uiting schaar ik direct onder ongeoorloofd verzet plegen. Neem de houder waar een bierkrat op geplaatst kan worden. Deze heeft soms de neiging om spontaan uit te klappen, waardoor ik nietsvermoedend met mijn scheenbeen er tegen aan trap. Een felle pijnscheut tot gevolg. Stoïcijns probeer ik, zonder grimassen te trekken, met een slepend been de tocht door de gangpaden te vervolgen. Ondertussen binnensmonds de kar en de wereld vervloekend.
En dan nog iets. Waarom ligt er zo vaak een boodschappenbriefje in de kar? Kost het teveel moeite om dit lijstje in de boodschappentas te deponeren? Ik moet wel zeggen, dat ik mij even laat inspireren. Mits ik het handschrift kan ontcijferen. Een oproep aan u om een leesbaar lijstje op te stellen als u toch van plan bent om het in de wagen achter te laten. Dit terzijde. Wanneer ik bij het lezen van de bovenste vijf items doorheb dat u de pagina’s van de bonusfolder heeft gevolgd, gooi ik het briefje in de prullenbak. Die boodschappen heb ik al opgeschreven. Soms komt het voor dat de items op de vreemde lijst niet in de aanbieding zijn en samen een gerecht vormen dat ik al een tijd niet meer heb gegeten. Bingo. Kijk eens hoe origineel ik gekookt heb, zal ik vanavond roepen.
Aan het einde van mijn ronde ga ik mijn wagentje stallen. Er komt iemand op mij af. Hij wil voor wat losse muntstukken mijn karretje kopen. Ik moet hem teleurstellen. Dat doe ik niet meer. Zo heb ik al een aantal keer heel vriendelijk en gedachteloos, mijn speciaal voor de wagen verworven munt verspeeld. Toen niets gezegd over een haperend wiel en 50 cent verdiend. Maar, toch.
Wachtkamer
Tijd over
(geplaatst op 28.10.2023)
Een groepspraktijk gehuisvest in een jaren dertig villa. Ik loop de wachtkamer binnen, groet de twee aanwezigen en ga zitten. Uiteraard probeer ik niet naar de anderen te kijken. In dit geval zit er niemand voor mij. Ik zie een dikke wandcontactdoos, scheef bevestigd aan de muur. Twee eenheden, beide in gebruik. Het snoer van de zwarte stekker leidt naar een kleine draagbare radio-cd-speler. Het volume op fluistertoon. De uitgetrokken antenne kan niet verhelpen dat Radio 10 met veel ruis doorkomt. Het witte snoer hoort bij een staande lamp. Het licht brandt, want de ruimte kent wel twee deuren die op een kier staan, maar een raam ontbreekt. De standaard is een driepoot. Op een van de poten de restanten van een witte sticker. Daar stond vast de barcode op en de naam van de lamp. Ik denk het Zweedse woord voor verlichting. Waarom nou niet even het stickerrestje verwijderen met een doekje met wat peut? En dan zie ik ook nog dat de naad van de lampenkap zichtbaar is voor de wachtenden. De VT Wonen belandt hier blijkbaar vaak ongelezen op de lage smalle tafel, waar ook de radio op staat. Er liggen nog andere tijdschriften. Lectuur die iets zegt over de interesse van de praktijkgenoten. Nadat een ieder het thuis heeft doorgebladerd, komt het hier boven op de hellende stapel te liggen. Aan de muur een groot kleurrijk kunstwerk, dat ongetwijfeld de bedoeling heeft niets voor te stellen en alles aan de verbeelding over te laten. Ik vermoed het resultaat van een creatieve uitspatting van een van de vennoten zelf, of een losgelaten assistente.
Ik spiek even op mijn mobiel, waarvan ik het geluid al heb uitgezet. Ik zie wat ik al dacht, de afspraak vóór mij, loopt uit. Berusten, lijkt mij het beste. De zinnen verzetten. Zal ik anders een Linda van twee jaar oud gaan lezen?
Cuenca
Godshuizen
(geplaatst op 14.10.2023)
Enigszins verkreukeld zitten we na vier uur slaap bij gate D84. We zijn ruim op tijd. Geen stress. Nou ja, even dan. Bij het uitprinten van de bagagelabels op Schiphol. Tegenwoordig mag je alles zelf doen, ook bij de KLM. Als er straks maar een gediplomeerd persoon plaatsneemt achter de stuurknuppel.
Bij het boarden zit de grondstewardess achter de balie door de microfoon aanwijzingen te geven. Zonder bezieling krijgen we te horen in welke rij we moeten gaan staan en waar, en vooral hoe, de handbagage een plaats in het vliegtuig dient te krijgen. Haar collega, die de instapkaarten controleert, heeft een vriendelijke, doch gebeitelde glimlach op haar gezicht. Ook voor hun is de dag begonnen.
We vliegen naar Madrid om vervolgens de trein naar Cuenca te nemen. Daar hebben we een appartement gehuurd in het historisch centrum. Het oude gedeelte van de stad op een heuvelrug gebouwd. Aan weerszijden een kloof en een rivier. De Rio Huécar die eind september geen rivier meer wil zijn, de bedding laat slechts keien zien, en de Rio Júcar, gevuld met blauwgroen water. Ooit is de plaats veroverd op de Moren, waarna de Spanjaarden driftig kerken zijn gaan bouwen met als pronkstuk de kathedraal gelegen aan Plaza Mayor.
We maken een wandeling om het adelaarsnest heen, langs Emrita de la Virgen de las Angustias. Een kleine kerk, slechts via een brede stenen trap te bereiken. Een rotsachtig bergpad langs dertien roestbruine ijzeren kruizen leidt ons naar het kerkje San Julián El Tranquilo. Geloof belijden gaat hier niet zonder inspanning vooraf.
De inwoners van het historisch centrum hebben de laatste verkiezing tegen de burgermeester gestemd. Althans zo stel ik het me voor. Ik wil heel graag een kaart op de post doen, maar er is nergens een gele ronde brievenbus van de correos te vinden. Die bussen zijn allen verwijderd onder het mom dat ze het straatbeeld ontsieren. In het nieuwe gedeelte van de stad staan ze te schijnen. Waarschijnlijk werkt de burgermeester nu aan regelgeving voor de volgende verkiezingen die stemmen per post verplicht stelt. Naast brievenbussen ontbreekt het in dit stadsdeel ook aan supermarkten, kruideniers en bakkers. Wel heeft de burgermeester een vergunning verstrekt voor een religieuze supermarkt, waar werkelijk van alles te koop is. Van priesterjurk tot wijwatervat. Van rozenkrans tot bidprentjes.
We bezoeken nog een godshuis. Iglesia de San Pedro. Een van binnen witte koepelkerk. We mogen de toren beklimmen. Eenmaal boven staan we met ons hoofd tussen vier enorme kerklokken in. Ik bedank de hogere macht ter plekke dat het op dat moment niet twee voor twaalf is. Eenmaal afgedaald, dwalen we zonder gehoorschade verder door nauwe straatjes. Ongetwijfeld komen we zo dadelijk nog een ander bedehuis tegen.
Priego de Córdoba
Zondagochtend
(geplaatst op 30.09.2023)
Priego de Córdoba. Vergeleken met de omliggende plaatsen mag je het een stad noemen, denk ik. El Barrio de la Villa, de oude wijk bestaat uit nauwe straatjes, witte huizen met bloempotten aan de muur. Uit die potten groeien en bloeien geraniums in verschillende kleuren. Zondagochtend is kennelijk het beste moment om ze water te geven. Dat gebeurt met behulp van een stok waaraan een conservenblik bevestigd zit. Het blik wordt ondergedompeld in een emmer met water en vervolgens wordt het in de buurt van de pot gebracht en met een soepele beweging van de stok, omgekieperd. Opvallend dat het mannen zijn die met de stok in de weer zijn. Zou de man des huizes het als een meditatief moment ervaren? Of werd hij vanochtend wakker met de gedachte dat hij die klote geraniums weer water moest geven, alsof hij ooit die potten aan de gevel heeft gewild. Hoe dan ook, ik houd niet van geraniums. Ik zet ze wel op de foto. Het groen, rood en paars: het steekt zo mooi af bij de wit gepleisterde muur.
Een paar met keien geplaveide straatjes verder, loopt zo’n dertig meter voor mij uit een dame met blauw haar. Ze bestuurt een rollator. Ik win terrein. Onder het zitje, van het looprek met wielen, bungelt een tas. De inhoud daarvan onzichtbaar, maar het laat zich raden. Lege flessen tikken tegen elkaar aan. Ze kijkt schichtig om zich heen. Ik denk dat ze tien minuten in de portiek van haar woning heeft staan wachten totdat de straat leeg was. Toen is ze gestart in de hoop dat het een stille tocht zou worden, richting glasbak. En nu is de stille drinkster alsnog betrapt. Hoewel ze opgelucht kan zijn dat ik geen bekende van haar ben.
Montefrio
En er was licht
(geplaatst op 16.09.2023)
Ooit door National Geographic op de lijst gezet van de tien dorpen met de mooiste panoramische uitzichten ter wereld. Wat zou ik graag over de wereld willen reizen om zo’n lijst samen te stellen. Of gaat het tijdschrift anders te werk? Hoe dan ook, wat mij betreft wordt het dorp terecht onder de aandacht gebracht. Het bedoelde uitzicht is trouwens vanaf een berg op het dorp. De witgekalkte huizen liggen tegen een bergkam aan, met daarop een kerk gebouwd op de ruïnes van een Arabische vesting.
De pleisterplek voor koffie verkeerd is La Taberna midden in het dorp gelegen, schuin tegen over de Iglesia de Encarnacion. Ook hier is de afstand tussen kerk en kroeg beperkt gehouden. Die koffie verkeerd is trouwens voor mij. Zo halverwege de ochtend bestaat de overige klandizie uit een groepje mannen die ook op het terras zit – aan het bier – en twee ruig uitziende types die in de deuropening borreltjes wegtikken en peuken staan te roken. Graag zou ik willen weten hoe de rest van de dag door ze wordt ingevuld. Niet geheel vreemd is dat het volume van hun gesprek toeneemt naarmate de tijd vordert. Na een tweede koffie besluit ik de omgekeerde weg af te leggen en de kerk binnen te lopen. Een oase van rust. Slechts een dame in de banken. De kerk, rond gebouwd, kent een enorme koepel. De kleine glas in lood ramen laten amper licht door. Ik probeer zo weinig mogelijk geluid te produceren wanneer ik foto’s neem van de rij kerkbanken, de donkerbruine biechtstoel, de sobere koepel. Op kalme wijze loop ik daarna richting de uitgang. Ik zie dat de dame opstaat en achter mij aan loopt. Ik houd de zware deur voor haar open. Ze spreekt me aan, draait zich om, wijst naar de rechter muur. Ik bedank haar en loop de kerk weer in. Ik heb haar goed begrepen. Naast het tableau waar men een elektrisch kaars kan laten branden, zit een kastje tegen de muur bevestigd. Daarboven een half A4’tje met instructies. Ik diep een euro uit mijn portemonnee en laat het in de gleuf van het kastje glijden. Ik hoor de munt vallen en direct op dat moment wordt de koepel boven mij in een vriendelijk warm licht gezet. Met een euro een scheiding maken tussen de duisternis en het licht. Tevens een donatie. Alles voor het behoud van de kerk.
La Rabita
Een bekend gezicht
(geplaatst op 02.09.2023)
Een dorpje. Een bankfiliaal. Een mini-supermarkt.
Aangezien de eigenaar van het huis, dat ik hier in de buurt huur, het restant van de huursom graag cash ontvangt, sta ik regelmatig voor de pinautomaat. Zeker ook omdat de dag limiet op 300 euro is vastgesteld. Het betekent dat ik binnen een kort tijdbestek vaak op camera ben vastgelegd. Tot nu toe heeft dat gelukkig nergens toe geleid.
In de Coviran scharrel ik wat boodschappen bij elkaar. Ik heb eigenlijk alleen brood nodig, maar nu ik hier toch ben, kijk ik gelijk wat ze hier in de schappen hebben. Arroz con leche – de Spaanse versie van rijstpap-, blikje bonen met worst, bier van een merk dat ik nog niet eerder ben tegengekomen. Het belandt allemaal in mijn mandje. Bij de kassa staat een oudere dame te wachten. Niemand van het personeel aanwezig. Ze praat over de stellingen heen met Henrique. Ze draait pratend om haar as en ziet mij staan. Haar ogen worden groter. Ze neemt mij en de inhoud van mijn boodschappenmand aandachtig in zich op. Ik zie als het ware haar gedachten een niet al te ingewikkeld algoritme volgen: man alleen, bonen in blik. Wanneer haar ogen zich weer oprichten richting mijn gezicht, glimlach ik mijn schoonste glimlach met het risico dat ik er licht achterlijk uitzie. Ik zeg haar gedag. Dit is het moment dat ze even hapert in haar conversatie met het personeel om hallo terug te zeggen. Even later neemt Henrique plaats achter de kassa. Nadat ze heeft afgerekend schuifelt ze naar de deur en draait zich nog een keer om: ze knikt me gedag.
Zuheros
Verdwalen
(geplaatst op 19.08.2023)
Een pittoresk dorp. Witte huizen tegen een berghelling aangeplakt. De resten van een kasteel ter verdediging. Hoewel er amper verkeer is, ben ik blij dat ik de auto aan de rand van het dop heb geparkeerd. Het manoeuvreren door de smalle straten laat ik liever aan de bewoners zelf over. Een kruidenier, een bar en een restaurant. Veel reuring geeft het niet, om tien in de ochtend. Er loopt haast niemand over straat. De kronkelende steegjes vormen een ontdekkingstocht. Een doolhof met sluipwegen en doorsteeksteegjes die ineens uitkomen op een uitkijkpunt, of een binnenpleintje met fontein. Daar waar het breed genoeg is staat een auto stil tussen de huizen. Met draaiende motor. Het raampje aan de bestuurderskant open en daar staat op straat een lotenverkoper een deal te maken met de chauffeur. Dit lot, deze reeks cijfers, zou wel eens een nieuwe auto kunnen opleveren. Ik houd mijn buik in, passeer de auto en loop verder. Ik denk te weten hoe ik moet lopen om het café tegen te komen dat ik eerder heb gezien. Een café con leche zou lekker zijn. Ik loop door een volgend witte-huizen-straatje. Ben ik hier al geweest? Een vrouw in een rood hesje loopt me tegemoet. Ze ziet er uit als een hulpverlener. En wellicht is zij dat ook. Want ook zij blijkt geluk te verkopen. Ze brengt hoop voor nu, daar waar uitsluitend geloof in het hiernamaals niet volstaat. Ik overweeg een lot te kopen. Als ik de hoofdprijs win, koop ik hier een huis, dat ik na de sleuteloverdracht bij de notaris, niet meer kan terugvinden.
Landschap
Olijfgaard met bouwval
(geplaatst op 05.08.2023)
Een glooiend heuvellandschap, afgewisseld met grillige bergketens. De heuvels bezaaid met olijfbomen. Nee, niet willekeurig uitgestrooid. In strakke rijen geplant. Tot aan het steile stuk aan toe. Van een afstand doen de rijen mij denken aan de groene decoratie in de vitrine van de snackbar. Alsof de rijen olijfbomen de stroken grond daartussen afschermen, alsof het niet om de bomen gaat maar om de onbewerkte grond.
De olijfbomen zijn ook goed in het zich scharen om een vervallen huis. Regelmatig zie ik een woning met een ingestort dak, afgebrokkelde muren. In de naaste omgeving niets anders dan olijfgaarden. Het beeld trekt mij aan. Ik zou graag uit de auto willen stappen en het nader willen onderzoeken. Ik kan echter nergens stoppen en er lijkt geen weg naar het huis toe te leiden. Ik zou foto’s willen maken. De melancholie vastleggen. Eens hebben daar mensen gewoond. Wat is er met ze gebeurd? Waarom is het huis overgeleverd aan het verval? Af en toe denk ik dat het passend is, wanneer met het ten onder gaan van de laatste generatie, ook het huis ophoudt te bestaan. Dat het niet in bezit wordt genomen door vreemden die niets met de geschiedenis van het huis van doen hebben. Waarschijnlijk is de reden van achterlaten vaak van tragische aard. Er is geen opvolger, het land wordt verkocht, de bewoners trekken weg… Soms laat ik die gedachte niet toe en wil ik geloven dat ze aan de andere kant van de heuvel een nieuw huis hebben neergezet. Een met stromend water uit de kraan…
Las Grajeras
Koppie erbij houden
(geplaatst op 22.07.2023)
Las Grajeras, gehucht in Andalusië. Mijn woonplaats voor twee maanden. Het huis dat ik huur is ruim bemeten voor een man alleen. Het gereedschap en de gebruiksvoorwerpen die ter decoratie aan de muren zijn gehangen, onderstrepen de oorspronkelijke bestemming. Wat voor mij een uitvalbasis is om de streek te ontdekken, was vroeger een boerderij van waaruit het omliggende land werd bewerkt. Gelegen tussen de olijfbomen met uitzicht over de bergen kilometers verderop. Overdag kom ik slechts in het huis om iets te eten of te drinken te pakken. Het leven speelt zich buiten af. En dat leven is eenvoudig en gaat traag. Weg van alle hectiek is het fijn om zoveel tijd te hebben om te lezen en te schrijven.
Het huis, waar ik in de nacht op weg naar het toilet een zaklantaarn gebruik. Ik moet stappen in het donker zetten voordat ik een lichtschakelaar bereik. En donker is het. Van lichtvervuiling geen sprake. Daarbij komt nog dat ik voorover gebogen de weg afleg. Ik kan weliswaar in de meeste vertrekken rechtop staan, maar hier en daar kom ik een laaghangende dwarsbalk tegen. In slaapdronken toestand is het voor mij niet duidelijk waar hier en daar zich bevindt. Ik mag ook nog eens vier deuren door en zes afstapjes nemen. De deuren staan altijd open voor een vrije doorgang. Echter de deurpost is afgestemd op de gemiddelde lengte van de Spanjaard. Op de weg terug laat ik de houten deurpost van mijn slaapkamer achter mij. Ik zie het bed in het schijnsel van de zaklantaarn. Ik zucht verlangend en recht mijn rug. Wat ik vergeet, doch mij direct pijnlijk duidelijk wordt, is dat na de deurpost nog een halve meter muur volgt. Pas wanneer ik die gepasseerd ben, sta ik daadwerkelijk in de slaapkamer. Ondanks het ontspannende bestaan, toch met hoofdpijn in bed.
Tolbadge
Zonder zorgen
(geplaatst op 29.04.2022)
Geen gedoe met munten en briefjes. Niet de auto langs het tolhuisje hoeven schuren om er voor te zorgen dat met gestrekte arm uit het raampje, het wisselgeld binnen handbereik ligt. Niet op zoek naar mijn creditcard, of mijn portemonnee uit de kontzak hoeven trekken, terwijl de auto stapvoets richting poortje rolt.
Liever heb ik een bijrijder die alles aangeeft, maar helaas moet ik het de heenreis zonder stellen. Een tolbadge moet uitkomst bieden. Een plastic kastje ter grootte van een pacemaker, schat ik in. Te bevestigen achter de achteruitkijkspiegel, lees ik in het foldertje waarop staat ‘met alle informatie’. Daar gaat het voor mij al mis. ‘Alle’ zou voor mij betekenen dat omschreven wordt welke positie ik moet innemen om vervolgens de plek achter de achteruitkijkspiegel te bepalen. Het bevat nog een tweede aanwijzing: de houder plakken op het gedeelte rondom de spiegel waar de voorruit zwarte stippeltjes kent. YouTube moet uitkomst bieden. Daar staat toch alles op? Franstalige instructie filmpjes, drie om precies te zijn, waarbij de tolbadgehouder op drie verschillende plekken tegen de voorruit wordt geplakt. Ik maak een beslissing en plak de houder in het gebied met de zwarte stippeltjes net boven de spiegel.
De houder die geplakt moet worden kent een oppervlakte van ongeveer 2 bij 2,5 centimeter. Ik ben benieuwd naar de kleefkracht van de tape. Het moet een vakantie lang, bij hoogoplopende temperaturen de badge op zijn plaats zien te houden.
Nog twee weken voor vertrek. De gedachten: heb ik dat ding op de juiste plaats vastgeplakt en houdt de houder het een vakantie lang, laten me niet meer los. Dus wat doe ik, ik koop gemoedsrust. Ik schaf een tweede en een derde houder aan. Voor op een andere plek achter de achteruitkijkspiegel. En ik koop Bison dubbelzijdige, extra sterke, UV-stabiele, transparante tape. Mocht dat ding er af donderen dan ben ik ook daar op voorbereid. En nu hopen dat, wanneer ik met twee handen aan het stuur, superontspannen kom aanrijden, de slagboom opengaat.
Vakantie is niet ver weg
Koud/warm
(geplaatst op 15.04.2023)
Zes graden, ’s ochtends vroeg. Een winterjas als dekmantel. Rillend loop ik de supermarkt in. Niet veel later sta ik bij de koeling met een bak kwark in mijn hand. Ik warm me aan de gedachte dat mijn vakantie niet ver weg is, wanneer ik de houdbaarheidsdatum controleer. Drie-en-een-halve week in de toekomst, geven de digitale zwarte cijfers aan. Dan zit ik in Spanje.
Broodje speklap
Toejuichen
(geplaatst op 01.04.2023)
Thuiswedstijd
De kantine van de voetbalclub maakt een voorzichtige stap naar gezond. In de aanbieding, een broodje gezond. Met echte kaas en echte ham. Vegan is wellicht een volgende stap, hoor ik fluisteren. De broodjes zijn met liefde door de vrijwilliger vroeg in de ochtend samengesteld. Waardoor ze eigenlijk niet bedoeld zijn om na 12en nog te nuttigen. Mocht er nog een broodje tegen die tijd over zijn, ligt het te transpireren onder huishoudfolie. De kaas zweet, de komkommer komt vocht te kort. Niet getreurd, er is altijd nog de fruitmand. Overrijpe banaan combineert verrassend goed met bier.
Uitwedstrijd
In de kantine van de tegenstander wordt het broodje speklap nog prominent onder de aandacht gebracht. Op het krijtbord achter de toog staat in blokletters geschreven: het best verkochte broodje. Wat mij doet afvragen uit hoeveel belegde broodjes ik kan kiezen. Twee, om precies te zijn. Ze hebben het overzichtelijk gehouden. Speklap of hamburger. Wit brood gegarandeerd, saus naar keuze. Hier valt wellicht nog een slag te maken.
Wanneer de mannen vijf minuten voor aanvang het veld betreden, kan ik aan de meeste spelers zien dat het een traditie is om na afloop van de wedstrijd een broodje verzadigd vet te nuttigen met de nodige glazen bier. Wat dan weer in ons voordeel is. Dus ik heb geen bezwaar dat de slag naar gezond hier nog even op zich laten wachten.
Zen in de supermarkt
Loslaten
(geplaatst op 18.03.2023)
Ik maak altijd een boodschappenlijst. Rust in het hoofd. Twintig items onthouden is meer iets voor een spelshow. Het is vrijdag, mijn parttime dag. Vroeg opstaan, hardlopen. Daarna maak ik gebruik van de door Corona vervroegde openingstijd van de supermarkt. De afgelopen twee jaar tot vast ritueel geworden.
Ik zou bovenaan de lijst de groente en het fruit moeten zetten omdat na het toegangspoortje dat de eerste afdeling is waarop ik met de kar kom aanrollen. Zo efficiënt mogelijk te werk gaan. Over het algemeen ben ik daar vrij goed in, maar niet tijdens het boodschappen doen. Het is alsof ik mijn gestructureerde zelf loslaat. Ik loop meerdere keren door hetzelfde gangpad omdat ik toch weer een item ben vergeten te pakken. En daar kom ik natuurlijk achter aan de andere kant van de winkel. Vind ik dat erg? Op voorhand zou ik zeggen van wel. Er in en er uit. Zo snel mogelijk. Er zijn leukere dingen op de wereld dan boodschappen doen. Alhoewel in het buitenland ik met veel interesse door een supermarkt kan lopen. Zonder lijst notabene. Eten en drinken kopen van het land, niet direct producten waar ik thuis gemakkelijk aan kan komen. En eenmaal terug in de vakantiewoning blijk ik niets vergeten te zijn. Althans er is niets dat ik mis.
Hier in Nederland, waar het boodschappen doen een activiteit is die tussendoor afgewerkt moet worden, een bezigheid die geen ontdekkingstocht wil zijn, ben ik relatief lang aanwezig in een supermarkt. En toch vind ik het niet erg. Is dit de omgeving waar ik wel kan loslaten? Waar ik mij kan overgeven aan de handeling? Waar ik in het nu ben? Vreemde plaats, wellicht. Zen in de supermarkt. Waardoor ik ook nog eens superrelaxed zinnen prevel als: ‘Hebben ze geen kipfilet meer?’ En wanneer ik voor de achtste keer op het briefje kijk: ‘De appels vergeten. Even teruglopen.’ Of: ‘Nu nog wasmiddel en dan ben ik klaar.’
Ik zie de blikken van de andere klanten niet. Ze haken niet in, in het gesprek dat ik met mezelf voer. Toch, toen ik vanochtend de winkel binnenkwam, had ik het gevoel dat twee van de vaste medewerkers, die met elkaar stonden te praten, naar mij keken. En ik meen dat één van hen zei: ‘Verwarde man.’
Schaarwasdroger
Druppels
(geplaatst op 04.03.2023)
Een paar treden en ik loop over grote keien, gladgeschuurd door ontelbare voetstappen. Als ik mijn armen zou spreiden dan zou ik de gevels aan weerzijden van de straat aan kunnen raken. De weg kronkelig en een beetje heuvelop. Thuis zou het De Kromme Elleboogsteeg heten, of om het gebrek aan breedte te benadrukken: Enge Steeg.
Hier hebben de huizen weliswaar nummers, maar de smalle straten geen naam. Hoewel ik denk dat de bewoners zelfverzonnen namen hebben gegeven om het labyrint enigszins te ordenen. Een naam die verwijst naar een karakteristiek gebouw op de hoek, Opgang bij het Groene Huis met De Zwarte Madonna. Of een gebeurtenis die er heeft plaatsgevonden, De Mysterieuze Verdwijning van de Wispelturige Raffaela. Of een andere bombastische aanduiding.
Ik voel druppels op mijn haren. Het kan onmogelijk de aankondiging van een bui zijn. Vijf minuten geleden zag de lucht boven het marktplein er nog strak blauw uit. Waarschijnlijk is het zo’n ontsierende buitenunit van de airco, die water lekt. Ik kijk op, door mijn gespreide vingers heen en zie daar waar de huizen naar elkaar toe reiken, twee t-shirts, vijf sokken (ook hier raakt er wel eens een kwijt, kennelijk) en een druppelende spijkerbroek. Een broek die gisteren nog op het werk was, of in het café. De donkere was hangt driehoog onder een vensterbank aan een schaarwasdroger. Een harmonica constructie die het mogelijk maakt om zonder ver naar buiten toe te hoeven reiken de verste spijl van het rekje met wasgoed te voorzien. Ik word blij van de aanblik. Hangend wasgoed als stilleven.
De ondankbare paraplu die in de trein achterbleef
Eenzijdige vriendschap
(geplaatst op 18.02.2023)
In weer en wind heb ik dat ding meegesleept. De zogenaamde zakparaplu, die in geen enkele zak past. Althans niet van mijn kleding. Rugzakparaplu, is een betere benaming. Daar stopte ik hem iedere keer voorzichtig in. Overdwars zakte hij al snel naar de bodem. Altijd in zijn beschermhoes.
Een flinke investering voor een stuk polyester gemoedsrust. Samen met mijn laptop en flesje water behoorde hij de laatste maanden tot mijn standaard uitrusting, op weg naar het werk.
Nooit heb ik hem geopend met wind mee. Ook al was hij bestand tegen hoge windsnelheden. De koolstof baleinen hebben niet anders dan de daarvoor ontworpen vorm aangenomen. Ik ben hem als een maatje gaan beschouwen. Kennelijk was dat niet wederzijds.
Een enkele keer ben ik van huis uit in de regen met hem gaan lopen. Een stukje wandelen door het park. Direct na thuiskomst in de douche uitgeklapt en laten drogen. De keren dat ik de rugzakparaplu voor onderweg bij mij had, is het altijd droog gebleven. Alsof je een avond gaat stappen met een condoom op zak.
Gisteren klapte ik de laptop open. De accu was bijna leeg. Ik haalde de paraplu uit de rugzak om het snoer te kunnen pakken. De laptop kreeg stroom, de plu lag naast me, het station kwam eerder dan verwacht. Waarom tikte hij niet nog even tegen mijn linker been toen ik gehaast mijn spullen in de rugzak stopte, opstond en naar de deur snelde? Waarom koos hij voor een ander leven? Heb ik hem te weinig in de regen mee naar buiten genomen? Ik wou hem ontzien terwijl hij wou dienen. Had hij dat niet op een andere wijze kenbaar kunnen maken? En natuurlijk wordt voor vandaag regen voorspeld.
Schaarwasdroger
Druppels
(geplaatst op 04.03.2023)
Een paar treden en ik loop over grote keien, gladgeschuurd door ontelbare voetstappen. Als ik mijn armen zou spreiden dan zou ik de gevels aan weerzijden van de straat aan kunnen raken. De weg kronkelig en een beetje heuvelop. Thuis zou het De Kromme Elleboogsteeg heten, of om het gebrek aan breedte te benadrukken: Enge Steeg.
Hier hebben de huizen weliswaar nummers, maar de smalle straten geen naam. Hoewel ik denk dat de bewoners zelfverzonnen namen hebben gegeven om het labyrint enigszins te ordenen. Een naam die verwijst naar een karakteristiek gebouw op de hoek, Opgang bij het Groene Huis met De Zwarte Madonna. Of een gebeurtenis die er heeft plaatsgevonden, De Mysterieuze Verdwijning van de Wispelturige Raffaela. Of een andere bombastische aanduiding.
Ik voel druppels op mijn haren. Het kan onmogelijk de aankondiging van een bui zijn. Vijf minuten geleden zag de lucht boven het marktplein er nog strak blauw uit. Waarschijnlijk is het zo’n ontsierende buitenunit van de airco, die water lekt. Ik kijk op, door mijn gespreide vingers heen en zie daar waar de huizen naar elkaar toe reiken, twee t-shirts, vijf sokken (ook hier raakt er wel eens een kwijt, kennelijk) en een druppelende spijkerbroek. Een broek die gisteren nog op het werk was, of in het café. De donkere was hangt driehoog onder een vensterbank aan een schaarwasdroger. Een harmonica constructie die het mogelijk maakt om zonder ver naar buiten toe te hoeven reiken de verste spijl van het rekje met wasgoed te voorzien. Ik word blij van de aanblik. Hangend wasgoed als stilleven.
De ondankbare paraplu die in de trein achterbleef
Eenzijdige vriendschap
(geplaatst op 18.02.2023)
In weer en wind heb ik dat ding meegesleept. De zogenaamde zakparaplu, die in geen enkele zak past. Althans niet van mijn kleding. Rugzakparaplu, is een betere benaming. Daar stopte ik hem iedere keer voorzichtig in. Overdwars zakte hij al snel naar de bodem. Altijd in zijn beschermhoes.
Een flinke investering voor een stuk polyester gemoedsrust. Samen met mijn laptop en flesje water behoorde hij de laatste maanden tot mijn standaard uitrusting, op weg naar het werk.
Nooit heb ik hem geopend met wind mee. Ook al was hij bestand tegen hoge windsnelheden. De koolstof baleinen hebben niet anders dan de daarvoor ontworpen vorm aangenomen. Ik ben hem als een maatje gaan beschouwen. Kennelijk was dat niet wederzijds.
Een enkele keer ben ik van huis uit in de regen met hem gaan lopen. Een stukje wandelen door het park. Direct na thuiskomst in de douche uitgeklapt en laten drogen. De keren dat ik de rugzakparaplu voor onderweg bij mij had, is het altijd droog gebleven. Alsof je een avond gaat stappen met een condoom op zak.
Gisteren klapte ik de laptop open. De accu was bijna leeg. Ik haalde de paraplu uit de rugzak om het snoer te kunnen pakken. De laptop kreeg stroom, de plu lag naast me, het station kwam eerder dan verwacht. Waarom tikte hij niet nog even tegen mijn linker been toen ik gehaast mijn spullen in de rugzak stopte, opstond en naar de deur snelde? Waarom koos hij voor een ander leven? Heb ik hem te weinig in de regen mee naar buiten genomen? Ik wou hem ontzien terwijl hij wou dienen. Had hij dat niet op een andere wijze kenbaar kunnen maken? En natuurlijk wordt voor vandaag regen voorspeld.
Writer's block
Bla, bla
(geplaatst op 04.02.2023)
De juiste woorden hebben gewicht.
Het door mij volgeschreven papier weegt nog even zwaar als een blanco vel.
Koelkast op de kamer
Koud bier
(geplaatst op 21.01.2023)
Altijd wanneer ik onder het kopje ‘faciliteiten’ lees, dat de hotelkamer een koelkast heeft, word ik blij. Uiteraard een campingmodel. Het biedt in ieder geval de mogelijkheid om zelf gekochte drankjes koud te leggen. Het geld kan ik maar één keer uitgeven en bij voorkeur doe ik dat niet aan roomservice.
In deze stad lukt het me om een winkel te vinden waar drank verkocht mag worden. Tevreden keer ik aan het eind van een dag vol bezienswaardigheden richting hotel, met vier flessen bier in mijn tas. Op de kamer kom ik er achter dat de afwijkende maat fles niet in de deur van de overigens lege koelkast past. Liggen op de plank is geen optie, want de diepte laat te wensen over. Behendig weet ik een plastic plankje in de deur te verwijderen en kan ik twee flessen kwijt. Die zijn morgen koud. Lekker.
In de nacht hoor ik dat de bruine mini koelkast geen energielabel kent. Van één met label, slaat zo nu en dan de motor af. In dit exemplaar gaat een astmatische aanjager schuil die van geen ophouden weet. Het beest van binnen kreunt en steunt amechtig. Het omhulsel schudt af en toe alsof het een wasmachine betreft. Ik doe geen oog dicht. Er zit niets anders op dan de knop van vier naar nul te draaien. De motor valt langzaam stil. Koud bier wordt een illusie. De hoop op nachtrust gloort. Waar eventjes een weldadige stilte overheerst, hoor ik zodra ik het licht heb uitgedaan, geritsel. Ik knip het bedlampje aan om beter te kunnen horen. Of in ieder geval te zien waar het geluid vandaan komt. Ik vermoed tussen systeemplafond en dakpannen. Ik veronderstel muizen. Ik wil niet aan grotere, viezere beesten denken, hoewel deze muizen zich zwaarvoetig verplaatsen. De keuze is makkelijk. Ik zet de koelkast aan. Het gerochel van het bruine kastje is allesoverstemmend. Morgen zal ik het koude bier goed kunnen gebruiken.
De beperkingen van een eiland
Focus
(geplaatst op 07.01.2023)
Een eiland. Omgeven door water hoort het nergens bij. In een verwoede poging tot verbinding, vormt het een landtong die bij de eerste voorjaarsstorm ten onder gaat.
Altijd de wetenschap dat het land niet verder strekt tot daar waar het water begint. Het overzicht dat geen ruimte laat voor verre dromen. Niet zomaar met de noorderzon kunnen vertrekken, de kapitein van de veerdienst kent iedereen. Net zoals de bewoners, die hun zaakjes onderling oplossen. Sociale controle zonder overheidsbemoeienis. Overdag valt niet aan gedachten te ontkomen. Waar, zodra het schemert, drinken een activiteit wordt. Geef me de focus, de zuiverheid. Ik verlang naar de beperkingen van een eiland.
Weer eens met de trein
Gespannen
(geplaatst op 24.12.2022)
Natuurlijk heb ik van tevoren gekeken op welk perron mijn trein vertrekt. Perron 3, om precies te zijn. Om 12 minuten over 10. Ruim op tijd van huis gegaan. Op de fiets. Dat het vrij parkeren van fietsen rondom het station aan banden is gelegd, begrijp ik. Welke voetganger wil zich een weg banen door een kluwen van fietsen? Welke fietseigenaar wil bij terugkomst een zoektocht moeten starten om zijn fiets te vinden die hij vlakbij die ene boom had gestald. Goed, ik ben dus aangewezen op de ondergrondse fietsenstalling. Prima. Ruim 5000 plekken. Maar vindt eens een gaatje na de ochtendspits. Alle plekken gelijkvloers zijn sowieso bezet. Ik loop een aantal gangpaden door en vind een plek in het bovenste rek. Hiervoor moet ik een stalen balk uitschuiven, mijn niet al te lichte transportfiets in de wiebelige rails van de uitgeschoven constructie tillen, om, met wat moet lijken op een vloeiende beweging (goed door de knieën, een rechte rug, in een keer uitstoten), de fiets naar een hoger niveau te tillen. Missie geslaagd. En ja, ik had mijn fiets al op slot gezet. En nee, mijn rugzak zit niet nog in het krat van mijn fiets.
Al met al heeft het rondjes lopen en de fitness oefening mijn extra ingeplande tijd opgesoupeerd. In stevige pas, zonder haperingen door de poortjes en in een drafje de trap op naar perron 3. Dat blijkt uit een A en een B gedeelte te bestaan. Een trein staat klaar. In mijn vlucht naar voren, werp ik een blik op het perronbord, maar mijn min-2-contactlenzen weigeren dienst. Op hoop van zegen werp ik mezelf in de trein. Het fluitje klinkt, de deuren sluiten. Enigszins verhit schuifel ik het treinstel door en weet een zitplaats te veroveren. Lucky me.
De conducteur begint over de intercom een praatje: Welkom in de trein naar […storing]. Deze trein zal stoppen op de tussengelegen stations […storing, storing] en […storing] met als eindbestemming […storing]. Rest mij nog u een prettige reis te wensen.
Even denk ik dat de man een practical joke uithaalt door een raspend geluid te maken op het moment dat essentiële informatie gedeeld wordt. Ach, het maakt ook niet zoveel meer uit. De trein is al in beweging. Wel vervelend dat het tweede kopje thee van vanochtend mij noopt de zitplaats te verlaten. Drie treinstellen verder tref ik een wc aan die niet op slot zit. Het gebrek aan hygiëne is echter dusdanig dat ik besluit uitstelgedrag te vertonen. Ik weet inmiddels, vanwege het eerste station waar we gestopt zijn, dat ik in de goede trein zit. Nog 18 minuten. Met gekruiste benen bezet ik een klapstoeltje op het balkon.
Plaats van bestemming bereikt. Als eerste spring ik uit de trein. Behendig slalom ik langs traag voortbewegende passagiers, richting centrale hal op zoek naar aanwijzingen. Al gauw ontdek in blauwe borden met witte letters. Deze borden leiden mij naar het uiterste puntje van perron 2. Daar is een toiletruimte ingericht. Hoewel ik verkrampt loop, ga ik het halen. Nu nog de tourniquets door. Gelukkig kan ik betalen met de betaalpas. 70 cent. Voor toegang en een waardebon voor een aankoop bij de Kiosk. Tijdens de 3 minuten durende plas weet ik te ontspannen en denk ik aan het verzilveren van de waardebon van 50 cent. Een derde kop thee. Dan kan ik gelijk even bellen dat ik iets later ben.
Ik pak mijn moment
Hoogtevrees
(geplaatst op 10.12.2022)
Ik arriveer in de middag. Het hotel ligt op nog geen minuut lopen van de belangrijkste tempel. Ik sta verstelt van het in piramidevorm gebouwde heiligdom. Eeuwenoud. Het heeft weinig last gehad van de aardbeving van zeven jaar geleden. Het is een trekpleister voor gelovigen en toeristen. De hoogste tempel van het land. Menigeen beklimt de aan de buitenkant gesitueerde trap. Ik twijfel geen moment. Niet vanmiddag. Morgen, direct na een douche. Een ontdekkingstocht in de vroege ochtend. Geen andere toeristen. De hindoe tempel ongeschonden. Ik beklim de steile trap met de hoge smalle treden. Stenen tempelbewakers langs de trap op elk niveau twee, waaronder olifanten en mythische vogels. Met mijn ogen op de trap gericht is de weg naar boven gemakkelijk af te leggen. Ik stap in een tempo door, stop niet om even om te draaien. Op het hoogste niveau schuifel ik met mijn rug tegen de muur langs de rand van het plateau. Het uitzicht is prachtig. De zon schijnt door de ochtendnevel heen, de geluiden van een ontwakende stad enigszins gedempt. Voorzichtig pak ik mijn camera uit mijn tas en leg ik vast wat ik zie om niet te vergeten. Ondanks dat ik een oog dichtgeknepen heb en het andere oog tegen de zoeker heb gedrukt, neem ik toch beweging waar, rechts naast me. Ik kijk zonder camera in die richting, schrik, zak even door mijn linkerknie. Een zwarte hond staat naast me, kijkt me nieuwgierig aan. Ben ik de vreemde hierboven, of is hij dat? Hoewel de staart heen en weer gaat, vind ik dat ik genoeg gezien heb. Wanneer mijn hart weer op de gebruikelijk plaats is teruggekeerd, daal ik met klamme handen af. Als een oude man, tree voor tree, met een hand langs de treden die ik achter me laat. Opgelucht dat ik de enige ben. Mijn overwinning vier ik door de bedelaar, die plaats heeft genomen onderaan de tempel op het plein, een biljet te geven waarmee hij deze dag voorzien is van drie maaltijden.
Onderweg
Beelden
(geplaatst op 26.11.2022)
Vandaag stap ik in de auto die mij naar Bhaktapur rijdt. De bestuurder lijkt op René Klijn. De kans bestaat dat ik de rest van de vakantie met Mr. Blue in mijn hoofd zit. Radju, zoals hij werkelijk heet, stuurt de auto behendig door het drukke verkeer. In de buitenwijken van Kathmandu zie ik drommen kinderen in schooluniform lopen langs de kant van de weg. Hier en daar een gele schoolbus met op de zijkant in groene letters geschreven: Little Angels School.
Onderweg stoppen we in een dorpje. Even de benen strekken. Een groepje dames in typerende kledij, hoofdzakelijk rood gekleurd. Stip op het voorhoofd, mondkapje onder de kin. Ze wisselen het laatste nieuws uit, stel ik me zo voor. Wachten ze op de bus? Alsof er een competitie gaande is, schrapen ze een voor een de keel en fluimen op straat. Ik maak gebruik van de wc, omdat die gelegenheid zich nou eenmaal voordoet. Een hurktoilet. Ik kan gelukkig rechtop blijven staan.
De doorgaande weg kent hier en daar asfalt met kuilen. Al gauw vermoed ik dat een van mijn nieren een inwendig loopje aan het nemen is. Ik ben expres niet naast Radju gaan zitten. Niet om afstand te creëren, maar om te voorkomen dat ik mee ga rijden. Dat mijn voet een denkbeeldig rempedaal indrukt. Dat binnen de kortste keren mijn nagels in het dashboard staan. Ik verschuil mij liever achter de passagiersstoel en kijk via het zijraam naar buiten.
Ik zie reclameborden met afbeeldingen waar frisdrank of wasmiddel wordt aangeprezen door opvallend bleke dames. Diversiteit lijkt hier nog geen onderwerp van gesprek te zijn. Omdat de weg vaak helemaal geen asfalt kent, zijn de planten, de bomen in de berm bedekt onder een grijze laag stof. De winkeliers doen verwoede pogingen hun stoepje stofvrij te houden door continu met een gebonden takkenbezem in de weer te zijn. Daar waar de weg langs de rivier loopt, staat een man met vis, gespiesd aan een ijzeren stang. Vers gevangen zegt Radju. Ik gluur naar de display op het dashboard en zie dat het inmiddels 25 graden is en neem me voor vanavond geen vis te eten.
Moe van het stuiteren op de achtbank en de vele indrukken check ik in bij het hotel. Ik neem een verfrissende, ja koude, douche en zing, omdat er niets anders op zit, uit volle borst:
I'm Mr. Blue
I'm here to stay with you
And no matter what you do
When you're lonely
I'll be lonely too
Ideale vakantie
Afzien?
(geplaatst op 12.11.2022)
Om vijf uur word ik wakker. Al gauw besef ik dat in slaap vallen er niet meer in zit. De eerste gelovigen van de dag lopen hun ronde om de tempel. De tempel die vijftig meter van mijn raam staat. Rondom de tempel draaien de gebedsmolens. Ter voltooiing van de rondgang wordt luid de bel geklonken, waarmee de boodschap kracht bij gezet wordt.
Ik sta op en stoot mijn hoofd aan de balken van het plafond. Met de bouw is geen rekening gehouden met buitenstaanders van ruim 1 meter 90. Ik schuifel naar de badkamer. De waterdruk is gering, het water zelf is koud. Douchen betekent direct wakker zijn. Ik ga door de knieën om contact via de spiegel te leggen, om mijn haar te fatsoeneren. De wallen zijn duidelijk zichtbaar ook al is er beperkt licht. Ik zet een kop oploskoffie en pak het boekje met de harde kaft. Wat heb ik over gisteren geschreven? De reis hier naar toe. De uren in het vliegtuig. Ik ben afstandelijker dan mijn buurman, die naar huis vliegt. Van het delen van de breedte van de enkele armleuning is geen sprake. Zijn frêle lichaam weet hij zo te manoeuvreren dat zijn linkerarm de leuning bedekt. Hij valt in slaap. Ik schik me en tel de uren af naar de landing toe.
Gebogen loop ik naar beneden voor het ontbijt. Ik mag plaatsnemen op het terras. Bij het aanschuiven van de stoel botst mijn rechterknie tegen het latje dat onder het tafelblad is bevestigd. Ondanks mijn vermoeidheid is mijn reactievermogen optimaal. Het wankelende vaasje met bloemen weet ik op tijd vast te pakken. Ik lach. Wat ik tot nu toe heb meegemaakt is niet bepaald een reclamespotje voor vakantie. En toch, ik zou het niet anders willen. Voor uitslapen, voor huisvesting voor lange mensen, voor warm water, voor filterkoffie, voor een tafel waar de benen wel onder passen… daarvoor kan ik thuisblijven. Ik heb zin in de rest van de vakantie.
Eigendom
Deeleigendom
(geplaatst op 08.10.2022)
Nationaal Park De Hoge Veluwe, met de voor eenieder beschikbare witte fietsen. Gratis. Of inbegrepen bij de entreeprijs. Maar ik ga voor gratis. Want wanneer ik denk er niet voor betaald te hebben, trapt het straks een stuk lichter.
Ingang Schaarsbergen. Vlak na de toegang ijzeren rekken waar de fietsen met het stuur aan hangen, in keurig rechte rijen. Het hoogseizoen is voorbij. Er is keuze in overvloed, zeker veertig stuks. Voor volwassenen is er één model. Standaard met kinderstoeltje achterop. Waardoor ik zo dadelijk proefondervindelijk leer bij het opstappen niet mijn been meer over het zadel te zwaaien. Vandaar die lage instap, natuurlijk. Geen slot. Wel een in hoogte verstelbaar zadel.
Eén model. Dat neemt niet weg dat we zorgvuldig te werk gaan bij het uitkiezen van onze fietsen. De inspectie geschiedt op het oog. Met zo’n aanbod wil je natuurlijk wel een mooi karretje onder je kont hebben. Het zadel op hoogte afstellen en we kunnen vertrekken. Het fietst soepel, nog geen voorgevoel van de pijnlijke knieën de volgende dag. Over een smal meanderend en golvend fietspad van glad asfalt. De zon schijnt, de natuur ligt er prachtig bij. We genieten. Uiteindelijk leggen we iets van twaalf kilometer af (als ik de kilometers op de rood witte paddenstoelen juist bij elkaar heb opgeteld), alvorens we afstappen bij het Park Paviljoen vlakbij de ingang Otterlo. Tijd voor koffie op het terras. Eerst nog de fietsen stallen. De eerste rijen van het centraal gelegen fietsenrek zijn grotendeels gevuld, met pak en beet zestig rijwielen. We hangen die van ons op en kiezen daarvoor de op één na achterste rij waar links van het midden een ruime open plek is. Zo kunnen we ze gemakkelijk terugvinden.
De sanitaire stop is welkom, de koffie is lekker. Klaar voor deel twee van de route, op naar het Jachthuis Sint Hubertus. We lopen hand in hand weg van het terras. We hebben zin om weer door te trappen. Wanneer we de rekken naderen, schrik ik en knijp als reactie even in je hand. Ik knik naar een gapend gat in het rek waar twintig minuten geleden nog twee fietsen hingen.
Welke onmensen hebben onze tweewielers ingepikt? Waarom? En waarom juist die van ons? De andere zestig lijken onaangeroerd te zijn gebleven.
Misschien omdat we de fietsen die we bij ingang Schaarsbergen tot ons hebben genomen, hier naar toe in twaalf kilometer tijd, zo eigen hebben gemaakt, dat we afstand hebben genomen van het gemeenschappelijk bezit. In een gemeenschap die bestaat uit voor ons onbekende parkbezoekers in schutkleuren, blijkt het moeilijk meer te delen dan de liefde voor de natuur.
Controledwang
Twijfel
(geplaatst op 24.09.2022)
De wc loopt soms door op momenten dat ik daar niet om gevraagd heb. In de keuken, op de plek waar de kraan het aanrechtblad raakt ontstaat soms een plas, terwijl de kraan zelf toch echt dichtgedraaid is.
Geen probleem. Twee linkerhanden en toch weet ik het zo te verhelpen. De kleine knop van de wc een keer snel indrukken en de stroom water stopt. De stand van de kraan ietsjes wijzigen en het lek is verholpen. Ik denk dat ieder huis wel zijn mankementen kent. En deze zijn te klein om een klusjesman voor in te huren of zelf de gereedschapskist te pakken. Het is natuurlijk niet de bedoeling om het erger te maken.
Hoe dan ook, er valt goed mee te leven. Ik merk wel dat ik een gewoonte heb gecreëerd. Voordat ik met een gerust hart van huis vertrek, bezoek ik de keuken en de wc om te kijken of een plas is ontstaan op het houten aanrechtblad of een stroompje water door de pot kabbelt. Laatst betrapte ik mezelf er op dat ik gelijk ook nog even controleerde of het gas uit was.
Geef me nog een half jaar en het kost me minstens tien minuten om het huis te verlaten.
Geuren
In het park
(geplaatst op 10.09.2022)
Een nazomerse avond, zeven uur. Ik loop door het park. De ondergaande zon schijnt een warme gloed door de groengele bladeren van de bomen. Ik denk de herfst al enigszins te kunnen ruiken, een geur die afkomstig zou moeten zijn uit de reeds gevallen bladeren.
De sportvelden zijn druk bezet. Het seizoen is begonnen of nadert het einde. Op het voetbalveld worden ingewikkelde looplijnen gevolgd door puberjongens die honger hebben naar de bal. Ik ruik een bouquet van zweet vermengd met pas gemaaid gras.
Een club verderop, het softbalveld. De meiden, van ik schat zo’n zestien jaar, zijn bezig met de warming-up. De laatkomers komen zojuist druk pratend aangelopen. In dit deel van het park hangt een zoet weeïge geur van parfum. De anders immer aanwezige indringende lucht van de aangrenzende kinderboerderij, is voor even niet waarneembaar.
Transfer
Dynamiek
(geplaatst op 27.08.2022)
Eind september begint mijn seizoen. Ik mag weer achter een bal aan hollen. Negentig minuten alles geven om daarna alles te vergeten. Ik verlaat echter mijn vertrouwde team, waar alle leeftijden vertegenwoordigd zijn. Zo in de range van 25 – 52 jaar. Mijn lichaam heeft mijn geest bewerkt en mijn geest is tot een besluit gekomen: een transfer. Binnen dezelfde club. Komend seizoen kom ik uit voor het 45+ team. En die 45+ duidt op de leeftijd die de speler moet hebben om geselecteerd te worden. Je hoeft niet te kunnen voetballen als je maar oud genoeg bent. Zoiets.
Waarom? Omdat het tempo er iets lager ligt. De rest blijft hetzelfde: 2 keer 45 minuten en het veld lijkt weer langer geworden te zijn. Het grootste voordeel: niet meer met een piepjonge tegenstander geconfronteerd worden. De tegenstander die elk seizoen jonger wordt. Met ouders langs de lijn, die jonger zijn dan ik. De tegenstander die twee keer per week traint. De tegenstander die na de wedstrijd geen derde helft kent omdat ze huiswerk moet maken.
Bedenkingen? Ik ben benieuwd naar het soort verhalen in de kleedkamer nu de samenstelling van het team voor mij zo drastisch veranderd. Hoewel ik nu ook weer niet verwacht dat het er gezapig aan toe gaat. Niet iedereen van 45+ kan een verantwoord leven leiden.
Het weer in de rest van Europa
Op reis
(geplaatst op 13.08.2022)
Wanneer half Nederland op vakantie gaat of is, heeft het NOS Journaal in de ochtend een extra item: het weer in de rest van Europa. Mijn favoriete item, op de bank gezeten met een kop koffie in de hand.
Ik hoor Marco of Gerrit zeggen dat er onweersbuien in de Alpen voorspeld worden. Ik denk aan die keer dat het met bakken naar beneden kwam, de dikke druppels regen op het dak van de auto uiteenspatten. Het zicht beperkt, daar konden de ruitenwisser zelfs op de snelste stand geen verlichting brengen.
Hittegolf in het binnenland van Spanje. Ik herinner die week dat het asfalt smolt. Het ritme van de dag noodgedwongen aangepast. Om zes uur op, in relatieve koelte ontbijten. Als eerste de supermarkt binnenlopen. Daarna een kleine wandeling door een pittoresk dorp, een kop koffie op het terras. Om tien uur in de buurt van het zwembad en een uur later binnen in het huis met de dikke muren. Bijna siësta en daarna tijd voor gekoelde drankjes.
Zestien graden in het noorden van Schotland. Ik heb daar echt genoten van de ruige omgeving. Met de mindset van ‘zo nu en dan een bui’, wandelde ik over single track roads. Een paar graden warmer zou fijn geweest zijn voor het drogen van de kleding.
Jammer dat het item zo kort duurt. Maar, ik ben toch even lekker weggeweest. En in de wetenschap dat vandaag de zon schijnt en het eenentwintig graden wordt is het hier niet verkeerd toeven, voor een thuisblijver.
Euforisch
Lichaam en geest
(geplaatst op 30.07.2022)
Hardlopen. Zondagochtend vroeg. Juli. Droog weer, opkomende zon, 17 graden. Oortjes in. Een playlist met van alles wat. Ondanks de muziek, of is het dankzij de muziek, weet ik hoe de stilte klinkt, wanneer ik langs het water naar Spaarndam loop. Daarna de polder in. Prachtige vergezichten die de boerderij of de kerk aan de horizon, in een rechte lijn gezien dichtbij doen lijken.
Ik ben aan het opbouwen. Met beleid iedere week een iets grotere ronde. Hoewel deze vandaag nog niet op het programma staat, weet ik na 12 kilometer, dat de halve marathon er in zit. Desnoods strompelend. De eerste van de zomer. De eerste van het jaar.
De mindset is goed. Ik heb geen verplichtingen deze dag, geen klusjes te doen. Ik kan genieten van de omgeving. Ik zie mezelf rennen, langs het water, op het fietspad door de weilanden. De koeien zien mij ook. Prachtige beesten. Glanzende huid, donkere ogen. Het laatste stuk door Haarlem-Noord. Een man, haren door de war, laat een hond uit. Verder geen mensen of verkeer. Ik pers die laatste kilometers eruit. De finish ligt voor de deur. Ik zet een tijd neer die voor verbetering vatbaar is. Ik loop uit te hijgen onder de klanken van een langzaamaan nummer. Is het de muziek? Is het de uitputting? Is het de blijdschap van de geleverde prestatie? Ik ben tot tranen toe geroerd. Ik slik een brok weg. Blik terug. Wat is Haarlem en omgeving toch mooi. Wat heb ik een prestatie geleverd.
Ik probeer dit moment bewust op te slaan. Want lichamelijk herstel zwakt het euforisch gevoel af. Helaas? Of maar goed ook? Zo open staan. Alles komt binnen. Goed voor inspiratie. Slecht voor beslissingen die beter rationeel genomen kunnen worden. Ach, die kunnen wachten tot morgen.
Ticket naar geluk
Op de vlucht
(geplaatst op 16.07.2022)
In het centrum van de stad staat bijna op elk plein een kiosk. Niet een waar iemand met de behoefte aan spectaculair nieuws, vette roddels, suiker of verkoeling terecht kan. Nee, geen kranten, tijdschriften, snoep of gekoelde drankjes. Een kiosk die uitsluitend geluk verkoopt. Hoop, tot het moment van de trekking. Wanneer de uitslag bekend is vervliegt het, of het wordt uitbetaald met een geldbedrag dat alle financiële zorgen doet verdwijnen.
Een hokje vol loten. De kans op geluk schaft de Spanjaard aan op weg naar de bakker, of zijn moeder. Hij hoeft nooit ver te lopen. Ik gun hem de hoofdprijs voor meer financiële armslag. Maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat hij het ticket nodig heeft om als een vluchteling te ontkomen aan zijn hedendaags bestaan.
Kerken
Kiezen op gevoel
(geplaatst op 02.07.2022)
Een vreemde stad in een mediterraan land. Een stad vol met kerken. Zelf ben ik niet gelovig aangelegd, toch sla ik zelden een kerk over. De buitenkant kan er eenvoudig uitzien, de binnenkant vol pracht en praal. Een bouwstijl met tierlantijntjes, het interieur sober. Eigenlijk weet ik nooit precies wat ik kan verwachten. Ik houd van dat verrassingseffect. Ik houd ook van de relatieve rust, de koelte, de bedompte lucht. Van de hectiek op de staart anno nu, stap ik over een verhoogde drempel in een wereld die ruim 500 jaar terug gaat.
De ene keer zijn er veel mensen aanwezig, de andere keer bijna niemand. Elke keer is het geluid gedempt. Hoewel ik mijn ogen uitkijk terwijl ik langzaam een rondje loop langs kapellen, beelden en schilderijen, kijk ik ook naar binnen. Ik kan met tranen in mijn ogen beweren dat het een mystieke ervaring is. Ik zie het toch meer als een hulpmiddel om even bij mezelf stil te staan.
Ik vraag me af, en ik vind dat fascinerend, hoe het mogelijk is dat al deze kerken volop in bedrijf zijn. Zelfs wanneer 60 procent van de inwoners van deze stad praktiserend gelovige is, dan nog zijn er te weinig kerkgangers om zoveel kerken draaiende te houden. Wel is die 60 procent aanhanger van hetzelfde geloof. Wellicht met hier en daar een ander accent (de slipper of de kalebas). Ik stel me zo voor dat alle inwoners van de stad zich laten leiden door een gevoel. Gelovig of niet, eenieder bevindt zich in een specifieke levensfase met specifieke gevoelens. En eenieder kan wel wat hulp gebruiken.
De kathedraal groots neergezet. Voor de ingang een plein met verschillende kleuren steen bestraat, aangekleed met een fontein. Aan de rand van het plein met het hoofd in de nek kan ik het puntje van de toren zien. De beschermheilige, die ook dienst doet als windvaan, kijkt mij in de ogen wanneer ik inzoom met mijn camera. De kathedraal is neergezet om de overwinning te vieren op een voor dit geloof vreemde macht. Het interieur is overweldigend, kosten noch moeite gespaard. Ik stel me zo voor dat de inwoner hier de dienst komt bezoeken wanneer hij zichzelf tot alles in staat acht. Op een positieve manier. Hij denkt de wereld aan te kunnen en de omgeving onderschrijft zijn gevoel.
In het kerkje, meer een kapel, in een steeg dwars op de drukke winkelstraat, zitten de drie mensen die recent iemand hebben verloren. De ruimte is donker. Het heilige beeld boven het kleine altaar staat in het licht. Het lichtpuntje trekt mijn blik. Haar treurige gelaatsuitdrukking komt overeen met die van de bezoekers die plaats hebben genomen op de kerkbanken die de ruimte voor het altaar vullen.
Het gebouw in de smalle straat, ziet er niet uit als een kerk. Ik loop er bijna aan voorbij. De deur staat op een kier. Ik duw het zware leren tochtgordijn van mij af en stap naar binnen. Een bescheiden ruimte. Met veel beelden. Baby’s, kinderen, blije volwassenen. Is dit de plaats om naar toe te gaan wanneer men gezinsuitbreiding wenst?
Een kerk met pracht en praal ingericht. Een bombastisch retabel dat alle aandacht trekt waardoor de details onderbelicht blijven. Klatergoud, blinkende kandelaren, een torenhoge monstrans. Deze plek is vast bedoeld om het leven te vieren. Hier dompelt men zich onder in weelde. De zon die haar best doet om dit te benadrukken, schijnt door de gebrandschilderde ramen. Het is een feestje om hier te mogen vertoeven.
Thuis in mijn eigen stad, zijn er weliswaar minder, maar genoeg gebedshuizen die openstaan voor rust. Ik ben van plan vaker over de drempel te stappen en dan te bedenken bij welke gemoedstoestand die kerk het beste past.
Waar is het leven?
Stilstaan
(geplaatst op 18.06.2022)
Waar het leven is? Daar heb ik normaal gesproken geen tijd voor om bij stil te staan. Dat is op zich niet erg. Vakantie is om stil te staan. En ik werk om vakantie te kunnen vieren, dus in zoverre is er een balans. Nou ja, eerder een samenhang. Dus het leven is op vakantie. Ik hoef er alleen nog maar tegenaan te lopen. Daarom houd ik zo van vakantie. Drie weken lang leven.
Met de auto naar de zon. Vroeg vertrekken, betekent tegenwoordig vrijdagavond wegrijden om de file de volgende dag rondom Parijs voor te zijn. Het is dus vanaf het moment dat wij de straat uitrijden, het gas er op. De benen strekken en plassen, doen we in combinatie met het volgooien van de tank. Tijdsefficiënt. Eenmaal Parijs voorbij kan het wat rustiger aan. De vermoeidheid slaat toe, maar het is nog te vroeg om een hotel op te zoeken. Zowel in uren, als in kilometers. In drie dagen tijd moeten we 2400 kilometer afleggen. We kunnen niet op dag één al na 700 kilometer stoppen.
Nog twee zulke dagen en de vakantie kan echt beginnen. Ik denk aan de kartonnen doos in de achterbak, waar ik de afgelopen week de inhoud Rioja van heb leeggedronken om alvast wat voorpret te beleven. De doos is nu gevuld, deskundig ingepakt met de zes boeken die ik ga lezen. De zijkanten van de doos ingesneden, zodat ik de flappen naar binnen heb kunnen vouwen tot een compact pakket. Plakband erover. Vier kilo topliteratuur. Drie boeken zijn al eerder op reis geweest. Daar ben ik verleden jaar niet aan toegekomen, weet eigenlijk niet meer waarom. Tevens ligt er in een plastic tas voor het grijpen, twee dikke reisgidsen. Eén met nadruk op cultuur en steden en één met bezienswaardige routes. We gaan optimaal leven daar.
Daar, is het gelukkig warm weer. We staan iedere dag vroeg op, om later op de dag een siësta te houden. Dat is de tijd dat ik me voor anderhalf uur terugtrek met een boek. Zal ik met de dunste beginnen? Dan heb ik er al vrij snel één uit, dat stimuleert om door te lezen.
Waar was ik? O ja, vroeg opstaan. Buiten ontbijten, de zon over de bergkam zien komen. Drie koppen koffie zoals thuis. Ook al betekent dat, dat ik onderweg ergens tussen de olijfbomen mijn blaas moet legen. Minder cafeïne bezorgt me hoofdpijn.
Erop uit! De omgeving heeft zoveel te bieden. En ik moet er niet aan denken dat we een paar maanden later op tv een reisprogramma kijken waarin onze streek wordt belicht en we ineens beelden te zien krijgen, die wij hebben gemist. Beelden waaruit blijkt dat daar het leven is. Dus kammen we de omgeving uit. Daarvoor moet ik de eerste dagen de siësta gebruiken om de reisgidsen te doorgronden. De onderste steen boven, zal ik maar zeggen. Om te voorkomen dat ik witgeschilderde kerkjes in pittoreske dorpjes door elkaar ga halen, leg ik elke toren vast door er foto’s van te maken en er een beschrijving aan te wijden in een nauwkeurig bijgehouden logboek. Ik merk dat ik tijdens de siësta daar tijd aan moet besteden, wanneer de herinnering aan dorp en kerk van die ochtend nog vers is.
Zo verstrijken de eerste twee weken. De laatste week gaan we op souvenirjacht. Voor onze volwassen kinderen, voor de buurvrouw die onze planten water geeft, voor mijn vader, voor haar moeder, voor mijn beste vriend die op de hond past. Wat geef je aan mensen die alles al hebben en dat het toch typisch Spaans is? We kunnen niet met flessen wijn aan komen zetten die ook verkrijgbaar zijn bij de Albert Heijn.
De afgelopen siësta’s heb ik slapend doorgebracht. Ik raak een beetje vermoeid, denk ik. Drie dagen voor vertrek kom ik de doos met boeken tegen. Onaangetast. Ik besluit het zo te laten. Teleurgesteld in mezelf, vraag ik me af wat kan ik doen met de resterende siësta’s. Ik neem me voor, om samen met mijn vrouw het op een zuipen te zetten. Want godverdomme we zullen leven!
Contraband
Een koffer vol
(geplaatst op 04.06.2022)
Luchthaven Sevilla doet kneuterig aan vergeleken met de uitgestrektheid van Schiphol. Niet in een slurf wanneer we het vliegtuig verlaten, maar met de trap dalen we af. Een bescheiden wandeling van een paar minuten, in tegenstelling tot de hike van vanochtend naar de meest afgelegen pier om daar te boarden voor de goedkope charter. De bagageband draait al. Eerst een ronde zonder koffers en dan komen die van ons al eerste op de band. Zelden meegemaakt. Meestal sta ik daar toch een tijdje in spanning af te wachten of onze koffers hetzelfde vliegtuig hebben genomen.
Aangezien het in Sevilla ruim tien graden warmer is besluiten we overtollige items van handbagage over te hevelen naar de koffers. Een jack, een boek. Scheelt toch minder gewicht aan de schouder op weg naar het hotel. Bij het openen van onze koffers valt ons direct op dat de zorgvuldig gelegde puzzel van plastictassen met toiletartikelen, kleding en andere items een andere aanblik heeft. Alsof de Ravensburger puzzel met de afbeelding van een zelfportret van Van Gogh nu niet door de schilder zelf, maar door Picasso onderhanden is genomen. Hoe kan de romp (de toiletartikelen, het zwaarste onderop) een onderdeel van zijn kruin uitmaken? Het kan niet door gooi- en smijtwerk bij de bagageafhandeling zijn gebeurd. We hebben namelijk elk genoeg spullen om de kans op schuiven tijdens transport uit te sluiten. Conclusie: beide koffers zijn opengemaakt. Dit kan gezien de afhandelingssnelheid niet in Sevilla zijn gebeurd. Waarom zijn onze koffers geopend? Is er iets uitgehaald? Is er iets ingestopt? Niet te lang bij stilstaan. Sevilla wacht op ons.
Om een uurtje of 11 checken we in onder de naam Van Acker. Pas in de middag kunnen we onze kamer betrekken. We gaan de stad in. Vol van eerste indrukken keren we terug. Kamer 105 laat zich openen met een elektronische keycard. Eentje die er ook voor zorgt dat het licht, de tv en de airco aanspringt als we deze in de gleuf van het kastje aan de muur stoppen. We openen kastjes, richten de koelkast opnieuw in, verhuizen wat spullen uit de koffer naar nachtkastje en badkamer, staan op het smalle balkon om uit te kijken over de straat, doen onze schoenen uit en gaan tevreden op bed liggen met een koud blikje bier. Op dat moment horen we gerommel aan de deur, die tot onze verbazing opengaat. Ik zet een diepe stem op en brom een geluid in de hoop dat het intimiderend overkomt. Er stapt een oudere man binnen, we hebben oogcontact (ik kijk boos, hij kijkt verbaasd), hij springt kwiek naar achteren. We horen hem iets van sorry mompelen en hij is vertrokken.
Is dit de man die de het pakketje zoekt dat in één van onze koffers is gestopt? Is dat de wijze waarop hij een kostbare operatie wil financieren om nog wat jaren aan zijn leven toe te voegen? We zijn te moe, om direct actie te ondernemen. We kunnen er ook wel om lachen. Gelukkig zien we er nog redelijk gekleed uit, anders was de schok nog groter geweest.
’s Avonds lopen we nog een eindje door de buurt. Bij terugkomst blijkt onze keycard niet te werken. Bij de receptie doen we ons verhaal, ook over de man die ineens in onze kamer stond. Blijkt dat hij een gast is die ook een achternaam heeft met het voorvoegsel Van. En de dame die ons vanochtend incheckte is niet de dame die meneer heeft ingecheckt. We ontvangen excuses, een glimlach en een opnieuw geactiveerde keycard. De volgende ochtend begroeten we de indringer bij het ontbijt. Hij doet zichtbaar moeite om ons niet te herkennen.
Ontbijten
Of vasten?
(geplaatst op 21.05.2022)
Ik ben niet van het ontbijten. Ik blijk daardoor aan intermittent fasting te doen. Zoals de slanke oermens, die immers niet na een heerlijke nacht slapen in een rustieke grotwoning, eventjes een uitgebreid mieren- en madenvrij ontbijt op de onbewerkte tafel kon uitstallen. Niet eten, vasten dus en daarbij vetreserves aanspreken om ergens energie vandaan te halen. Vervolgens veel bewegen, door te jagen op bijvoorbeeld een mammoet, om de hele stam te voeden. Kortom de oermens had geen last van overgewicht of andere welvaartsziektes. Nou ja, oud werd de verre voorvader nou ook weer niet.
Binnen een tijdsframe van 8 uur eet ik wel. Zonder daarbij een stopwatch te raadplegen. De overige 16 uur per dag houd ik de kaken op elkaar, of lig ik met open mond te slapen. Ik doe dit al jaren en doe kennelijk nu mee met een trend. Ik doe het niet om af te vallen. 16 uur vasten per dag zou kunnen leiden tot gewichtsverlies, tenzij je in die andere 8 uur bergen calorierijk eten tot je neemt. Ik heb gewoon geen zin om vlak na het opstaan te gaan eten. Vroeger nam ik er de tijd niet voor: opstaan en naar kantoor. En nu, waarop de afstand bed versus werkplek op de meeste dagen nog geen 6 meter bedraagt, heb ik geen lust om al kauwend achter de laptop plaats te nemen. Sowieso eet ik liever niet achter een beeldscherm. Het liefst sta ik vroeg op, ga vrijwel direct sporten en geniet daarna met een kop koffie van het afterburn effect. De werkdag kan beginnen.
Ziet het weekend er voor mij heel anders uit? Doorgaans niet. De werklaptop heeft plaats gemaakt voor mijn persoonlijke computer. Ik probeer te schrijven. Saai? In wiens ogen? Ik gedij er wel bij. En dan is er die stedentrip waarop ineens alles anders gaat. Een hotel met ontbijt.
Kilometers loop ik door de stad, proef ik sfeer, verwerk ik indrukken. Wanneer ik stilzit, schrijf ik. Naast foto’s nemen is dat mijn manier van vastleggen. Na een dag stad bevrijd ik mijn voeten uit de sneakers en val al snel in slaap. Ik slaap niet uit. Dat kan immers thuis, waar ik het nooit doe. Er wacht weer een dag om deel te nemen aan het leven in een stad in Italië, Spanje, Frankrijk. Ik vind het heerlijk om echt de tijd te hebben. Dus niet: die stad kan je binnen 2 dagen doen. Ik maak er 5 van. Ik wil opgaan in de stad. Meerdere keren door dezelfde straten lopen, steeds iets anders zien. Misschien is het de honger naar een andere cultuur, die ook de maaghonger opwekt. Want tijdens die dagen in een vreemde stad val ik wel aan op het ontbijt. Niet omdat ik er toch voor heb betaald. Inclusief ontbijt bestaat immers niet. Nee, als ik geen hap door mijn keel zou krijgen, zou ik de ontbijtzaal slechts bezoeken voor een kop zwarte oploskoffie of thee van dezelfde kleur. Mijn maag knort al, met natte haren zit ik op de rand van het bed en stop mijn uitgeruste voeten in schoenen. Naar beneden lopen, met de sleutel, met daaraan een opzichte hanger waarop het kamernummer staat, nonchalant in de hand. Het bewijs dat ik hier mag ontbijten. Het helpt natuurlijk ook dat er een ontbijtbuffet is. Het brengt mij op ideeën. Spontane trek in een gekookt ei bij het ontdekken van een met een theedoek bedekt mandje, waarin eitjes lustig dampend op mij liggen te wachten. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Harde broodjes, slappe plakken kaas, glimmend roze boterhamworst. Oe… er is ook roerei met uitgebakken reepjes ontbijtspek. Ik denk te eten wat de lokale bevolking eet. Want die eten toch niet uitsluitend een minuscuul klein zoet broodje bij een espresso in een café op weg naar het werk?
Ik geniet er van. Hoewel ik eerlijk moet zijn dat ik na twee ochtenden alles met ei oversla. Maar het brioche bolletje hapt toch weer heerlijk weg. Plak doorschijnende kaas erbij. Slok korrelige koffie. Lekker, hoor. Na de stedentrip, terug in de mij vertrouwde omgeving, ga ik met veel energie weer 16 uur per dag vasten.
Boterham met liefde
Jeugdherinnering
(geplaatst op 23.04.2022)
Woensdag. Brugklas. Eindelijk pauze. Ik diep mijn lunch op, uit het binnenste van een linnenboekentas. Linnen ja, want zo’n oerdegelijk lederen geval, daar ga ik mooi niet mee lopen. Het eten is de middag van tevoren door mijn moeder klaargemaakt en heeft een overnachting in de koelkast achter de rug. Het wordt niet beschermd door een plastic broodtrommel met elastiek. Dat is in mijn ogen nog zo’n voorwerp, waar een brugklasser niet mee gezien wil worden.
De boterhammen zitten in een plastic boterhamzakje, maat extra groot. Witte sluitstrip er omheen. Het pakje heeft zich onderdanig gevoegd naar de Bosatlas, het onbegrijpelijke boek Getal en Ruimte en de al even moeilijk voor te stellen verhalen gebundeld in de bijbel.
Inhoud: een dubbele zonder boter, met gebakken ei met daarop geconcentreerde zwarte vlekjes peper. Het vaatje peper bij ons thuis, leeft een onvoorspelbaar leven. En een dubbele met boter en twee door mam zelf gesneden plakken ontbijtkoek van verschillende diktes. Soms zijn de boterhammen ten opzichte van elkaar gaan schuiven en kleeft een deel van de rand van de ontbijtkoek aan de boterham met ei. Soms brokkelt een deel van het beleg af om zich te verzamelen op de bodem van het zakje. Een mengsel met een bijzondere smaakcombinatie. Nooit gooi ik mijn lunch weg, ook niet de losse onderdelen. Ik eet alles op.
Na de brugklas te hebben overleefd, mocht (of is het moest?) ik zelf mijn brood smeren. En als het niet zo bewerkelijk was geweest, had ik tot het eindexamen aan toe op woensdag gebakken ei met ontbijtkoek voor lunch gegeten.
Keukenlade
Memorabilia
(geplaatst op 09.04.2022)
Eens in de zoveel tijd controleer ik de inhoud van mijn keukenkasten. Omdat het zonde is om eten weg te moeten gooien en omdat het interessant kan zijn om weer eens na te gaan wat er überhaupt in die kastjes zit opgeborgen.
Neem het smalle keukenkastje. Het deurtje klapt niet open als ik aan het handvat trek. Nee, het schuift naar voren. Op de bodem van de lade bevinden zich potten pindakaas en ijzerhoudende stroop. De pakken twee-voor-de-prijs-van-één rijst. Dat wordt een race tegen de houdbaarheidsdatum, zie ik. En voor bij de borrel de zakken ribbelchips in diverse smaken. Kortom, een fijn kastje. Het voelt goed om een voorraad te hebben.
Hetzelfde kastje kent ook een binnen-lade, pas zichtbaar als het paneel naar voren is getrokken. Wanneer ik ook deze lade uittrek, openbaart zich de inhoud. Elastiekjes die niet in de kantoorboekhandel zijn aangeschaft, maar onderdeel waren van een grotere aankoop. Een magneet van een stadspoort van een Spaanse stedentrip van zo’n zes jaar geleden. Kaartjes van kledingmerken, die met een touwtje en een veiligheidsspeld aan het label gehecht waren. Zo’n speld kan altijd van pas komen. Sluitstrips voor boterhamzakjes. Voor mijn gevoel zitten er altijd meer strips bij, dan dat er zakjes in de verpakking zitten. Satéstokjes. Die zocht ik laatst nog. Een tube Bison Kit secondelijm. De dop zit muurvast. Wanneer ik met mijn duim op de zijkant van de tube druk lijkt de lijm nog vloeibaar te zijn. Een paar originele munten uit een vakantieland, dat al lang en breed is overgegaan op de euro. Spaarzegels voor Oranje-prullaria EK 2012 in Polen en Oekraïne. Niet voor niets ver weggestopt. Drie verlopen OV-chipkaarten. Wie weet staat er nog saldo op. Keycords, toen keycords nog in waren. En een losse sleutel: slot onbekend.
Een kroonkurk van La Chouffe. Ik drink regelmatig dit kabouterbier, waarom ik juist deze kroonkurk heb bewaard is me een raadsel. Datzelfde geldt voor de twee uitgedroogde kurken. Ooit ter afsluiting van flessen met daarin ongetwijfeld heerlijke rode wijn, op eikenhouten vaten gerijpt. Het kan ook een slobberwijn geweest zijn. In ieder geval heb ik deze wijn gedronken op twee memorabele avonden. Of misschien was het er één. Dat zou ook kunnen verklaren dat het me niet te binnen wil schieten wat die uitzonderlijke gelegenheid was.
Weggooien gaat natuurlijk niet. Je zal zien dat wanneer ik de vuilniszak in de ondergrondse container heb gedumpt, het me die avond te binnen schiet ter gelegenheid van welke gebeurtenis ik de kroonkurk en kurken heb bewaard. Ach, en die andere spullen liggen toch ook niet in de weg en kunnen misschien ooit nog van pas komen. Er is zelfs nog wat ruimte over in de lade om meer herinneringen in op te slaan. Ik verheug me al op de volgende doorzoeking.
Huiswarmte
Een maatje
(geplaatst op 26.03.2022)
Hij mist huiswarmte. Het gaat hem niet om een droog gestookt huis bij binnenkomst. Hij verlangt niet naar de subtropische temperaturen van een bejaardentehuis. Hij smacht naar een enthousiaste begroeting wanneer hij het huis binnen stapt. Naar iemand die op hem zit te wachten, die tegen hem aan begint te praten, die aanbiedt om koffie te zetten.
Hij wil kunnen mopperen. Over het barre weer, over het politieke klimaat. Iemand om tegen te verzuchten dat hij moe is. Zo moe. En dat die iemand, hem dan even een arm om de schouder slaat.
De zoutjes smaken zoveel beter, met z’n tweeën op de bank. Wijn drinken. Niet om te verdoven. Nee, om samen die tinteling te voelen. Tevreden smakkend. Commentaar leveren op de detective op tv. Na een half uur vertellen wie het volgens hem gedaan heeft. Geen mededeling in het niets.
De thermostaat op tweeëntwintig, een plaid voor over zijn benen, de elektrische deken al vast aangezet. Tevergeefs. Uitsluitend aanspraak, kan de kilheid verdrijven.
Vinylliefhebber
Struinen
(geplaatst op 12.03.2022)
Wat zou het zijn? Vijf jaar geleden? Nee, veel langer. Er zit geen garantie meer op. Eerder negen jaar geleden, toen ik een muzieksysteem, een mini-streaminginstallatie kocht. Met een aparte draaitafel.
Vroeger, hadden we een draaitafel in de woonkamer, bovenop de lijvige stereotoren. Papa’s domein. Waar, vooral op zondag voordat overgeschakeld werd naar Langs de lijn, Franse chansons uit de speakers klonken en uiteraard Don McLean. Niet direct mijn eerste keuze. Daarvoor moest ik naar mijn slaapkamer. Daar stond een kofferpick-up aangesloten op een kolossale radio met groen kattenoog. Ooit in het bezit van mijn grootouders. Ik was blij dat ik op mijn kamer mijn Engelstalige muziek kon draaien. Luisteren, fonetisch meezingen, borstel in de hand.
Ik was altijd op zoek naar koopjes. Aanbiedingen in de bakken van de V&D, of singles die net de Top40 hadden verlaten en met een kortingssticker in een rek achterin de platenwinkel stonden. Mijn geld ging op aan vinyl, niet aan het sparen voor een betere installatie. Inmiddels had ik wel de leeftijd bereikt dat ik zelf de platenspeler in de woonkamer mocht bedienen, onder de voorwaarde dat ik de koptelefoon gebruikte, want niemand anders zat op Kiss te wachten. Zo kon ik met mijn vingers op de play en record knoppen van het cassettedeck, liedjes opnemen, vooral van platen die ik van anderen had geleend.
Toen kwam de cd. Oh, dat is zo makkelijk. Wie wil er nog vinyl? Mijn vader deed zijn platenverzameling van de hand, ik weigerde categorisch. Mijn verzameling heb ik meerdere keren verhuisd naar een woning zonder pick-up. Tot negen jaar geleden dus. Mijn platen vanuit de berging naar de woonkamer en één voor één op de draaitafel. Een groot deel van mijn jeugd trok voorbij. Ik was direct verkocht. De jacht was weer geopend.
Op zoek naar nieuwe, gebruikte platen. Koninginnedag, kringloopwinkels, rommelmarkten. Ik ben blij met de opleving van vinyl. Niet alleen omdat elke zichzelf respecterende artiest tegenwoordig zijn songs op vinyl uitbrengt, maar ook omdat er meer winkels zijn dan voorheen waar tweedehands platen te koop worden aangeboden. Zo’n muf ruikende zaak, die in de winter slechts op één punt verwarmd wordt door een gaskachel vlakbij de toonbank, de plaats waar de eigenaar het meest vertoeft. Ik houd ervan. De beduimelde hoezen, hier en daar een vouw, de hoeken versleten met soms de naam van een vorige eigenaar op de achterkant geschreven. Het doet me denken aan feestjes bij iemand thuis waar we singles meenamen om af te spelen. Meerdere exemplaren van Paradise by the dashboardlight. Uiteindelijk wil je wel naar huis met de platen waarmee je gekomen bent.
Natuurlijk zou een single zonder naam op de hoes, zonder butsen, zonder krasjes meer kosten en misschien later meer op moeten leveren. Ik ga echter niet voor het mint-exemplaar. Ik ga voor het verhaal. En ja, dat verhaal verzin ik er doorgaans zelf bij. Uren kan ik struinen door de bakken. Voorovergebogen, rek me extra lang uit. Ik ga er voor op mijn knieën. Veelal is het woekeren met de ruimte en dus moet ik goed opletten of er in een of andere hoek niet nog een kist staat met jeugdsentiment. Ik koop van artiesten waarvan ik de liedjes die ik vroeger op de radio hoorde, meezong. De artiesten waarvan ik het vinyl destijds niet kocht, vanwege beperkt budget, en omdat ik er niet publiekelijk vooruitkwam dat er wel degelijk prachtige Nederlandstalige liedjes werden gemaakt. Kortom, ik breid mijn collectie vinyl herinneringen uit. Mijn gehersenspoelde herinneringen. Verleden week fietste ik met een gelukzalig gevoel naar huis, in mijn krat een net gekochte gebruikte lp. Ik zong zachtjes:
A long, long time ago
I can still remember how that music used to make me smile
Had ik toch maar mooi eventjes de lp van Don McLean gescoord.
Er bij willen horen
Aanpassen
(geplaatst op 26.02.2022)
Gerard is nieuw dit seizoen. In de stad en bij de club. Op het inschrijfformulier plaatst hij in het vakje toelichting zijn motivatie alsof het een sollicitatie betreft.
Ik wil dolgraag weer gaan voetballen. Omdat ik zo van het spelletje houd. Maar ook voor het sociale aspect. Ik ben een bevlogen rechtshalf van origine, ik heb een goede conditie. Ik denk een waardevolle bijdrage te kunnen leveren aan een van de lager ingedeelde teams.
En met lager ingedeeld kom je bij ons uit. We kunnen elk seizoen wel een extra mannetje gebruiken. Niet dat er heel veel van ons stoppen, wel zijn er steeds meer van ons geblesseerd.
We trainen niet, we spelen op zondag competitie. Rond verzameltijd komt een voor ons onbekend persoon, lang slank lijf, in casual Friday outfit de kantine binnenlopen. Lichtblauwe bodywarmer, vouw in de steenrode pantalon, leren schoenen. De kleurrijke verschijning zegt Gerard te heten en is op zoek naar het vijfde. Gevonden. Een paar van ons fronsen de wenkbrauwen. Ons team is een samenraapsel van buitenstaanders, afvalligen uit hoger ingedeelde teams, solisten en druktemakers met toch een zekere samenhang. Buiten het veld dragen we weliswaar niet hetzelfde tenue, toch is er sprake van een zekere mate van uniformiteit. Een hemelsblauwe rompwarmer, een bruinrode corduroy broek en cognackleurige instappers maken daar geen onderdeel van uit. Gerard schudt handen alsof hij ons uitsluitend de afgelopen zomer heeft moeten missen.
In de kleedkamer pakt hij brutaal het shirt met nummer vier. Onze laatste man wijst hem terecht. Gerard eindigt met nummer 19 op zijn rug. Maar hij is niet uit het veld geslagen. Hij lacht het hardst om de verhalen van de druktemakers, vult uit zichzelf de lege bidons. Wanneer we aanstalten maken om naar het veld te gaan, pakt hij het rekje met de bidons, de tas met ballen en vraagt naar de pionnen om de looplijnen uit te zetten voor de oefeningen tijdens de warming-up. Wij vinden het een wereldgrap, hij lacht vertwijfeld met ons mee. Zonder pionnen loopt hij als een dolle over de breedte van het veld. We voorzien hem van de goede raad om vooral nog wat adem over te houden voor de wedstrijd zelf. Onze gebruikelijke rechtshalf is te laat. Gerard staat basis.
Tijdens de wedstrijd blijkt dat hij de hele rechterkant bestrijkt. Een indrukwekkend loopvermogen. Een beren conditie. Een voorbeeld voor velen. Op dat punt. Qua inzicht is het echter bedroevend gesteld. Hij loopt gaten dicht, waar hij ze open moet trekken. Hij heft buitenspel op, terwijl hij niet in de laatste linie had moeten lopen. Hij hindert onze spits bij het koppen vanuit een corner. Hij is te laat met het inzetten van een sliding waardoor hij bijna geel pakt. Hij speelt de bal te zacht terug op de keeper waardoor er gescoord wordt. Hij is gauw afgeleid door opmerkingen langs de lijn. Langsrijdende auto’s, het slaan van de kerkklok, het doorbreken van de zon. Dat ‘weer gaan voetballen’ op het inschrijfformulier betekent zeker dat hij na de smurfen op zesjarige leeftijd is gestopt. Toen hij zich misschien aan de rechterkant van het veld bevond, afgezonderd van het kluitje spelers en de bal, voorovergebogen gras stond te plukken, op zoek naar een klavertje vier. De tweede helft mag hij uitrusten in de dug-out.
Na afloop zitten we vermoeid in de kleedkamer, tevreden met een punt. Gerard komt binnen met een krat bier. We proosten op de wedstrijd. Op onze nieuwe speler, hoewel er twijfels bestaan of we een match hebben.
Een week later verschijnt Gerard in legergroen spijkerjack, vaal blauwe spijkerbroek en smetteloos witte sneakers. In de kleedkamer pakt hij het shirt met nummer 19 en vult later de bidons met water. Hij is minder aanwezig met zijn lach, de warming-up doet hij minder fanatiek. Tijdens het spel is er nog veel ruimte voor verbetering. In ieder geval blijft de te korte terugspeelbal dit keer uit. En na de wedstrijd is er een krat bier. Het lijkt het begin van een goede traditie.
Naar de wedstrijd toeleven
Bijgeloof
(geplaatst op 12.02.2022)
Het is niet dat hij het nodig heeft en hij kan best zonder. Ach, baat het niet dan schaadt het niet, denkt hij. Dus een thuiswedstrijd op zondag, die om elf uur aanvangt, brengt met zich mee dat hij uiterlijk om zeven uur opstaat. Daarmee creëert hij tijd. Tijd om te douchen, waarna hij zijn geluksonderbroek aantrekt. Tijd om zes bruine boterhammen weg te werken. Waarvan minstens de helft met zoetigheid, afkomstig uit glazen potjes die hij de rest van de week niet aanraakt. Nu moeten de suikers voor extra energie zorgen. Het vezelrijke ontbijt spoelt hij weg met drie koppen zwarte koffie. Ook de cafeïne wordt omgezet in energie en in druk op de ingewanden. Het is immers de bedoeling dat hij voor vertrek deze minstens drie keer leegt. Bij minder dan drie weet hij dat hij op de club op zoek moet gaan naar een schoon toilet met wc papier. Niet een fijn vooruitzicht.
De banden heeft hij gisteren opgepompt. De sporttas past in de krat voorop van zijn transportfiets. Rustig peddelend legt hij de weg af naar het voetbalveld. Aan tempo en temperatuur ligt het niet, maar hij schiet al gauw door zijn deo heen. Geen probleem, want hij heeft expres een oud t-shirt aangetrokken voor de heenweg. Een schone zit in de tas voor de derde helft. Wedstrijd-spanning. Niet te vermijden. En wellicht noodzakelijk, om op scherp te staan.
Ruim vóór het aanbreken van de verzameltijd loopt hij de kantine in. Hij drinkt nog een traditioneel bekertje rooibosthee. Wanneer iedereen zich heeft gemeld is het richting kleedkamer. Aan de lange zijde, plaatst hij zijn tas in het midden op de houten bank. Als een van de eerste duikt hij in de gezamenlijke kledingtas. Altijd hetzelfde shirt. Nummer 12 met een basisplaats. Daarna op zoek naar een short dat ruim genoeg is en nog voorzien is van een koordje. De sokken maken niet uit. Die zijn allemaal moeilijk over de scheenbeschermers te krijgen. Eerst de linker kous aantrekken, dan de rechter.
De rechterknie zet hij in de vaseline. Ja, hij is linksbenig. Dus met slidings schraapt zijn rechterknie over het turf waarbij het vel achterblijft en de rubber korrels zich in de huid nestelen. Vaseline moet een bloedende knie voorkomen. Een geschaafde knie betekent de komende dagen liggen in bed op een oversized handdoek om niet vast te kleven aan het laken. Net vóór de volgende wedstrijd is de wond dicht. De huid is dun, het pigment verdwenen.
Zo’n vier a vijf spelers mogen het hoogste woord hebben in de kleedkamer. Hij lacht op gepaste momenten, mompelt zo nu en dan een bevestiging. Bij het betreden van het veld, overigens nooit als laatste, gaat hij in looppas soepel door de knieën om even met zijn rechterhand het veld, binnen de lijnen, aan te raken.
De loopoefeningen van de warming-up doet hij afgesloten van de buitenwereld. Tijdens het rekken en strekken maakt hij een geintje. Lachen ontspant. Dan nog wat overschieten met drie medespelers en niet te vergeten een keer of twee op leeg doel schieten. Het hoeft niet mooi te zijn. Doeltreffend volstaat. Wanneer de scheids komt aanlopen, trekt hij zijn trainingssweater uit, legt twee knopen in de linkermouw en gooit het op de stapel die zich in de dug-out heeft gevormd. Eindelijk. De wedstrijd kan beginnen.
Maar om te beweren dat hij al deze rituelen nodig heeft om een goede wedstrijd te spelen. Nou nee. Toch, als hij terugkijkt naar zijn inbreng en hij moet de conclusie trekken dat het label ‘bedenkelijk niveau’ erop geplakt kan worden, betekent dat voor hem dat hij één van de handelingen niet nauwkeurig heeft verricht. Het betekent ook dat er hoop is. Volgende week gewoon alles goed uitvoeren, dan gaat het vanzelf beter.
Winnen is belangrijk
Ode aan jezelf
(geplaatst op 29.01.2022)
Dat stomme geleuter. Over dat mee doen belangrijker is. Het kan toch niet zo zijn dat:
· je een jaar aan het voorbereiden bent;
· je naaste omgeving rekening heeft moeten houden met je chagrijnige humeur en je loop- en eetschema’s;
· je elk drankje en gebakje heb laten staan;
· je tot vervelens toe pasta hebt gegeten;
· je met je neus dicht geknepen bietensap hebt gedronken;
· je als eerste weg bent gegaan op feestjes;
· je vuistdikke boeken hebt gelezen over de weg naar succes;
· je kilometerslange trainingen in weer en wind hebt volbracht;
· je een vermogen aan schoenen, kleding en kleverige gels hebt uitgegeven;
· je de steeds weer terugkerende vraag ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig’ heb weten te beantwoorden door die ene dag als doel te stellen;
· je elk pijntje als een hypochonder hebt gegoogeld en verzorgd;
· je tot saai persoon bent verklaard omdat je nog maar over een ding kon praten;
om dan op de dag zelf, te beweren dat meedoen belangrijker is.
Onzin! Winnen is belangrijk. Het gaat niet om als eerste over de streep te komen. Nee, het gaat om de overwinning op jezelf. Fysiek en mentaal. Mind over matter. Die dag ga je er voor. Met de gedachte aan al die ontberingen die je het afgelopen jaar heb moeten doorstaan, loop je 42 kilometer en een beetje. Die dag wordt een ode aan jezelf. En aan de mensen die nog wel met je willen omgaan.
Supporters
Druk opvoeren
(geplaatst op 15.01.2022)
Een panda met een mondkapje. De duivel met een drietand. Een Borat in een mankini strak door de bilnaad getrokken. En uiteraard veel, meestal ietwat gedrongen mannetjes, wel of niet met ontbloot bovenlijf en een vlag in hun hand, die gaan rennen naast de fietsers bergop. De wielrenner, er gaat wat door zijn hoofd.
Een blanke man met oranje baard en een verentooi. Een dame met een kaas en haar zoon met een schuimrubberen klomp op het hoofd. Niet in detail waarneembaar voor de spelers op het veld. Neem ik aan. Ik realiseerde me dat mijn kans, om dat te controleren, voorbij was, toen alle geselecteerden voor Oranje op een gegeven moment jonger waren dan ik. Dat ik toen even niet voetbalde, doet niet ter zake.
De supporters, een apart fenomeen. Ze zijn belangrijk. Ze kunnen de sporter net even die extra boost geven. Neem mijn vriendin. Wanneer ik een marathon loop in Amsterdam, verschijnt ze maar liefst vier keer op verschillende plekken langs het parcours. Feilloos weet ik haar te ontwaren in de mensenmassa. Nee, ze is niet verkleed. Ze staat daar als zichzelf. Oogcontact, zwaaien, aanmoedigingen. Daarna loop ik lichter. En net vóór het vierde ontmoetingspunt, in de buurt van het Amstel Hotel, nog zo’n zes kilometer te gaan, recht ik mijn rug, veeg het kwijl van mijn mond en trek een grimas die door moet gaan voor een glimlach. Achteraf vertelt ze me dat ze zag dat ik er doorheen zat. Wanneer ik de atletiekbaan van het Olympisch stadion oploop, hoor ik René Froger uit de speakers zingen dat ‘dit het moment is’. Tot tranen toe geroerd, dat is wat uitputting met me doet. Ik pers er nog een versnelling uit voor een montere finishfoto. Even later vindt mijn vriendin me gebroken op het plein voor het stadion. Ik sluit haar dankbaar in mijn armen en leg wat van mijn gewicht op haar schouders.
Op zondagochtend, zesde klasse. Linkshalf. Ik maak nog meer meters wanneer ik mijn kinderen langs de lijn zie staan. Makkelijk te herkennen als enige publiek. Ik wil niet afgaan. Nog liever wil ik dat ze trots zijn. En met mijn capaciteiten houdt dat in, dat ik extra hard moet werken. Een schouderduw, een kopduel, een sliding. Kijk papa bikkelen.
Een bijzondere gewaarwording. Er komen bekenden speciaal naar mij kijken hoe ik mijn hobby uitoefen. Enerzijds streelt het mijn ego. Anderzijds voert het de druk op. Ik wil ze niet teleurstellen, niet het gevoel geven dat ze hun tijd aan het verdoen zijn. Komen ze ooit nog een keer kijken?
Vliegreis
Genieten
(geplaatst op 01.01.2022)
Ik ben een van de eersten die het vliegtuig in mag. Het ruikt bedompt. Het doet mij denken aan een achtergelaten bezemschone kleedkamer na 90 minuten bikkelen op een modderig veld. De kist is weliswaar net schoongemaakt van de vlucht hier naar toe. Maar de geur van elf uur transpiratievocht, laat zich niet zo een-twee-drie maskeren. Kunnen ze niet, zoals op de broodafdeling van de supermarkt, lucht via de airco verspreiden die ruikt naar vers gebakken brood? Ja, hier hoeft niets meer verkocht te worden. Lavendel mag ook, hoor. Een geur die ik associeer met buiten zijn, zin in het leven hebben. Hoewel ik nu ineens moet denken aan linnen geurzakjes in de kledingkast van mijn overleden oma.
Waarom ik deze keer wel naar de steward kijk terwijl hij de instructies geeft wat te doen in een noodgeval, weet ik eerlijk gezegd niet. De passagier voor me, probeert de ligstand van de stoel uit, zodra we stabiel vliegen. Mijn knieën prikken in zijn leuning. Kennelijk niet oncomfortabel voor hem. De stand van zijn stoel blijft de rest van de vlucht ongewijzigd. Ik zit aan het raam. Ingesloten. Links, uitzicht op een vleugel. Rechts, twee passagiers. Mijn naaste buurman is een gewiekste reiziger. Hij heeft zijn ellenboog op de gedeelde leuning geplaatst.
Het eerste uur wat onwennig. Verkennend om me heen kijken. Ik scrol door het gehele aanbod films en series. Probeer nergens aan te denken. Hoe ging die ademhalingsoefening ook alweer? Na drie keer diep inhaleren, klinkt er geroezemoes. De trolleys verschijnen in het gangpad. Afleiding. Een warme maaltijd. De aspirant kok die zich daar tegen aan heeft bemoeid, is waarschijnlijk van de opleiding verbannen. De groente, tot snot gekookt, kan uitsluitend met een lepel gegeten worden. De kip taai gesmoord, waardoor de kans op parasitair leven in ieder geval geslonken is tot nul. Het suikergehalte van het jelly-achtige toetje, houdt een twaalfjarig kind de rest van de vlucht wakker. De drank is echter uitstekend, want er zit alcohol in. Dat de wijn, niet naar wijn smaakt is van ondergeschikt belang. De drank doodt wat er nog aan bacteriën in mijn maagdarmkanaal aanwezig is. Bovendien, geeft het een warm comfortabel gevoel waardoor voor even, heel even, het restant van de nog geen kwart genuttigde maaltijd voor me, me niet doet grijpen naar de papieren zak. Twee slokken later hoop ik toch echt dat er snel een stewardess komt om het dienblad met het nog nagloeiende goedje, te verwijderen. Ik bestel nog een plastic flesje wijn, wanneer het dienblad wordt opgehaald. De keerzijde van het verhaal is, dat ik een uur later door al dat vocht moet plassen.
De weg naar het toilet leg ik struikelend af. De verstrekte kussens en dekentjes liggen overal behalve onder of over de slapende passagiers. Zij wel. De gelukvogels. Misschien kan ik nog iets te drinken bietsen, achterin het vliegtuig. Een extra borrel in de hoop op uitval van de spieren waardoor ik, wie weet, even een dutje kan doen. Ik wring mijn lichaam de toiletruimte in. Staand plassen is vanwege de turbulentie geen optie. Ik wrijf de toiletbril met wc papier droog, mijn hoofd tikt tegen de wand van de cabine. Ik leg er voor de zekerheid nog twee stroken papier op en ga zitten. Knieën tegen de deur. Bovenbenen tegen elkaar. Wc papier gebruiken kan enkel staand. Geen ruimte om er op andere wijze bij te komen. Doortrekken met de deksel op de pot. Anders vrees ik lichaamsdelen te verliezen, door de zuigkracht. Pies en hoop worden het luchtruim ingeschoten.
Terug in mijn stoel weet ik mijn boek uit mijn tas te krijgen, welke onder de stoel voor me staat. De films spreken me niet aan. Ik probeer te lezen, terwijl de rest van mijn omgeving slaapgeluiden produceert. Zelfs mijn twee rechterburen zijn alweer ingedommeld nadat ze voor mij moesten opstaan. Een hoofdstuk verder, bij schaars licht. Ik kom plotseling los van de zitting, het uitstekende knopje van het luchtsysteem test de hardheid van mijn schedel. Zuurstofmaskers donderen omlaag. De lichten gaan aan. Iedereen is wakker. Meerdere kinderen huilen. Helaas niet in harmonie. De een valt even stil om adem te halen, de ander zet direct in. Misschien is dat wel samenspel. Nog eens naar de geplastificeerde kaart kijken met de vluchtroutes. Nu ben ik toch blij dat ik niet bij de nooduitgang zit. Ja, daar is wel meer beenruimte. Maar ik heb liever niet de verantwoordelijkheid. Bovendien wil het niet zeggen dat je als eerste het vliegtuig kan verlaten. Want ik kan me zo voorstellen, dat in geval van nood het er niet ineens beleefder aan toe gaat, dan bij het regulier verlaten van het vliegtuig. We stuiteren nog een paar keer in onze stoelen. Ik denk aan een kermisattractie die ik tot nu toe heb weten te mijden. Zo rond Koningsdag heb ik meestal last van mijn rug. De maskers zijn bij nader inzien niet nodig, wordt ons verzekerd vanuit de cockpit. Ben benieuwd naar de blikken in de ogen van de piloten. Die van de bemanning is neutraal. Alhoewel de twinkeling in hun ogen is verdwenen, de op hun gezicht gebeitelde glimlach uiteraard niet. De boel stabiliseert, behalve de luchtdruk in mijn linkeroor.
Een daverend applaus. We zijn aangekomen op de eindbestemming. Het vliegtuig rolt de laatste meters naar de gate. Passagiers springen op, lockers worden geopend. De mensen in het paard van Troje zetten zich schrap. Nu komt het er op aan. Bij het eerste kiertje licht dat naar binnen valt, zijn ze van plan naar buiten te stormen. Geen beleefdheidsvormen meer. De vlucht van elf uur gedeelde ellende, schept geen band met vrijheid in het verschiet. Dan is het eenieder voor zich. Ook al betekent het dat je elkaar over twintig minuten weer zal ontmoeten, wanneer we nog een half uur staan te wachten op de bagage.
Stadswandeling
Samenzijn
(geplaatst op 18.12.2021)
Een onbekende omgeving weet mij voort te drijven. Urenlang wandelen door een nog te ontdekken stad. Nog even tot het eind van deze straat en kijken wat er om de hoek te zien valt. Een stad die haar geheimen aan mij nog niet heeft prijsgegeven. Historische gebouwen, nauwe straatjes, verstopte binnenplaatsen. En wat ik zeker zo interessant vind is het in mijn ogen afwijkende winkelaanbod.
Ik tel drie kruideniers in een steeg. Van het type fruitjuwelier, waar de appels opgewreven worden en liggen te glimmen in de plastic bakken. De licht zoete geur van de uitgestalde vruchten doet me geloven dat een gezond leven binnen handbereik is.
Een hoedenwinkel, voor een hoofddeksel op maat. Omdat hier niet uitsluitend voor een bruiloft of uitvaart het hoofd gesierd wordt, veronderstel ik. Ik zie in het straatbeeld vele dames en heren zich met bedekt hoofd voortbewegen. En niet alleen 60-plussers.
Een meubelmakerij. De winkel rechts. Twee houten stoelen in de etalage. Een voltooid, een waarvan de biezenzitting ontbreekt. De werkplaats links. Openstaande deur, houtkrullen op de vloer, klassieke muziek klinkt zachtjes wanneer de freesmachine zwijgt.
Veel kleermakers. Zijn de stedelingen hier zuinig op hun kleding? Wordt de broek drie keer uitgelegd om het verlies aan taille te ontkennen? Het is immers nog steeds dezelfde broek, dezelfde maat, als twee jaar geleden.
Ongeacht welke stad ik bezoek, zijn daar op een weekenddag de dames, ietwat op leeftijd, met praktische kapsels. Stevige schoenen aan, rugzakje om met de nodige van huis meegenomen proviand. Keycord om de nek met daaraan vast het geplastificeerde kaartje met daarop de af te leggen route door het stadshart. Het tempo ligt hoog. Gelijk het aantal decibel. Is het doel de route zo snel mogelijk af te leggen, of ook iets bewust te zien van de omgeving? Kwebbelen lijkt het allerbelangrijkste. Naast elkaar lopen, maakt het praten gemakkelijk. Niet zien wat de ander zegt. Zelf niet bezig zijn hoe je lichaam zich verhoudt tot de woorden die je uitspreekt. Het samenzijn met die ene vriendin is wellicht het hoogste doel. Ik loop immers ook het liefst naast jou, door een ons onbekende stad. Hardop delen we indrukken en fantaseren verhalen.
Zebrapaden
Liever met z’n tweeën
(geplaatst op 04.12.2021)
Wanneer ik in mijn eentje een wandeling door de stad maak, mijd ik zebrapaden. Ik weet niet hoe ik mij hoor te gedragen, als ik een gestreepte oversteekplaats nader en er zijn auto’s op de weg. Ik voel me bekeken. De spiedende blik achter het spiegelende raam, scant me. Ziet hoe timide, of zelfbewust, hoe vriendelijk of arrogant ik me gedraag. Alles valt af te lezen aan mijn houding.
Verschillende scenario’s spelen zich af in mijn hoofd. Stel, ik kom aanlopen en ik zie dat de auto vaart mindert. De automobilist gebaart zelfs dat ik kan oversteken. Is dat het moment dat ik mijn hand even opsteek? De hele, of nonchalant twee vingers? Bij wijze van bedankje. Hoewel de bestuurder strikt genomen de regels volgt. Een zichtbaar compliment dan. Moet ik daarna nog een soort van versnelling laten zien? Een hupje, gevolgd door een looppas? Om aanschouwelijk te maken dat ik rekening houd met de haast van de automobilist en het cadeautje niet licht aanvaard. Ondertussen voel ik mij sowieso ongemakkelijk. Ik houd immers het verkeer op.
Stel, ik kom aanlopen en de auto lijkt niet af te remmen. Zet ik brutaal een stap op de weg, op de witte baan, om mijn recht op voorrang op te eisen? Of houd ik mijn pas een beetje in, in de hoop dat hij gas geeft en voorbij is gereden voordat ik bij de stoeprand ben aangekomen? Of behoud ik mijn tred en blijf ik gedwee afwachten aan de rand van de stoep en vloek ik binnensmonds indien de auto doorrijdt? Deels kwaad op de asociale bestuurder, deels op mijn laffe zelf.
Ik doe aan auto-profileren. Van een getunede auto verwacht ik niet, dat hij stopt, tenzij het zebrapad verhoogd is. Van een degelijke familie auto, verwacht ik het goede voorbeeld. Van een bestelbusje beplakt met letters van een koeriersbedrijf, verwacht ik extra gas. En ongeacht hoe de auto er uit ziet, ben ik extra alert als ik een bestuurder met hoed gewaar word. De focus van de oude van dagen richt zich op het stukje weg recht voor hem. Tunnelvisie. De mensen op het trottoir zijn buiten scope.
Hoe anders gedraag ik me, wanneer ik samen met mijn vriendin door de stad loop. Ik ga geen zebrapad uit de weg. Dapper neem ik het initiatief. Ik dwing af, daar waar nodig. Ik groet dat het een lieve lust is. Ondertussen gezellig pratend, weet ik me een houding te geven. Zelfvertrouwen put ik uit haar aanwezigheid naast me. Samen kan ik zebrapaden aan. Ik mag gezien worden. Of kijkt er nu toch niemand meer naar mij?
Een gemiste kans
Belangeloos goeddoen
(geplaatst op 19.11.2021)
Ik ben een vroege hardloper. Ruim vóór zessen verlaat ik het huis om in totale eenzaamheid een ronde hard te lopen. De wereld moet nog ontwaken. Het is najaar, richting winter. Ruim boven nul, maar ik heb reeds een muts op. Een zwart omhulsel, een condoom, een badmuts. Niemand die me ziet. De meeste lichaamswarmte verlies je via je hoofd, heb ik ooit ergens gelezen. De reden waarom er zelfs tijdens de zomervakantie een muts in mijn rugzak zat, toen ik nog wild en avontuurlijk kampeerde.
Thermo shirt, running tight, hardloopjack en die muts dus. Ik zal het niet koud krijgen. Hoewel ik nooit twee keer achterelkaar dezelfde route loop, zit er de afgelopen paar keer eenzelfde lus, aan de spontaan gekozen routes. De laatste meters die ik nog moet maken om op een mooi rond aantal kilometers te eindigen.
De lus leidt mij langs een bushokje. De eerste keer valt me direct op dat de glazen wanden beslagen zijn. Ik zie een fiets tegen het zijschot geparkeerd, met een krat voorop, gevuld met tassen van de dichtstbijzijnde supermarkt. Wanneer ik langs de voorkant van de abri ren, schrik ik. Er ligt iemand opgekruld op het bankje.
Ik laat het hokje met mijn gedachten, achter me. Waarom klopt hij niet aan bij de nachtopvang in het centrum? Is dit zijn manier om te kiezen voor vrijheid? Dat ik van de persoon een man heb gemaakt, komt door de herenfiets, die vast van hem zal zijn. Uit de baal kleding die het lijf aan heeft en de onmogelijke positie van het lichaam, kan ik niet opmaken tot welke sekse het behoort.
Twee dagen later herhaalt zich het tafereel. Het komt mij al iets vertrouwelijker voor. De man - niet twijfelen - behoort tot het straatmeubilair. Zou hij wel te eten hebben, vraag ik me een uur later af, terwijl ik fris gedoucht een stapel boterhammen wegwerk. De volgende keer, dan voltooi ik mijn ronde, ga thuis een paar boterhammen smeren, stop ze in een broodzak en ren nog zo’n 500 meter, terug naar de bushalte. Ik hoef hem niet wakker te maken. Ik zet de zak naast hem neer, of stop het in de krat van de fiets. Ik hoor mezelf tevreden smakken. Ik voel me goed als aanstaande weldoener.
Een derde ontmoeting blijft echter uit. Ik houd mezelf voor, dat ik blij voor hem ben. Het is immers een paar graden kouder geworden, hij heeft vast gekozen voor de nachtopvang met ontbijt. Toch bekruipt me een gevoel van teleurstelling. Er is me een kans ontnomen om goed te doen. Het gaat kennelijk ook om mijn belang.
Op het randje van de dood
Een voorstelling van zaken
(geplaatst op 06.11.2021)
Net zo makkelijk fantaseer ik over de auto het ravijn in te rijden, als over een man op de rand van het perron een duwtje te geven. Nou ja, fantaseren. Het is een gedachte die plaatsgebonden bij me opkomt. Eenmaal in het dal, of in de trein, zit de gedachte weer diep verstopt.
Omdat ik door de bergen rijd met gapende afgronden, wanneer de auto via de bochtige weg naar beneden slingert, schiet er door mij heen dat ik een ruk aan het stuur kan geven voor een duizelingwekkende duik de diepte in. De balustrade zal de auto niet tegenhouden, eerder lanceren. Eventjes een moment van gewichtloosheid. Daarna kantelt de neus van de wagen, richting water in het dal. Een paar seconden, misschien vijf. Vervolgens de impact met de rotsachtige rivierbedding. Zal de auto exploderen, zoals in vrijwel elke actiefilm gebeurt?
Omdat ik sta te wachten op een trein tijdens de avondspits, zie ik de man die gevaarlijk dicht bij de rand van het perron staat. Een duwtje is genoeg om hem op het spoor te doen belanden. Daar komt de trein aan. Vanwege de drukte zal niemand precies kunnen navertellen wat er is gebeurd. Ik kan er mee wegkomen. De ontzetting op de gezichten van de wachtenden. Hoe zou ik me na afloop voelen?
Wat weerhoudt mij ervan om de afgrond in te sturen? Wil ik het mijn naasten besparen?
Ben ik levensmoe? Wat weerhoudt mij ervan om de man een por te geven? De vertraging die het zal opleveren? Wil ik iemand om het leven brengen?
Internet zegt dat de gedachten waarschuwingen zijn. Een levendige voorstelling van een gebeurtenis die ik juist niet wil veroorzaken. Een hele geruststelling. Niets mis met mij. Sterker nog, de reizigers op het perron die verschoond blijven van de gedachte de man een duw te geven, zijn potentiële moordenaars. Ik loop pas naar de rand wanneer de trein tot stilstand is gekomen. Voor de zekerheid.
Voordringende ouderen
Haast
(geplaatst op 23.10.2021)
De buurtsupermarkt. Klein van opzet, fijn in gebruik. Ik sluit aan in de rij voor de enige kassa die open is. Ik zie vijf personen voor mij. Sommige met overvolle karren. Ik accepteer het als een zenboeddhist. Mediteren is immers niet plaatsgebonden. Ik voel dat er achter mij een persoon zich positioneert. Zijn of haar winkelwagen tikt mijn linker hamstring aan. Ik kijk over mijn schouder en zie een oudere dame. Big shopper aan de tassenhaak. Beide gevlekte handen op de rode handgreep In de kar een half casino, een potje doperwten en een kilo jonge kaas, die deze week in de aanbieding is. Haar bovenlichaam kronkelt opzij als een slangenmens, haar nek steekt uit naar voren, haar hoofd schuin gedraaid, haar ogen rollen. Ze probeert overzicht te krijgen en in te schatten hoelang het gaat duren voor zij aan de beurt is. Ze zucht een paar keer diep. Een uiting van meditatie of irritatie? Ze begint te praten. Hardop. Niet zo zeer tegen mij, maar voor iemand die het horen wil. Ze geeft nu ook in woorden blijk van haar ongenoegen. Ze zegt dat er wel een kassa bij mag. Met alles wat ik in mij heb, probeer ik haar te negeren. Ik zet een in mijzelf gekeerde blik op, staar in het niets. Ik plaats mijn voeten iets verder van elkaar en ga overdreven rechtop staan. Mijn rug vormt een muur, zodat zij meer moeite moet doen om te zien of er vooraan in de rij beweging zit. Een muur waar negatieve energie niet tegenop kan.
Wanneer de kassière via de omroepinstallatie om Gerda vraagt, voor een kassa bij, begint de bejaarde zenuwachtig te dribbelen op haar praktische schoenen. Gerda komt aanlopen en roept in het voorbijgaan dat de eerstvolgende naar kassa 3 mag lopen. De blauwharige weet behendig gebruik te maken van de resterende ruimte in het smalle gangpad en meet zich de status aan van eerstvolgende. De rij voor me accepteert het hoofdschuddend.
Waarom heeft ze haast? Zijn haar dagen geteld? Probeert ze degene die haar op komt halen te ontlopen? Ik houd mijn mond, omdat ik weet waar ze naar toe gaat, nu ze zo nadrukkelijk haar irritante zelf ten toon spreidt. Eenmaal opgehaald komt ze er warmpjes bij te zitten.
Een gestoffeerde wc
Rustplaats
(geplaatst op 09.10.2021)
Ik heb een hang naar het desolate. Op vakantie wil ik daar best de nodige kilometers voor afleggen. Een archipel grenzend aan de Atlantische Oceaan. Met auto en boot bereikbaar. Bij aankomst een aantal jaren terug in de tijd. Hartje zomer, 16 graden als het niet regent. En ongeacht of het regent is daar een sterke wind. Wat is daar nog meer? Zo nu en dan een huis, een boerderij. En af en toe een dorp, meer een nederzetting. Eeuwige pioniers. Vissen, het houden van schapen en mensen zoals ik horen voor inkomsten te zorgen.
Aangezien ik niet in een camper rijd kies ik voor een bed and breakfast. Een tent is me net iets te avontuurlijk. Bij de kans op schimmelende kleding trek ik een grens. Het B&B bestaat uit een kamer. Geen aparte ingang, of een vrijstaande cottage of omgebouwde schuur. Nee, gezellig bij de mensen in huis. Het betreft oudere mensen, die bereid zijn om een kamer af te staan aan een toerist. Ik mag blij zijn dat zij een ruimte beschikbaar stellen waar het droog en warm is. Ze verlenen geen dienst, maar een gunst. Volgens Nederlandse begrippen zou ik koning zijn. Echter, ze zien in mij geen klant. Meer een noodlijdende die men nu eenmaal uit geloof of goed fatsoen dient te helpen.
Ik word letterlijk ondergebracht in de kamer van de weggelopen zoon des huizes, die ze uitsluitend met kerstmis nog zien. De douchetijden worden besproken, of eigenlijk opgelegd. Het is nu vier uur ’s middags. Tot vijf uur kan ik gebruikmaken van de badkamer. De volgende ochtend is deze beschikbaar van zeven tot acht. Op mijn kamer (John’s room) is een wastafel waar ik mijn tanden kan poetsen en me kan scheren. O ja, en of ik nu wil aangeven hoe laat ik wens te ontbijten. Alles is mogelijk, zolang het vóór half tien plaatsvindt. Wil ik daar een gekookt ei bij?
John’s room dus. Op een plank zie ik cd’s en boeken staan. De cd’s zijn voornamelijk van heavy metal bands. Ruige muziek in een ruige uithoek. De boeken zijn avonturenboeken, waaronder: Mutiny on the Bounty, Around the world in 80 days en het verhaal dat zich heden ten dage zou kunnen afspelen ergens in Azië, The Beach. Aan de muur posters van voetbalclubs op het vaste land. Ik herken spelers die al jaren gestopt zijn. Een landkaart met rode pinnen. Waarschijnlijk plaatsen waar hij ooit naar toe zou willen gaan, zoals de plaatsen die een rol spelen in de boeken op de plank. Plekken op de wereld waar hij van droomde toen hij besefte dat hij hier geen kant op kon. Hij hield waarschijnlijk niet van vissen en niet van schapen. Om toeristen te dienen, daar was hij niet voor in de wieg gelegd. Met zeventien jaar naar het vasteland vertrokken om daar te gaan studeren. Hoewel ik geniet van het niets, begrijp ik de zoon. Hier permanent wonen met uitzicht op niets, daarvoor moet je eerst elders gezondigd hebben.
In de badkamer tref ik een verzameling van medicijnverpakkingen aan. Twee tandenborstels staan in een beker op het plankje boven de wastafel. De haren kromgebogen. Een eenzaam nat washandje hangt over de rand van de badkuip, een spons hangt aan een touwtje aan de kraan. Ik kies voor de douchecabine waar ik gebruik zou kunnen maken van shampoo voor dun haar en een blok uitgedroogde zeep, ook aan een touwtje. Ik gebruik mijn eigen douchegel.
Mijn stoelgang hoef ik gelukkig niet op bepaalde tijden af te stemmen. Er is een apart toilet, onbeperkt toegankelijk. Het blijkt een gestoffeerde wc te zijn. Niet beperkt tot een mat met uitsparing, welke nauw aansluit op de staande toiletpot. Nee, er ligt ook een kleedje in dezelfde lavendelkleur op de stortbak en last but not least zijn de wc deksel en de bril behaaglijk warm aangekleed. Op de stortbak staat een gehaakte hoed, schuilplaats voor een extra rol toiletpapier. De hoed is ongetwijfeld van lokale wol gefabriceerd. Wel jammer dat het net een andere paarsachtige kleur heeft dan de lavendelkleurige wc-kleding. Nu trekt die undercover wc rol gelijk de aandacht.
Een versierde wc om zich terug te trekken. Een rustplaats. Gezeteld op de kortharige bril is alles snel vergeten. Het mag een hoog aaibaarheidsgehalte hebben, ik twijfel of het hygiënisch verantwoord is. Mooi dat ik niet op mijn blote voeten op de mat ga staan en op de zachte wc bril, leg ik een laag wc papier voordat ik ga zitten. Wanneer ik eenmaal zit, denk ik aan John. Zou hij in zijn woning de wc ook aangekleed hebben? Als een warme herinnering aan thuis?
Buitenlands eten
Eerlijk eten
(geplaatst op 25.09.2021)
Etenstijd. We lopen door de stoffige hoofdstraat waar zich meerdere eetgelegenheden bevinden. We kunnen niet ontdekken waar ze zich in onderscheiden. Of toch? Op een bord, leunend tegen een gebutst olievat, staat met grote witte letters: geitenvlees. Dat zou de sadza meer geur en smaak geven. We eten dagelijks maismeelpap. Pap is misschien niet het goede woord, het is namelijk net zo stevig als aardappelpuree. Het ligt zwaar op de maag, waardoor het hongergevoel voor vele uren wegblijft. Eenvoudig voedsel, stevige kost. Tot nu toe konden we kiezen uit maismeelbrij met gestoofde groene slierten, gestoofde witgele slierten, of naturel met chilisaus. Alle varianten hadden we al meerdere keren gegeten. Met geitenvlees, zou een traktatie zijn.
Aangezien we onze pas inhouden, snelt er een man uit het eetlokaal naar buiten en heet ons welkom. Voordat we gaan zitten op de rode plastic stoelen die uitnodigend op de veranda staan, wijzen we naar het bord.
‘Ja, geitenvlees’, zegt de man. ‘Heerlijk’.
‘Hebben jullie koud bier?’ vragen we. Hij steekt zijn duim omhoog. ‘Dan willen we graag twee bier.’ Tevreden nemen we plaats, na een vermoeiende dag. De stoelen staan met de leuning tegen de groen geschilderde muur. Zo hebben we uitstekend zicht op de weg, waar voor twee vreemden altijd wel iets bijzonders gebeurt. Een tafeltje tussen ons in. We spreken af, hier nog een tijd te blijven.
De man, waarbij we het bier hebben besteld, roept naar een groepje jongens verderop langs de straat. Eén van hen komt naar hem toe. De man zegt iets en de jongen zet het op een lopen. Vijf minuten later komt hij terugrennen met twee flessen bier. Druppels op de fles.
Wanneer we een derde slok ijskoud bier nemen, komt de man met een notitieblokje aanlopen. ‘Wat willen jullie eten?’ vraagt hij.
‘Geit,’ zeggen we allebei enthousiast. De man schudt zijn hoofd. We wijzen naar het bord.
‘Ja, zaterdag hadden we geitenvlees’, zegt de man met een brede lach. We zien hem in gedachten teruggaan naar een fantastische avond, nu drie dagen geleden. Voor de vorm, voor de sociale regels, protesteren we. Hij maakt afwerende gebaren, schudt nog een keer met zijn hoofd. We gaan hier niet meer weg en dat weet hij. Hij biedt aan om de menukaart aan ons te geven. Dat blijkt een geplastificeerd A-4tje te zijn, met op de voorkant de drankjes. Veel drankjes. Met een directe lijn naar de slijter ergens hier vlakbij in de buurt. Op de achterkant staan de gerechten. Niet veel keuze, dat hadden we ook niet verwacht. Na twee keer een alternatief te hebben aangewezen op de kaart en evenzovele keren nul op het rekest te hebben gekregen, vragen we wat er wel voorradig is aan eten.
‘Sadza,’ zegt hij tevreden. ‘We hebben altijd sadza.’
Mjammie! Sadza. En er blijkt toch nog iets te kiezen : we bestellen de groene variant.
Betekenis aan de gebeurtenis geven
Weg met de doemdenkers
(geplaatst op 14.08.2021)
Mensen die op de helft van de vakantie zeggen, dat ze zijn aanbeland op de helft van de vakantie. Onbewust is het aftellen begonnen. Ze richten zich op de dag dat alles weer voorbij is.
Mensen die antwoorden op de vraag hoe was jullie vakantie: ‘Goed, leuk. Het heeft één dag geregend.’ Die extra zin is niet om te benadrukken dat het slechts één dag heeft geregend. Ook niet als de bestemming een doorgaans natte plek betreft. Nee, het is de keerzijde van de medaille benoemen. Die ene dag heeft impact gehad op de vakantiegangers.
Je gaat een weekend weg. Er is regen voorspeld en die voorspelling komt voor de verandering eens uit. Na terugkomst een gesprek met een collega, of de buurman die voor jou bepaalt dat je een mindere tijd hebt beleefd omdat het slecht weer was. Drie keer nee.
Mind over matter. Je houdt rekening met minder weer en je kijkt wat er wel mogelijk is. Je kleedt je op de regen, je neemt een paraplu mee, je gaat wat vaker ergens koffie drinken, je bezoekt die kerk of dat ene museum waar je wellicht met stalend weer niet voor had gekozen en je laat je verassen. Geef zelf betekenis aan de gebeurtenis. Overzie de situatie en bepaal zelf hoe je het beste er mee om kunt gaan. En trek je vooral niets aan van de doemdenkers, die jouw stemming willen bepalen om zichzelf iets beter te voelen.
Me-time
Tijd vrijmaken
(geplaatst op 31.07.2021)
Wanneer hij op bezoek gaat, draagt hij een horloge. Demonstratief zijn mobiel pakken om te kijken hoe laat het is, gaat hem te ver. Onopvallend kijken naar de wijzerplaat om zijn pols, kan al bij het reiken naar het oor van de kop met koffie.
‘Waarom moet ik mee? Het is jouw vriendin,’ zegt hij.
‘Omdat het mijn beste vriendin is. Ik wil je zo nu en dan showen aan Barbara.’
‘Ik ben ook superblij met jou, lieverd. Toch hoef je van mij niet mee, op zondag naar de kantine.’
‘Daar worden geen gesprekken gevoerd, maar vlees gekeurd.’ Hij ziet ongeloof in haar ogen.
‘Hoelang blijven we daar?’ vraagt hij.
‘Bij Barbara? Weet ik niet. Meestal praten we over van alles. De tijd zal vliegen.’
‘Ik ga een half uur na de laatste slok koffie,’ zegt hij gedecideerd.
‘Nee, dat kun je niet maken.’ Verbazing valt van haar gezicht af te lezen.
‘Natuurlijk wel, schat,’ zegt hij. ‘Ik bied jullie de ruimte om vrijuit te praten.’
‘Je komt echt niet na de wedstrijd nog even langs?’ Ze kijkt hem hoopvol aan. Ze stelt de vraag, terwijl ze het antwoord al weet.
‘Nee, lieverd. Echt niet,’ zegt hij vastberaden. Op zondag in een kringetje zitten ter gelegenheid van de verjaardag van de vrouw van de broer van de moeder van mijn vriendin, denkt hij. Dezelfde mensen, dezelfde verhalen. Mokka schnitt, met in het midden glazige stukjes. Niet geheel ontdooid. Nog meer koffie. Stijf van de cafeïne. Een kop in mijn hand om mezelf een houding te geven. Wanneer worden de blokje kaas en plakken leverworst geserveerd? Of liever, de bijbehorende borrel? Eerst nog tomatensoep met ballen. Probeer dat eens zonder morsen naar binnen te lepelen. Waarom gaat ze juist tijdens dit soort gelegenheden niet in de buurt van mij zitten?
Zijn gedachten gaan verder. Twee jaar op rij heb ik deze opgelegde plicht vervuld. Vanaf dit seizoen is de zondag heilig. Ik ga me niet meer haasten om na de wedstrijd aan te schuiven bij tante Corry, voor de derde ronde koffie. Onder het mom van teambuilding vieren we na afloop de wedstrijd, ongeacht het resultaat. Ik mag een pijnlijke knie hebben, voorlopig ga ik niet stoppen.
‘Nu je niet meer naar familieverjaardagen gaat omdat je zo nodig moet blijven hangen bij voetbal, zal je met mij mee moeten naar mijn ouders. Die heb je al heel lang niet meer gezien.’ Ze deelt het mee als voldongen feit.
‘Zijn ze inmiddels veranderd?’ Hij probeert het luchtig te houden.
‘Het is normaal om je gezicht af en toe te laten zien.’
‘Ze wonen in het zuiden van het land. Even koffie drinken is er niet bij. We zijn direct een hele dag kwijt.’ Hij zegt wat hij altijd zegt. Diep van binnen weet hij dat hij daar niet meer mee weg komt. Niet nu hij verjaardagen in de ban heeft gedaan. ‘Weet je wat? Zondag is de laatste wedstrijd van het seizoen. Die week daarop rijden we vroeg naar je ouders toe, neem ik mijn fiets mee.’ Hij negeert haar gefronste wenkbrauwen. ‘Ga ik een tocht fietsen en schuif ik bij jullie aan voor de lunch. Gaan we daarna naar huis.’ Hij straalt.
‘Waarom kan je jezelf niet een dag wegcijferen? Je hebt niets voor mij over,’ klaagt ze.
Zijn gezicht betrekt. ‘Niet gaan, zou betekenen dat ik niets voor je over heb,’ zegt hij. ‘Omdat ze zo ver weg wonen, voel jij de verplichting, de druk om langs te gaan. Dat lukt je vervolgens slechts een paar keer per jaar. Je wil me deelgenoot maken van jouw sociale verplichtingen. Misschien om het draaglijk voor je te maken. Jouw vriendin, jouw ooms en tantes, jouw ouders. Als ik aan jouw agenda voldoe blijft er geen me-time over.’
‘Me-time,’ zegt ze spottend. ‘Welk tijdschrift heeft meneer gelezen?’
‘Ik zorg dat ik niet opgebrand raak,’ zegt hij.
‘Je hebt al je voetbal en je wielrennen.’
‘Precies. Daar maak ik tijd voor vrij. Opstaan met de gedachte dat ik zo snel mogelijk na de wedstrijd moet douchen en omkleden om deel te kunnen nemen aan het kringgesprek op een verjaardag met mensen, die weliswaar vriendelijk zijn, maar waarmee ik geen band heb. Daar wil ik geen energie insteken. En al helemaal geen energie mee verliezen. Ik zeg nee tegen anderen en ja tegen mezelf. Lieve schat, ik kan het je aanraden om hetzelfde te doen. Zeg ja tegen mij.’ Hij glimlacht en beseft, dat de autorit naar haar ouders gezeten naast een bokkende vriendin, een lange reis zal worden.
Waarom kiezen?
Overal op voorbereid
(geplaatst op 17.07.2021)
Een lang weekend weg. Vier dagen om precies te zijn. De eerste dag begin ik natuurlijk in schone kleren die ik thuis aantrek. Blijven er drie dagen over. De laatste dag nog een keer door de stad lopen, zou kunnen in de iet wat smoezelige kleding van een of twee dagen daarvoor. Er gaat immers ook deo mee. Blijven er eigenlijk twee dagen over. Wat gaat er om in mijn brein?
Het lukt me om voor die twee dagen een Samsonite koffer, inhoud 102 liter, vol te stoppen. Ok, het is wisselvallig Hollands weer. Vier seizoenen in een dag. Met uitsluitend twee t-shirts en wat onderbroeken red ik het niet. En wat als ik op zondag ineens zin heb om te rennen? Dus pak ik sportkleding en hardloopschoenen in.
Een leesboek. Hoogstwaarschijnlijk met te veel pagina’s. Maar als het wat vaker regent, dan alleen die ene bui die op een dag wordt voorspeld, zit ik met enige regelmaat op de hotelkamer. Om mijn gedachte, in ieder geval tijdens de ochtend van de drank af te leiden, is een dikke pil welkom.
Ik gun een Gall en Gall plastic tas een tweede leven. Waarin eerst drie flessen wijn getransporteerd zijn, is de tas nu bestemd om de douchegel, de lenzenvloeistof, de tandpasta, et cetera bij elkaar te houden. Et cetera vormt trouwens het leeuwendeel. De inhoud van de koffer top ik af met een extra paar sneakers. Ik heb zwarte aan, dus er gaan witte mee. Overbodig? Wellicht. Wanneer ijdelheid geen rol zou spelen.
Ik ga met de auto. Ik parkeer onder het hotel. De koffer heeft wieltjes. Het hotel heeft een lift. Een groot deel van de koffer vult zich met items uit de categorie ‘je kunt nooit weten’. Nog twee ronde hoeken van de koffer, waar ik wat ruimte vermoed. Ik wrik er, ik mag wel zeggen vakkundig, nog een beetje gemoedsrust tussen, in de vorm van een rol wc papier en een rol duct tape. Mij kan niets overkomen.
Een moraalridder uit vervlogen tijden
Ontspannen hardlopen met tegenliggers
(geplaatst op 03.07.2021)
Op de weg lopen, buiten de bebouwde kom, dient te geschieden aan de linkerkant. Tegen het verkeer in. Zodat de voetganger op tijd het naderende verkeer ziet en daar op kan anticiperen. Althans dat was vroeger de regel, vastgelegd in wetgeving.
Het liefst ren ik aan de rechterkant van de weg. Achteropkomend verkeer kan zijn snelheid aanpassen en mij passeren. Ik hoef niet bedachtzaam te zijn op tegemoetkomend verkeer en zij hoeven niet voor mij uit te wijken. Of nog erger, te stoppen omdat ze op dat moment niet kunnen passeren, waardoor ook ik stil kom te staan.
Hoe te handelen op schuin aflopende B-wegen? De omschrijving van een B-weg blijkt niet meer in regelgeving vast te liggen. Stelt u zich een smalle weg voor, veelal op het platteland. Een smalle weg die enigszins schuin afloopt naar de kant waar de aansluiting op het afwateringssysteem is gerealiseerd. Hardlopen aan de kant van de rioolputten is niet fijn. Ook niet bij droog weer. Alsof ik op de baan van het velodroom aan het hardlopen ben. Het ene been dient korter te zijn dan het andere, om het lichaam rechtop te houden. Op een dergelijke weg ren ik aan de kant die hoger is gelegen en is afgevlakt. Wanneer mag ik verwachten dat een wandelaar of hardloper die mij tegemoetkomt, voor mij een stap opzij doet? Indien ik aan de linkerkant van de weg loop?
Wat maak je je druk, zult u zich wellicht afvragen. Nou, dat zal ik vertellen. Wanneer ik direct aan het begin van mijn ronde merk, dat dit wel eens een toptijd zou kunnen worden (het weer is goed, de muziek spreekt aan, ik ben buitengewoon tevreden over de stoelgang vooraf) dan ben ik bereid om 16 kilometer lang te slalommen van de rechter- naar de linkerkant van de weg en vice versa. Ik beweeg als een dartel kalf in de wei. Maar als ik het ritme na een aantal kilometers nog steeds niet te pakken heb, niet in een comfortabele cadans geraak, als ik met een log lijf mij moeizaam voortbeweeg, waarom moet ik dan degene zijn die constant van de ene naar de andere kant van de weg schiet, als een willoze pinball in een flipperkast?
Dus als het mij tegenzit, ontstaat er een mentaal spel. Ik dender met mijn 1 meter 93, schuin voorover hellend, op het grijzende echtpaar af. Ik nader met rappe schreden, ik zie dat ze elkaars hand vastpakken. Ik zie een verbeten blik, de kaaklijn gespannen en – wat leuk – ze zijn beiden gehuld in een praktische jas met dezelfde lichtgekleurde tint. Ik mijd oogcontact tot op het laatste moment. Op tien meter afstand weet ik, dat ik niet op hun reactiesnelheid mag vertrouwen en ben ik het, die ruim van mijn looplijn afwijk. Zou hier de regel ‘snelverkeer gaat vóór langzaam verkeer’ niet moeten geleden? Blijkt overigens ook een regel uit de oude doos en niet meer van kracht te zijn. U kunt ongeveer nagaan hoeveel jaar geleden ik mijn theorie-examen heb afgelegd.
Ik ben geen hardlopende BOA om anderen op een ooit geldende regel te wijzen, heb gelukkig ook niet iets bij me wat als wapenstok zou kunnen dienen, maar lieve mooi-weer-wandelaars en joggers, wees tolerant. Het vermijden van tegenliggers is trouwens een reden waarom ik het liefst om zes uur ’s ochtends ren. Wel jammer dat ik op dat tijdstip, een mindere prestatie slechts mijzelf kan verwijten.
Natuurlijk oogopslag
Ontoegankelijk
(geplaatst op 19.06.2021)
Eindexamen. Eind jaren tachtig. Na geestelijke afzien, lijkt het ons een goed idee om door lichamelijke inspanning te reflecteren. Na de vakantie volgt immers de studie, een nieuw begin.
Johan en ik gaan met de boot van Rotterdam naar Hull, de trein naar Wick, de bus naar John o’ Groats. Vanaf dat noordelijke punt lopen en liften we door de Schotse Hooglanden. Rugzak op, tent mee. Hoewel we ieder een verschillende jas dragen, zou iemand kunnen beweren dat beide legergroen gekleurd zijn. De ene iets vaker gewassen dan de ander, misschien. We hebben allebei op de rechtermouw een Nederlands vlaggetje. Zat er al op toen we de jassen bij de dump kochten.
Uren kunnen we lopen zonder iemand tegen te komen. We leren al snel om elke keer als we een winkel zien, daar gebruik van te maken. We weten niet wanneer de volgende mogelijkheid zich voordoet om in te slaan. Brood, pasteitjes, koekjes. Water om het weg te spoelen. Wanneer we op een pleintje een lading calorieën tot ons nemen, wordt Johan aangesproken. Dit gebeurt niet in één dorp, maar in meerdere. Het zijn altijd oude broze mannen. Allen in colbert gehuld. Sommigen met een medaille op het revers gespeld. Veteranen die graag hun verhaal vertellen aan hem. Nooit aan mij.
Hoeveel verschilt onze oogopslag? De mannen zien in Johan een welwillende ontvanger van verhalen uit de oude doos. Ze worden niet teleurgesteld. Mij negeren ze meestal.
Sindsdien probeer ik in bepaalde situaties bewust ook zo’n blik te produceren. Kijk mij toegankelijk wezen. Spreek mij aan. Daarnaast zijn er gelegenheden, waar ik maar wat blij ben met mijn natuurlijke oogopslag.
Te koop
Woon- annex werklocatie
(geplaatst op 05.06.2021)
Villa op gewilde locatie in landelijke omgeving.
Optimale privacy. Niet zichtbaar vanaf de weg.
De diverse activiteitenruimtes en werkruimtes, zijn in te richten als zelfvoorzienende / zelfstandige productielocatie. Bereikbaar via een stille geasfalteerde aan- en afvoerweg.
Het landgoed is tien hectare groot en geheel ommuurd met een 2,50 meter hoge afscheiding. Het met metalen platen verstevigde toegangshek is op afstand bedienbaar en voorzien van stalen punten.
De villa en bijgebouwen zijn in 2020 volledig gerenoveerd onder auspiciën van Vastgoed De Vergulde Makelaar. De Vergulde Makelaar heeft met de renovatie rekening gehouden met de wensen van de succesvolle zakenman. De zakenman die op discrete wijze, werken met wonen wil combineren, waarbij nauwe samenwerking met intern gehuisveste medewerkers vormgegeven kan worden. Het complex is van alle gemakken voorzien om verder naar eigen behoefte in te richten.
Het landhuis heeft een ruime living met uitzicht op de tuin met een extra diep uitgegraven vijver. De grote openhaard is voorzien van een rookgasventilator voor een optimale trek in het schoorsteenkanaal, waardoor ook grotere objecten verbrand kunnen worden. Rondom het kookeiland kan de woonkeuken dusdanig ingericht worden dat op efficiënte wijze gezamenlijk eten met alle aanwezigen mogelijk is.
De eerste etage is voorzien van twee badkamers. De afwatering bestaat uit brede afvoerbuizen. De vijf slaapkamers hebben plaats voor minimaal veertien stapelbedden. Er is tevens een multimediakamer. De tweede etage bestaat, naast twee slaapkamers en een badkamer, uit een afsluitbare geluiddichte kamer.
Onder het huis bevindt zich een kelder welke zich uitstrekt tot onder de bijgebouwen. Deze werkruimte is voorzien van een ventilatie-installatie en een industriële stoppenkast. Op diverse plekken zijn vloerputten aangebracht in de betonnen vloer. Het is toegankelijk via de villa en de bijgebouwen.
De bijgebouwen bestaan uit een garage, waar minstens twee bestelbusjes geparkeerd kunnen worden, een technische ruimte, een opslagplaats voor divers gereedschap en voor de stalling van meerdere vrieskisten.
De tuin is onderhoudsvriendelijk en kent in de verre uithoek deels braakliggend terrein, waar graafwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden.
Alle ramen en buitendeuren hebben elektrisch bedienbare rolluiken. Op strategische plaatsen zijn camera’s opgehangen en er is niet-zichtbare beveiliging aangebracht.
Interesse?
Voor verdere details, de vraagprijs en het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met:
Vastgoed De Vergulde Makelaar
Uw businesspartner voor exclusief wonen en werken
Discretie gegarandeerd
Ook voor creatieve financieringsconstructies
Afscheid van een manager
Juichen
(geplaatst op 22.05.2021)
Waarschijnlijk is hij afgekeurd op de fysieke test. En anders wel vanwege de uitkomsten uit het psychologisch onderzoek. Zijn droom om beroepsmilitair te worden, in duigen. Het stekelig kapsel met borstelige snor sindsdien behouden. Na een loopbaanadviestraject is hij tot de ontdekking gekomen dat als niemand hem wil commanderen, hij anderen wil bevelen. Zonder een assessment met zelfreflectie te hebben ondergaan, weet hij leidinggevende te worden.
De drie medewerkers die hij aanstuurt proberen hem op de werkvloer te ontlopen. Zodra hij naar huis vertrekt, begint op kantoor spontaan de zon te schijnen. Het is een hecht team. Niet vanwege de kwaliteiten van de manager, maar vanwege zijn tekortkomingen.
In zijn vrije tijd staat hij in praktische kleding gehuld met de kleur fluorescerend geel, bij de toegang tot de parkeerplaats van het lokale evenemententerrein. Eén van zijn ondergeschikten is hem wel eens in die functie tegengekomen. Hij dirigeert de dagjesmensen naar een beschikbare plek om de auto te stallen. Nuttig werk, daar niet van. Waarom hij zich als enige vrijwilliger een fluit in de mond heeft aangematigd, moge duidelijk zijn. Dienstbaarheid staat niet voorop. Het in goede banen leiden van de toenemende verkeerstroom is van ondergeschikte aard. Hij geniet van het gezag. De geïrriteerde blikken, door het snerpende fluitsignaal opgewekt, strelen zijn ego.
De collega’s weten dat hij een vrouw thuis heeft. Ze twijfelen weliswaar of hij met de dame in kwestie als man en vrouw samenleeft, of dat er sprake is van kost en inwoning. Dat wordt niet duidelijk wanneer de manager zich hardop afvraagt wat moeder de vrouw op zijn brood heeft gedaan wanneer hij de deksel van de Tupperware broodtrommel licht. Van voortplanting is geen sprake. Althans dat valt te hopen, daar hij ooit op de vraag heeft u kinderen, heeft geantwoord dat hij kinderen haat. Zoals Gargamel Smurfen, waarschijnlijk.
Een energieveld waarbij de auralagen, de chakra's, de meridianen en de acupunten, alle een magnetisch afstotende energie uitstralen. De interne display waarop verbinding mislukt verschijnt, wanneer er interactie plaatsvindt tussen de leidinggevende en de medewerker, werkt uitsluitend bij de lager geplaatste. De emotionele huishouding van de manager is geblokkeerd.
De directeur heeft de medewerkers gevraagd om een A4-tje in te leveren met een ‘leuke anekdote’. Het pleonasme benadrukt de onmogelijkheid van het verzoek. Binnenkort neemt de dictatoriaal leidinggevende afscheid. De drie collega’s spreken af dat ze twee bladzijden inleveren. Een over wat zich afspeelde in de wereld toen hij in dienst kwam, en een over het hier en nu. Twee momenten met 40 jaar daartussen. Momenten gevat in korte, grappige verhalen die niet over de leidinggevende gaan. Hoe dan ook, het feest vindt pas plaats na zijn vertrek.
Alles een keer geprobeerd hebben
Ervaringen opdoen
(geplaatst op 08.05.2021)
Mijn jeugd herbeleven. Nee, opnieuw inkleuren. Wat ik toen niet heb gedaan, alsnog inhalen. Zo sta ik in het heden langs de kant van de weg met mijn duim omhoog. Door mijn zoon met de auto afgezet bij een benzinestation langs de A2. Hoofdschuddend heeft hij afscheid van mij genomen.
Ik heb een strook karton bij me. Dikke zwarte letters geven mijn bestemming aan: Parijs. Ik ga aan het einde van de parkeerplaats staan, waar de auto’s de snelweg opdraaien. Al snel stopt een vrachtwagen. Het raam gaat open.
‘Je hebt mazzel,’ zegt de chauffeur. ‘Ik ga naar Parijs. Stap in.’
Ik klim aan de andere kant de cabine in en moffel mijn rugzak achter de bijrijdersstoel. Ondertussen wisselen we voornamen uit.
‘Ik neem eigenlijk nooit lifters mee,’ zegt Jeffrey. ‘Jij ziet er betrouwbaar uit. Daarbij komt dat ik ondanks een liter koffie, moe ben. Je mag mee, onder de voorwaarde dat ik je de oren van je kop lul. En ik verwacht dat jij ook iets zegt. Hebben we een deal?’
‘Deal.’ Ik ben al lang blij dat alles zo voorspoedig verloopt.
‘O ja, en voorlopig stop ik niet, dus ik hoop dat je een lege blaas hebt.’ Hij kijkt me aan, terwijl de vrachtwagen optrekt. Ik knik.
Jeffrey is een imposante man. Dat zie ik duidelijk, zelfs terwijl hij achter het stuur zit. Mouwloos t-shirt. Dikke armen, spierballen, tatoeages, kale kop, verzorgde rossige baard. Met een leer jack vol emblemen en een motor onder zijn kont, zou de club waarvan hij de voorzitter is, direct verboden worden. Ik oordeel niet. Hij heeft vast een hart van goud.
‘Zou je niet alles een keer in je leven willen proberen?’ vraagt Jeffrey. Kennelijk is hij niet van de koetjes en kalfjes. Hij duikt gelijk het diepe in. Even schiet door mijn hoofd dat ik hem wellicht eerder met The Village People moet associëren. Om aan verwachtingsmanagement te doen, maak ik hem duidelijk dat ik niet van de mannenliefde ben. Hij lacht geforceerd. Ik praat erover heen. ‘Bedoel je dat je eens de Mount Everest wil beklimmen?’ vraag ik.
‘Nee, dichter bij huis. Dingen die je direct vanuit huis kan doen. Ervaringen opdoen, kijken wat voor soort uitwerking het op mij heeft. Ik wil zoveel mogelijk meemaken.’
‘Vreemd gaan,’ opper ik.
‘Ja, precies. Dat kan ik overigens afvinken,’ zegt Jeffrey. ‘Een tweede leven leiden ging me goed af. Internationaal chauffeur. Altijd een excuus om ergens niet te zijn. Wat me tegenviel is dat ik op een gegeven moment twee zeurende vrouwen had. Kijk, daar pas ik voor. Een is genoeg en dragelijk wanneer ik regelmatig de hort op kan met de truck. Maar als ik vervolgens aankom bij vrouw nummer twee en die begint ook dingen van me te verlangen… Nee, mij niet gezien. Dus blijk ik toch een monogaam wezen te zijn.’
Ik kijk uit mijn ooghoek, naar zijn gezicht. Onbewogen tuurt hij over de weg. Geen spoor van spot om zijn mondhoeken. ‘Dat is een interessante conclusie,’ zeg ik.
‘Ik zoek meer van dat soort dingen om eens uit te proberen,’ gaat hij verder.
‘Een gevecht beginnen in een kroeg, dat lijkt mij wel iets,’ fantaseer ik hardop. ‘Wel een eerlijk gevecht met blote vuisten, geen messen.’
‘Gedaan.’ Ik zie een glimlach op zijn gezicht verschijnen. ‘Het geeft heel veel voldoening om iemand op zijn bakkes te timmeren. Mijn drinkmaatje van weleer. Ach, hij kon er achteraf gezien ook niets aan doen. Ik heb veel kracht in me. Soms moet ik me ontladen. De energie die vrij komt geeft me een gevoel van onoverwinnelijkheid. Jammer dat ik daarna twee maanden heb moeten zitten. Hoewel dat ook een ervaring was.’
‘Best een hoge straf, voor een vechtpartij.’
‘Er stond nog een voorwaardelijke straf open.’
‘Aha.’ Ik besluit niet te vragen waarvoor. ‘Hoe was het in de gevangenis?’
‘Ik vond het een geslaagd experiment.’
‘Geen straf?’
‘Ik kan er mee omgaan. Is gebleken. Op mezelf teruggeworpen zijn. Afgesloten van de buitenwereld. Hoe ga ik de tijd doorkomen? Ga ik piekeren? Laat ik de muren op me af komen, of verrijk ik me geest?’
‘Sterk van je, dat je zo kunt denken in die situatie.’
‘Kijk, ik ben geen lezer. Toch heb ik in de gevangenis zo waar een paar boeken gelezen. Misdaadromans. Zo is een eerder ontstaan idee, nieuw leven ingeblazen. Zou jij niet eens een willekeurig iemand willen doden?’ Hij draait zijn bovenlichaam naar rechts om me aan te kijken.
Ik knipper met mijn ogen. Slik. Probeer tijd te winnen. ‘Nee die behoefte heb ik nog niet eerder gehad,’ zeg ik uiteindelijk, met mijn blik strak vooruit.
Jeffrey concentreert zich weer op het verkeer en gaat verder met het uiten van zijn verlangen: ‘Ooit wou ik het leger in. Dat zou mijn kans zijn om legaal te doden. Helaas ben ik afgewezen.’
‘Hoezo dat?’ vraag ik. Hoewel ik wel de nodige redenen kan bedenken.
‘Iets psychisch. Is niet belangrijk.’ Even laat hij een stilte vallen. ‘Eenieder heeft het in zich, om een ander de nek om te draaien,’ gaat hij verder. ‘Ik heb een boek gelezen over een vergismoord. Niemand weet waarom diegene is omgelegd en niemand weet wie de dader is, omdat er op geen enkele wijze een connectie tussen hen bestaat.’
‘Wat zou het doden van een willekeurig iemand jou brengen?’
‘Geen idee. Daar wil ik juist zien achter te komen.’
‘Iemand, die jou niks misdaan heeft. Je vrouw niet verkracht, je hond niet vergiftigd, niet voorgedrongen bij de bakker. Zou je geen wroeging voelen? Een onschuldig iemand om te brengen die waarschijnlijk een partner en kinderen heeft, geliefd is. Hoe zou jij het vinden om een naaste op die manier te verliezen?’ Ik probeer wanhopig uit te vinden of Jeffrey empathisch vermogen heeft. Een laatste strohalm.
‘Ik heb geen naasten,’ zegt hij stellig.
‘Je hebt toch een vrouw?’ roep ik verbaasd.
‘Inwisselbaar,’ gromt hij.
‘Sympathiek van je,’ mompel ik. Zonder dat er sprake is van seksuele aantrekkingskracht, voel ik me gewild. Ik ben Jeffreys gewenste slachtoffer.
Het wordt langzaamaan donker. We rijden door de Ardennen. Onderweg met een psychopaat. Die alles doet voor een sensatie. Hij voert een psychologisch experiment met zichtzelf uit. Hij doet ervaringen op, leert zichzelf kennen. Sociale contacten zijn belangrijk voor zijn ontwikkeling. Het zijn subjecten die hij nodig heeft. Een partner, om haar te kunnen bedriegen. Een drinkmaatje, om hem op zijn bek te kunnen slaan. Nu heeft hij een onbekende nodig, om te vermoorden. Het ziet er naar uit dat ik voldoe aan die omschrijving.
Hij kan een mes pakken, verstopt in het vak van zijn portier. Hij zal niet in de cabine steken. Truckchauffeurs houden hun leefruimte schoon. Zolang we rijden ben ik veilig. Als hij zo dadelijk een onverlichte parkeerplaats oprijdt, moet ik op het ergste voorbereid zijn. Onder het mom van een snelle sanitaire stop, stelt hij voor om tussen de bomen te plassen. Daar waar menig reiziger zijn behoefte heeft gedaan, legt hij me om. Lichaam in de bosjes. De volgende dag word ik door een wildplasser ontdekt. Jeffrey is al niet meer te traceren. Gaat hij eigenlijk wel naar Parijs? Ik vervloek mijn hang naar avontuur. Ik had het moeten laten bij de jeugd die ik wel geleefd heb.
Allure
Zonder tegenspraak
(geplaatst op 24.04.2021)
Het op maat gemaakte kostuum, de Italiaanse, lederen schoenen, het overhemd van het zachtste katoen gewoven, de ongetwijfeld dure zonnebril op zijn neus. Voor de directeur in spe is het uiterlijk belangrijk. Het plaatje moet de klasse compenseren die hij niet van nature heeft. Ik mis de rouwranden onder zijn nagels, als afgezant van de machinefabriek.
Kleren maken de man. Het kan ook averechts werken. Wanneer hij eenmaal zijn mond opendoet, hij kennis van zaken hoort te delen, blijkt dat hij niet kundig is. Het beeld dat hij met kleren probeert te schetsen, is mat van kleur wanneer blijkt dat hij geen verstand van zaken heeft. Het uiterlijk vertoon kan hem niet redden. Hij verkoopt geen staalkabels, maar gebakken lucht.
Zijn ouweheer, die heeft allure. Het bedrijf heeft hij vanaf de grond opgebouwd. Ik heb hem altijd terzijde gestaan. In de beginjaren moest hij geld lenen om zich voor een zakelijk gesprek te kleden. Kleding die niet afleidde van de inhoud. Inhoud die hij met veel enthousiasme en deskundigheid wist te ventileren. Nog steeds. Iemand die de aandacht trekt vanwege zijn uitstraling. Na al die jaren van succes blijft hij stevig in zijn comfortabele schoenen staan. Met zijn gekloofde kolenschoppen verloochent hij zijn afkomst niet.
Het zijn diezelfde handen die de jongen altijd hebben beschermd. Ook daardoor mist zijn zoon levenservaring en is hij niet klaar om uit de schaduw van zijn vader te treden. Het grootbrengen met de fluwelen handschoen heeft gefaald. Wie gaat dat de opvoeder vertellen? Ik, als werktuigbouwkundig ingenieur? Of als vriend? De huidige directeur mag stijl hebben, tegenspreken doet niemand hem.
Verwonderpunten
Waarheid of herinneringen
(geplaatst op 10.04.2021)
Vincents vroegste herinnering aan zijn vader. Jaren zeventig. Vincent is vier. Zijn vader staat zich te scheren. Een dagelijks tafereel waar hij met veel verwondering naar staat te kijken. Een groene wastafel vol met troebel water, zwarte spikkeltjes tegen de rand. Vincent strijkt zichzelf met de hand over de kin.
Of is het eigenlijk een herinnering van zijn moeder? Zij vertelt Vincent later bij herhaling hoe hij op de drempel van de badkamer met open mond stond te kijken. Hoe zijn vader wit wolkig spul op zijn kin smeerde. Vier was hij toen. Dat vergeet ze er nooit aan toe te voegen. En zo zou het kunnen dat haar herinnering, zijn herinnering is geworden.
Wanneer Vincent tegenwoordig ergens onderweg op vakantie, in een B&B, in de badkamer groen sanitair aantreft, ziet hij zijn vader voor zich met een scheermes in de hand. Een tiental seconden later doet Vincent bewust zijn mond dicht. Niks mis mee, zo’n eigengemaakte herinnering.
Patrick houdt een speech. Hij is zojuist benoemd tot algemeen directeur van een groot bedrijf. Hij vertelt iets over zichzelf, iets over zijn jeugd. Over hoe hij graag de spelregels bedacht. Met weinig voorwerpen een belevenis wist te creëren. En dat zijn twee jaar oudere broer Chris en diens vrienden graag met hem mee gingen op avontuur. Inventief. Vroeg wijs. Een natuurlijk leider.
De tot dan toe stralende ouders van Patrick kijken elkaar even aan. Zijn vader trekt een wenkbrauw omhoog. Zijn moeder buigt zich voorover en fluistert, geheel overbodig, haar man toe: Patrick draait de rollen om. Het was Chris die het voor het zeggen had. Patrick mocht slechts volgen.
Patrick liegt niet. Liegen is zo’n beladen woord. Hij vertelt niet met opzet een ander verhaal. Hij heeft het zich ingebeeld. Hij zette vroeger de lijnen uit. Een gecreëerde herinnering. De naasten van toen zullen het omschrijven als een sterk verhaal met verwonderpunten. Het heeft Patrick gebracht tot een succesvol zakenman. Niks mis mee, zo’n zelfgemaakte herinnering.
Op kamers
Huisraad
(gepubliceerd op 27.03.2021)
‘Pap, mag ik geld van jullie lenen om mijn woning in te richten?’ Ze zitten aan tafel in de keuken.
‘Wat heb je nodig?’ Hij bijt in een cracker met kaas.
‘Ik denk tweeduizend euro.’ Gwen zegt het bedrag zonder met haar ogen te knipperen.
‘Wat, zoveel?’ Er schieten kruimels uit zijn mond. Hij heeft moeite met slikken en neemt voorzichtig een slok van de dampende thee. ‘Ik bedoel eigenlijk, welke spullen heb je nodig.’ Hij kijkt haar doordringend aan.
‘Een koelkast, een magnetron, een bureau. Ik heb een lijst gemaakt.’ Ze blaast even in de beker, haar brillenglazen beslaan. Een ogenblik kan ze de blik van haar vader weerstaan.
‘Je hebt 40 vierkante meter. Ga er eerst wonen en kijk welke spullen je nodig hebt en kwijt kunt.’ Hij veegt met een vinger wat kruimels uit zijn mondhoek. ’Dan hoef je op dit moment, slechts een koelkast te regelen. Een tafelmodel. Kan de oude magnetron er bovenop geplaatst worden.’
‘Die ziet er niet uit,’ zegt Gwen verontwaardigd. Ze kijkt op van haar beker thee.
‘Het werkt anders nog prima. Overigens staat op zolder een uitschuifbare tafel. Superhandig. Je kunt er aan eten en aan studeren. Wanneer je gasten hebt schuif je het tafelblad uit.’ Hij bedenkt wat hij met de vrij te komen ruimte kan doen.
‘Die ken ik niet.’ Ze lijkt geboeid. ‘Wat voor kleur?’
‘Grenen blad met grijs metalen poten.’ Hij neemt nog een hap van de cracker.
‘Saai,’ verzucht Gwen. Ze gaat door met haar lijst. ‘Verder, een tweepersoonsbed...’
Hij verslikt zich, moet hoesten. ‘Je woont daar in je uppie,’ weet hij met een rood aangelopen hoofd uit te stoten.
‘Ik wil een hoogslaper, zo win ik ruimte.’ Of dat een één- of een tweepersoons moet zijn, laat ze wijselijk in het midden.
‘Slim,’ zegt haar vader en schuift het bord met het restant van de cracker van zich af. ‘Dan heb je geld nodig voor een timmerman.’ Hij strekt zijn armen uit en houdt zijn handen op, de linker met de rug, de rechter met de handpalm naar boven gekeerd.
‘O ja,’ verzucht ze, ‘want jij hebt twee linker handen. Volgend item,’ zegt ze, ‘ik wil naar Ikea voor borden en glazen.’
‘Wil je het servies niet van mijn oma? Dat heb ik al die jaren speciaal voor deze gelegenheid bewaard. Trouwens, we hebben een enorme hoeveelheid glazen. Daar heeft mama zegels voor gespaard.’
‘Die borden met die bloemen?’ roept Gwen verontwaardigd. ‘Die mogen niet eens in de vaatwasmachine.’
‘Komt goed uit, want die heb je niet.’ De laatste vijf woorden zet hij kracht bij, door bij het uitspreken van elk woord met zijn wijsvinger op tafel te tikken. ‘Jeetje Gwen, toen ik op kamers ging had ik twee bordjes mee, mijn bed van thuis, eenpersoons, en iets dat leek op een tafel annex bureau. Ik dronk wijn uit een jampot, terwijl ik in een luie stoel zat die tien jaar daarvoor wel hip was. Niets was op elkaar afgestemd. Een gebruikt allegaartje. Ik heb me zelden zo rijk gevoeld.’ De melancholie klinkt door in zijn stem.
Gwen rolt met haar ogen. ‘Tijden veranderen pap.’
‘Ik weet het goed gemaakt. Jij regelt een timmerman. De rekening betalen je moeder en ik. Als cadeau voor je nieuwe onderkomen. Geld voor een koelkast kunnen we je lenen. Voor alle overige spullen zal je eerst geld moeten verdienen, voordat je het kunt kopen. Of je neemt mee wat we hier op voorraad hebben.’ Gwen kijkt beteuterd. Haar vader knipoogt en zegt: ‘Maak je geen zorgen, ook met tweedehandsspullen om je heen, blijf je een prinses.’
Wielrennen en autorijden
Ver weg van hier
(geplaatst op 13.03.2021)
Voor mij is wielrennen kijken, meditatie. Vergelijkbaar met een lange autorit door een onbekende omgeving. Zo nu en dan bevangen door het landschap, zo nu en dan kilometers ver weg in gedachten. Indrukwekkende vergezichten en afdwalende overpeinzingen wisselen elkaar af. Hele stukken van de tocht kan ik mij niet herinneren, net zoals de wielerkoers af en toe een sprong vooruit in de tijd maakt.
Opgesloten in de auto, gevangen voor de buis. Een dorp zichtbaar vanaf de snelweg. Hoe zou het zijn om daar een tijd te verblijven? Vanaf de bank transporteer ik mezelf, naar die kaarsrechte weg in een goud geel korenlandschap, waar het peloton door de wind in waaiers uiteenvalt. Of in de haarspeldbocht net boven de boomgrens, waar de koploper zichzelf opblaast. Ongebreidelde fantasie. Ik stap niet uit, ik loop niet weg. In trance rijd en kijk ik verder. Urenlang een zorgeloos bestaan.
Meten is weten
Gevoel boven cijfers
(geplaatst op 27.02.2021)
Al jaren noteer ik de afstanden en tijden in een schriftje. In 2004 begonnen toen ik verhuisd was. Een nieuwe hardloopomgeving. Sindsdien schrijf ik na afloop van elke ronde het resultaat op. In de beginjaren een ronde vooraf met de mountainbike afleggen. Aan de hand van de kilometerteller de afstand bepalen. Tijden nam ik op met de stopwatch van een Casio horloge. Later gekozen voor vrijheid, door een sporthorloge met gps aan te schaffen. Vanaf dat moment zat ik niet meer vast aan een vooraf uitgestippelde route.
Ik wil niet lopen op hartslag. Ik wil niet constant op mijn horloge kijken. Dat het horloge me vertelt dat ik het rustiger aan moet doen. Nee, ik wil luisteren naar mijn lichaam. Weten hoe ik mijn krachten het beste kan verdelen. Slechts kijken op mijn horloge om te zien hoeveel meters ik heb afgelegd. Ik heb geen app die me begeleidt en ronde na ronde trakteert op virtuele medailles. Of een, waarvan ik de gelopen afstanden kan delen om te battelen met mijn imaginaire hardlopende vrienden.
Mooi om terug te kijken, in het met zweetdruppels geïmpregneerde schrift. Hoe ik in de winter 2019/2020 niet vooruit te branden was. Dat ik deze coronawinter langere afstanden ben gaan lopen. Komt vast omdat ik nu niet hoef te herstellen van een voetbalwedstrijd op zondag.
Meestal begin ik direct vanuit huis hard te lopen. Een enkele keer pak ik eerst de auto om naar het Amsterdamse bos te rijden om daar een grote ronde te lopen en misschien wel te verdwalen. Heerlijk. Of in de zomer heel vroeg op zondag parkeren bij het Vondelpark, om vervolgens door het centrum van Amsterdam te rennen. Ook nog eens in de wetenschap dat ik daarna alles mag eten en drinken wat ik wil. Mijn medailles in de vorm van onbeperkte calorieën.
Drie dagen hardlopen, drie dagen krachtoefeningen. IJzer pompen. Kilo’s, sets en reps noteren. Strakke spieren. Verstand op nul. Muziek er bij. Blijft er nog één dag in de week over. De zondag. In vroegere tijden de dag voor een voetbalwedstrijd. Ik zou ook graag willen weten hoeveel meters ik afleg tijdens een wedstrijd. Echter, niemand wil de statistieken bijhouden van een team in de zesde klasse. Ik weet ook wel, dat het gegeven dat ik twaalf kilometer heb afgelegd, niets zegt over het rendement na 90 minuten. Maar, toch.
Eén keer per week meet ik omvang en gewicht. Ook die gegevens schrijf ik op. Daarnaast heb ik een app om mijn dagelijkse calorie-inname bij te houden. Waarbij ik de vooraf ingestelde bovengrens niet hoor te overschrijden. Ja, ik tel de calorieën die ik in mijn mond stop. Ik wil weten wat ik eet. Ik ervaar dat niet als een strak regime. Hoewel ik mijzelf wel op zondag een cheat day gun. Op die dag noteer ik niets en eet de dingen die ik de andere dagen zoveel mogelijk vermijd. Een dag om naar uit te kijken. Een dag die vaak samenvalt met de derde helft.
Is dat een goede manier? Voor mij werkt het. Laat ik me leiden door de cijfers? Ik denk van niet. Eerder begeleiden. Het gevoel vind ik belangrijker dan de harde cijfers. Ik kan tevreden zijn na het hardlopen, ook al is de tijd niet geweldig. Een kilootje zwaarder wegen en me daarbij sterk voelen, is prima. Ik kan mezelf alleen niet voor de gek houden, door te zeggen dat ik zwaarder weeg omdat mijn spiermassa is toegenomen. Niet wanneer meting aangeeft dat het enige dat is toegenomen, de omvang van mijn buik blijkt te zijn.
Hoge rekening
Met voldoening betalen
(geplaatst op 13.02.2021)
Waarom geeft het mij voldoening, wanneer ik een hoge rekening betaal? Leer mijzelf kennen.
Begin dit jaar. De display op het dashboard geeft aan: olieservice en inspectie in 30 dagen. Met de afbeelding van een moersleutel. De teller loopt af, blijkt de volgende dag wanneer ik de auto start. Geen idee wat er gebeurt als deze op nul staat. Maar de aflopende dagteller in combinatie met de moersleutel wekt bij mij een gevoel van urgentie op. Ik heb het lef niet te wachten tot dag nul. Dus ik meld mij netjes binnen een maand bij de garage.
Een dag lang de auto kwijt. In ruil voor het betalen van een gepeperde rekening mag ik de auto aan het eind van de dag ophalen. Op de bon staat dat de wagen een Longlife Onderhoudsservice heeft ondergaan. Behalve olie verversen heb ik geen idee wat de beurt inhoudt. Ik vloek een keer binnensmonds, wanneer de dame achter de balie mij de rekening presenteert. De vloek weggemoffeld in de vorm van een kuch. Ik ben te laf om te vragen welke werkzaamheden exact onder de servicebeurt vallen. Met mijn gebrek aan kennis kunnen ze mij van alles wijsmaken, dus ik besluit ze te vertrouwen. Voor mijn gemoedsrust. Ik druk op de groene knop voor akkoord op het pinapparaat en ben honderden euro’s lichter.
Het geeft mij op een of andere manier voldoening, dat ik zo’n hoog bedrag mag betalen. De melding op het dashboard is verdwenen. Ik heb de auto behoed voor schade, ik heb rampspoed voorkomen. En ik kan weer even vooruit. Ik hoef niet te vrezen dat ik stil kom te staan in een of andere uithoek van het land, waar ik mij de komende tijd toch niet zal bevinden. Ik heb ongegronde vrees afgekocht. Wederom goed voor mijn gemoedsrust.
Nu is het uitkijken naar de aanslag gemeentelijke belastingen. Zelden tot nooit heb ik meegemaakt dat de totale rekening lager uitviel dan het jaar daarvoor. Onroerendezaakbelasting plus afvalstoffenheffing plus rioolheffing, maakt een exorbitante rekening. Ik weet nu al dat ik twee keer hardop vloek bij het openen van de aanslag die ik zojuist digitaal heb binnengehaald. Even komt bij mij het idee op, om komend jaar extra veel afval te produceren. Om waar voor mijn geld te krijgen. Kinderachtig natuurlijk. Ik zal mijzelf toespreken: niet doen, zet het van je af. Voorgaande aanslagen hebben mij geleerd hoe het werkt.
Ik schuif spaargeld naar mijn betaalrekening en voldoe in een keer de aanslag. Wederom zal ik met een zeker genoegen de betaling afronden. Ik heb voldaan aan mijn burgerplicht. Gemeentelijke werkzaamheden kunnen gewoon uitgevoerd worden. Maar vooral hoef ik niet meer te denken aan de rekening en de hoogte van het bedrag. Ik kan met een gerust hart vooruitkijken. Wel zal ik bewust een keer extra doortrekken. Gewoon omdat het kan. Ik heb er immers voor betaald. Ruim voor betaald.
Big brother
Afleiding versus bezwaren
(geplaatst op 30.01.2021)
Een grijze man zit in een fauteuil, netjes gekleed, pantoffels aan. De woning warm gestookt. Hij kijkt naar zijn zoon, die schuin tegenover hem zit en zegt: ‘Jongen, ik verveel me.’
‘Ga naar buiten pa. Je bent fit genoeg om een ommetje te maken.’ De zoon heeft zijn jas aan en zit op het puntje van de stoel.
‘Ik loop al maanden door de buurt. Ik heb elke stoeptegel met mijn profielzolen aangeraakt. Trouwens, kan jij de wandelschoenen die ik nu heb, bestellen op internet? Exact zo’n paar. Maat 43.’
‘Natuurlijk pa, doe ik straks even via mijn mobiel.’ De zoon heft zijn arm en laat een smartphone zien, die hij al vanaf het moment van binnenkomst in zijn hand heeft. ‘Waarom rijd je niet met de auto ergens naar toe, om daar te gaan wandelen? Even in een andere omgeving.’
‘Met mijn prostaat? Ik moet binnen driekwartier thuis zijn. Nu de horeca dicht is kan ik nergens een sanitaire stop maken. Ik heb de beleefwereld van een bejaarde,’ klaagt de vader.
‘Je bent een bejaarde, pa.’ De zoon slaakt een zucht.
‘Wel één die vroeger iets meemaakte.’ De vader is nog niet klaar met mopperen. ’Nu kijk ik tv en zie al die bekende hoofden die het weer over corona hebben. Ik wil naar het museum toe.’ De vader kijkt zijn zoon vastberaden aan.
‘Misschien is het nu tijd om internet te nemen,’ reageert de zoon. ‘Dan kan je virtueel naar het museum. Het zou een upgrade zijn voor de pc die je nu slechts gebruikt als tekstverwerker voor je ingezonden brieven.’
‘Zodra ik ga surfen voel ik me bekeken,’ bromt de vader.
‘Niemand die over je schouder meekijkt, wanneer jij op het scherm de Nachtwacht bestudeert.’
‘En hoe zit het met het controleren van de door mij ingetypte zoekgegevens?’ De stem van de vader klinkt lichter dan voorheen.
‘Zolang je bom, fatwa en aanslag niet in één zoekopdracht combineert, zal niet direct de volgende dag een beambte van de veiligheidsdienst op de stoep staan. En anders laat je hem binnen en bied je hem een kop koffie aan. Heb je toch afleiding.’ De zoon glimlacht naar zijn vader. Terwijl zijn vinger het scherm van de mobiel beroert, zegt hij: ‘Ik regel nu een aansluiting voor je. Daarna maak ik je wegwijs op het wereldwijde web. Gaan we samen naar het Rijksmuseum. En laat ik je gelijk zien hoe je een nieuw paar wandelschoenen kunt kopen. Maat 43.’
‘Is corona toch nog ergens goed voor,’ mompelt de vader.
Klusjes
Verbloemen
(geplaatst op 16.01.2021)
Ik ben niet zo’n klusser. Ik heb andere hobby’s. En twee linkerhanden. Hoewel, sommige klusjes kan ik wel aan. Ik kan mezelf er alleen niet toe zetten. Voordat ik hier introk heb ik de boel drastisch laten verbouwen. De afwerking heb ik voor mijn rekening genomen. Grotendeels. Want na twaalf jaar zijn er nog steeds klusjes die gedaan moeten worden. Nou ja, moeten?
Neem dat ontbrekende stukje plakplint, in die onmogelijke hoek van de woonkamer. Ik moet eens naar de bouwmarkt. Maar hoe bepaal ik de juiste kleur? Ik kan een deel van de aanwezige plint verwijderen, meenemen en vergelijken met het assortiment in de winkel. Dat betekent wel dat ik het gat groter maak. De goden verzoeken, lijkt mij. En als ik al de juiste kleur weet te vinden, kijk ik er niet naar uit om een paar uur te figuurzagen. Trouwens, ik zie het gat niet meer. De ficus in de keramieken pot, staat in de hoek geparkeerd.
Het plafond van de wc moet nog een keer gewit worden. De emmer latex beloofde monodek. Helaas. Heb ik eigenlijk nog wel, een niet hard geworden blokkwast? Ach, ik roep daar zelden hogere machten aan. De paar keer dat ik wel naar het plafond kijk, valt de oorspronkelijke blauwe kleur die er doorheen schemert, nauwelijks op.
Een ingelijste foto staat achter de bank te verstoffen. De bedoeling is dat ik deze nog eens boven de bank ophang. Daarvoor moet ik eerst speciale pluggen in huis halen. Een foto van het surrealistisch wit van het Uyuni zoutmeer in Bolivia. Maar heeft de twee keer gewitte gipsplatenmuur niet datzelfde effect?
Moet het peertje dat hangt aan het snoer, dat komt uit het plafond van de slaapkamer, niet eens vervangen worden door een echte lamp? Verlichting is belangrijk, dat bepaalt de sfeer. Ik ga niet over een nacht ijs bij het aanschaffen van een plafonnière. Dat mag duidelijk zijn. Trouwens, het is opmerkelijk hoe soepel ik er omheen beweeg, zonder mijn hoofd tegen het peertje te stoten. En met de huidige 60 watt led lamp, kan ik ook zien wat er achter op de plank van de kledingkast ligt.
Weet je wat? Ik zet een plaat op en pak een boek. Moeten ontspannen is belangrijker dan moeten klussen.
De berging
Nooit iets wegdoen
(geplaatst op 02.01.2021)
Ik ben gezegend met een dubbele berging. Of is het eerder een vloek? Zoveel ruimte. Helemaal benut. Met spullen die ik na de laatste verhuizing niet meer in mijn handen heb gehad.
Ik sjouw spullen mee die ik tijdens mijn studententijd om mij heen heb verzameld. Pure nostalgie. Via wat omzwervingen hier terecht gekomen op een appartement. In de stad waar ik geboren ben. Nu zo’n twaalf jaar honkvast. Twaalf jaar de tijd om te kunnen verzamelen.
Mijn oma naar het bejaardentehuis. Die Singer trapnaaimachine met gietijzeren poten en houten tafelblad. Daar heeft mijn opa, kleermaker van beroep, nog aan zitten werken. Een klassieker. Helaas voor een krappe woonkamer, te delen met twee kinderen, een obstakel.
Voor de kinderen, die er nog niet waren toen ik ze verslond, speciaal mijn verzameling Karl May boeken bewaard. Met titels als Van Bagdad naar Istanboel en Winnetou en de goudzoekers. Ze stralen avontuur uit. Ze liggen er nog. Onaangeroerd. Die jaren waren ze meer geïnteresseerd in Dr. Proktors schetenpoeder en Dummie de mummie. Ook avontuurlijk natuurlijk. Die boeken worden bewaard voor hun kinderen.
Inmiddels hebben ze al lang de leeftijd bereikt dat de voorraad Playmobil en Barbies naar de berging is verhuisd. De robuuste tafelvoetbaltafel en het kleurrijke Polly Pocket huis, idem dito.
Tijdens het groot worden is mijn oma overleden. Dat servies met die bloementjes, niet voor in de vaatwasser. Nu heb ik geen vaatwasser, maar het servies heeft de berging niet verlaten. Netjes opgeborgen, samen met een acht persoons zwart uitgeslagen bestekset.
Gingen mijn ouders kleiner wonen, nam ik het gereedschap over. Een handboor met een assortiment houtboren, drie houtschaven, vijf beitels en een set grove vijlen. Ik kan me om laten scholen en zo de houtbewerking in. Een uitdaging op zich, want ik heb twee linkerhanden.
Man, ik kan niet wachten tot mijn kinderen op kamers gaan. Ik gun ze hun vrijheid. Met daarnaast een beetje ruimte. Ze vinden het vast leuk om hun spullen van vroeger dichtbij zich te hebben. En als vanzelfsprekend, willen ze het bloemrijke servies en het zilveren bestek.
Tot die tijd bewaar ik alles. Ik lijd niet aan verzamelwoede. Ik heb meer problemen met spullen wegdoen. Spullen die misschien nog eens van pas komen. Zo lang ze niet in het dagelijks zicht staan, heb ik er geen last van. Hoewel ik me zo nu en dan toch de waarom-vraag stel.
Waarom een grasmaaimachine bewaren wanneer ik op tweehoog woon? Bijna twintig jaar geleden woonde ik ergens met een grasveldje in de achtertuin. Toch eens een foto van dat ding maken en op Markplaats zetten. Alhoewel ik vrees dat de grasmaaier ergens achterin de berging staat, bedolven onder lege dozen. Dozen, voor als ik ooit nog eens ga verhuizen en de hele santenkraam meegaat naar de volgende locatie.
Niets verhullende geuren
Geurenblind
(geplaatst op 19.12.2020)
De gang ruikt naar vanillepotpourri. Haar haren naar kokos.
De wc ruikt naar appeltoiletblok. Haar mond naar pepermunt.
De woonkamer ruikt naar rozemarijngeurkaars. Haar hals naar sandelhout.
De slaapkamer ruikt naar bloemenwierook. Haar oksels naar kamille.
De kledingkast ruikt naar lavendelwasverzachter. Haar huid naar kersenbloesem.
Frisse geuren, die ik pas na een uur langzaamaan ontwaar, wanneer Boris eindelijk stil zit.
Bij binnenkomst krijg ik vooral lucht van hem. Boris. De natte hond.
Selfcare
Aandacht geeft energie
(geplaatst op 05.12.2020)
Michael staat bekend als een joviale gozer. Een jongen met een ongekende energie. Moeiteloos pakt hij het podium. Hij is een ijsbreker, een gangmaker, een verhalenverteller. Altijd een anekdote paraat. Geen ongemakkelijke stiltes, wanneer hij aanwezig is.
Michael heeft voor eenieder een vriendelijk woord. Neemt de tijd voor een praatje, is geïnteresseerd, stelt vragen, luistert. Om vervolgens ergens doorheen te prikken. Hij geeft de ander een verrassende beschouwing over zichzelf mee. Degene die gezien wordt als druktemaker, weet zich een gereserveerde kant toegedicht. De aan de computer gekluisterde nerd, blijkt tevens een bohemien te zijn. De eenzame directrice, die worstelt met haar houding op het bedrijfsfeest, is voor die avond one of the guys en gaat los op de dansvloer.
Misschien zijn het vooral zijn denkbeelden die hij oplegt. Hij wil zijn gesprekspartner graag een inzicht geven. Hij redeneert vanuit het devies dat alles mogelijk is. In de hoop dat men beseft dat hij of zij niet altijd aan de opgelegde verwachtingen hoeft te voldoen.
Wat krijgt hij er voor terug? Zijn drug. De anderen worden afhankelijk van hem. Zoeken hem op. Op zoek naar een shot extra energie. En zo krijgt Michael waar hij behoefte aan heeft: aandacht.
Voedingssupplementen
In plaats van alcohol
(geplaatst op 21.11.2020)
‘Man. Ton. Ik heb je zeker drie maanden niet gezien. Ik dacht dat er iets met je gebeurd was. Mijn drinkmaatje onder een tram gekomen of zo,’ zegt John. Hij klopt uitnodigend met zijn rechterhand op de zitting van de bank.
‘Ik dacht ik loop weer eens door het park. Kijken of John er is.’ Ron gaat zitten.
John buigt voorover en haalt een sixpack uit een plastic tas. ‘Biertje?’ vraagt hij.
‘Nee, ik ben gestopt. Geen alcohol meer voor mij.’
‘Helemaal niet meer?’ John kijkt Ton met grote ogen aan.
‘Nee, waarom wachten tot 1 januari. Ik leef nu.’
‘En je leeft momenteel meer dan voorheen?’ Johns wenkbrauwen liggen hoog op zijn voorhoofd.
‘De morgen komt extra intens binnen. Niet meer met een filter, zal ik maar zeggen. En de dagen duren veel langer.’ Ton praat snel.
‘En dat is een goede ontwikkeling? John gooit zijn hoofd in zijn nek en schudt de laatste druppels uit het blik in zijn mond.
‘De dag kan direct beginnen. Ik spring als het ware uit bed. Ik hoef niet meer bij te komen met koffie, paracetamol en een spiegelei. Een hele dag voor me, om dingen te doen.’
‘Zoals?’
‘Gewoon…’ Ton hapert. ‘Boodschappen doen. Een rondje lopen.’
‘Meer tijd om te doen wat je vroeger ook al deed.’ John haalt zijn neus op.
‘Ach, weet je, het is gewoon ongezond. Er zit zoveel troep in bier. Weet je hoeveel suiker erin zit?’
‘Ik scan hoogstens het alcoholpercentage. Ik lees de kleine letters niet.’
‘Ja, daar had ik ook last van. Mijn zicht werd minder. Daar slik ik rozenbottel voor.’ Ton benadrukt elke lettergreep van het remedie.
‘Ben je niet gewoon toe aan een leesbril?’
‘Kom zeg, daar ben ik nog niet oud genoeg voor. Heb jij toch ook niet?’ Ton legt even zijn hand op Johns schouder.
‘Ik kies voor dat filter. Op dit moment zie ik alles door een roze bril en in de ochtend boeit het me niet wat ik zie. Totdat ik het trillen onder controle heb, door een herstelbiertje te drinken. Hoe doe jij dat, zonder drank?’
‘Tegen het trillen slik ik vitamine B12. Helpt als een tierelier. Gecombineerd met valeriaan. Ben nog nooit zo ontspannen geweest.’ Ton laat even een stilte vallen. ‘Nou ja, in de loop van de ochtend krijg ik een enorme trek. Normaal was ik bezig met opkomend maagzuur weg te slikken. Dat heeft plaats gemaakt voor een knagend gevoel. Vooral zoete honger. Het liefst gevulde koeken. Daar kwam ik dus van aan,’ zucht Ton.
‘Ik ken dat gevoel. Dan is het tijd voor een tweede biertje.’ John voegt de daad bij het woord en haalt een volgend blik uit de boodschappentas.
‘Ik slik inmiddels ginseng om de eetlust te remmen,’ zegt Ton. ‘Wel goed bijhouden welke pil ik al genomen heb. Kijk, toen ik nog dronk, raakte ik al gauw de tel kwijt. Moest ik de volgende ochtend de flessen tellen om te weten hoeveel ik had ingenomen.’
‘Wil je niet juist vergeten hoeveel je hebt gedronken? Laat me raden, daar slik je vast iets voor,’ zegt John.
‘Klopt. Visolie.’ Ton kijkt zijn maatje aan. John laat een spottende glimlach zien op zijn gezicht. ‘Ja, lach maar. Ik ben dus hartstikke gezond bezig, heb ik me laten vertellen. Ook al kost het klauwen met geld, ik leef wel langer.’
‘Bofkont. Langere dagen en een langer leven. Van alcohol gezuiverd, verworden tot een wandelende chemische fabriek.’
‘Nee, joh. Allemaal puur natuur. Op kruidenbasis.’
‘En wat slik je voor een frisse adem?’
‘Meur ik uit mijn straatje?’ Ton maakt een kommetje van zijn hand, houdt deze voor zijn mond en neus en inhaleert de adem die hij uitblaast.
‘Gast, ik ruik een muffe geur van verschraalde visolie gemengd met zure valeriaan.‘ John wappert demonstratief met zijn hand voor zijn neus.
‘Volgens mij heb je gelijk.’ De mond van Ton trekt samen. ‘Daar heb ik nog niets voor,’ mompelt hij.
John drukt een blik tegen Tons borst. ‘Hier, een biertje. Helpt overal tegen.’
Hoop
Voetbalveld: een uitlaatplek
(geplaatst op 07.11.2020)
Zondagochtend. De eerste wedstrijd van de dag is voor ons. Thuis om 10 uur. Dan heb je nog wat aan je dag. Ik fiets het terrein op en zie de nevel boven de velden. Een waterig zonnetje, dat volgens de voorspelling aan kracht zal winnen. Zeker de eerste helft zullen we op nat gras spelen. Heerlijk. De bal over de grond gespeeld, een sliert spetters in het kielzog. Aannemen met binnenkant voet, de druppels spatten tegen kous en knie. En dan tijdens de wedstrijd met gemak slidings inzetten. In volle vaart vijf meter van de bal verwijderd. Kortom, ik heb er zin in. Alleen nog even omkleden.
In clubkleuren gehuld, loop ik als eerste richting veld. De stokken van de cornervlaggen wiebelen op mijn schouder. Ik plant de eerste twee stokken in de daarvoor bestemde gaten op de achterlijn, het dichts bij de kantine. Daar voetballen we, indien we de toss winnen, de tweede helft naar toe. Met zicht op waar de derde helft gaat plaatsvinden.
Ik zet het op een drafje lang de zijlijn. In iedere hand een stok. Nog twee vlaggen planten en het veld is geannexeerd. Ik nader de eerste dug-out. De dug-out van de thuisclub op zo min mogelijk meters van de kleedkamer. Ik zie dat hier afgelopen avond een feestje heeft plaatsgevonden. Nou ja, feestje. Er liggen glasscherven in het gras, ik zie een brandplek daar waar de middenlijn begint, een fles vieux zonder dop op de spelersbank, een pakje supergrote vloei, een paar transparante zakjes met nog wat plantenresten en drie lege pakjes sigaretten met foto’s die kennelijk niet genoeg hebben weten af te schrikken. Ik zucht. Zo dadelijk een vuilniszak halen. Eerst de twee stokken plaatsen.
Na vlag vier loop ik schuin over het veld richting dug-outs. Mijn ploeggenoten druppelen een voor een het veld op. Bij de middencirkel aangekomen, valt mijn oog op iets wat lijkt op een molshoop. Ik loop ernaartoe met de gedachte het plat te trappen, maar deins terug als ik zie wat het werkelijk is. Een drol. Geproduceerd door een zoogdier. Type mens. Op de middenstip. Ik slik opkomend maagzuur weg. Wie haalt het in zijn hoofd om hier te poepen? En heeft diegene het van tevoren bedacht? Vezelrijk gegeten, wc-papier meegenomen en een plastic tasje om de gebruikte vellen in af te voeren. Waarom niet even de troep in diezelfde zak proppen? Dan zou de boodschap met meer mysterie zijn omgeven en niet direct aan drank en drugs gelinkt. Een eenzame drol op het midden van een leeg voetbalveld. Hoe het ook zij, iemand die een punt drukt op de middenstip, moet iemand zijn met nul verstand van voetbal.
Verstaanbaar
Een duidelijke boodschap
(geplaatst op 24.10.2020)
Ze is senior manager en voorzitter van de vergadering. Zij heeft het voor het zeggen. Ze praat snel. Ze ziet deelnemers aandachtig luisteren. Zelfverzekerd drukt ze haar schouders in de stoel, haar borsten naar voren. Er verschijnt een blos op haar wangen. Vol energie raast ze door. Ze weet niet, dat het de deelnemers moeite kost, om tot de kern van haar verhaal door te dringen.
Audrey steekt aarzelend haar linkerhand op, ellenboog op tafel. Genegeerd door de voorzitter, steekt ze vervolgens haar arm de lucht in. De woordenstroom stokt.
‘Audrey, ik zie dat het niet kan wachten. Zeg het eens.’ De voorzitter draait, zichtbaar voor iedereen, met haar ogen.
‘Gaan we vaste medewerkers ontslaan en externen inhuren?’ Audreys stem klinkt zacht. Liever heeft ze het niet juist begrepen.
‘Als ik je goed versta heb je het over de begroting van volgend jaar.’ Door luid te praten benadrukt de voorzitter haar ergernis over de gefluisterde vraag. ’Laat ik het zo zeggen: voor jouw team hoef je volgend jaar minder verjaardags-cadeautjes te regelen.’ Een flauwe glimlach tekent zich af op het gezicht van de voorzitter. ‘Waar zijn we gebleven?’ Ze bladert door minstens drie bomen aan papier. De anderen zijn allang digitaal.
Audrey steekt weer haar hand op. Zodra de voorzitter opkijkt, ontsnapt haar een zucht en zakken haar schouders vijf centimeter. ‘Ik ben er klaar mee. Jij niet?‘ vraagt ze, met een boze blik op Audrey gericht. Er valt een stilte waar Audrey gebruik van maakt door te vragen hoeveel medewerkers er weg moeten.
‘Jij zit in schaal K,’ zegt de senior manager. ‘Dat is precies het bedrag dat we moeten besparen.’ De deelnemers zien Audrey met haar ogen knipperen. De voorzitter gaat verder: ‘Ik stel voor dit onderwerp omwille van de tijd nu te laten rusten. Het volgende en laatste agendapunt. Ons jaarlijks weekend weg met het lower management, waar jullie allen toe behoren.’
‘Zeker weten zonder mij,’ mompelt Audrey.
Uit de tijd stappen
Ontspannen
(geplaatst op 10.10.2020)
Terug op het werk. Op de aan de eetkamertafel zelf gecreëerde werkplek. Collega’s spreek ik via beeldbellen. Of ik nog ben weggeweest, vragen ze. Twee weken, antwoord ik. Met die tijdsaanduiding doe ik de vakantie te kort. Ik beperk de tijdsduur, door er een voorstelbare periode aan te koppelen. In mijn werkelijkheid, ben ik veel langer weggeweest. Want mijn gevoel zegt langer. En daar wil ik graag aan toegeven.
Mijn dagen daar bestaan uit de omgeving verkennen, onderdompelen in het meer, Limoncello drinken op het terras voor het huis, eenvoudige maaltijden eten en lezen. Door de vele indrukken die ik opdoe, lijken de dagen langer te duren. Het tijdsbesef raak ik kwijt, wanneer ik later op de dag wil opschrijven wat ik eerder heb gedaan. Tijdens het schrijven, loop ik nog een keer door de nauwe straatjes van het dorp.
De dagen vloeien in elkaar over. Niet saai. Zeker niet. Omdat ik elke dag iets anders ontdek. Dat kan een gehucht zijn, geplakt tegen een bergwand. Of een druipende gorgonzolakaas, gekocht in de winkel en even later op brood gesmeerd. Het ritme van de dagen is vergelijkbaar. Alsof het een flow betreft. De ontspanning is intens, allesoverheersend. Ik vergeet de dagen van de week.
Aan alles komt een eind, en dat is in dit geval goed. Het ritme is geen routine geworden. Langer blijven zou wellicht geleid hebben tot gewenning, waardoor ik geen oog meer zou hebben voor de omgeving. Sowieso had ik dan meer boeken bij me moeten hebben. Nu koester ik de herinnering en in mijn hoofd plan ik de volgende vakantie in een vreemde omgeving, in de hoop ook daar weer uit de tijd te kunnen stappen.
Bijna
Maar net niet helemaal
(geplaatst op 26.09.2020)
Mijn buurman kan lullen als Brugman. Hem horen is hem geloven. Hoewel het fantastische verhalen zijn, die hij met een zwaar Limburgs accent afsteekt, is er geen reden om hem te wantrouwen.
Hij mag nu een lichte vorm van obesitas hebben, toen hij voetbalde heeft hij bijna in het eerste van Heerenveen gespeeld. Een verhaal dat ik niet in twijfel trek. Of hoe hij daarna huurling voor een bewakingsbedrijf werd, werkte in het verre buitenland en hij zowat miljonair is geworden. Het huwelijk dat volgde, heeft het banksaldo doen slinken. Had hij haast de ware gevonden, bleek ze uitsluitend in zijn geld geïnteresseerd te zijn.
Hij heeft zich om laten scholen tot IT-er. Richtte zijn eigen bedrijf op. Kon de vraag amper aan. De deal voor de verkoop van zijn bedrijf was nagenoeg rond, toen knapte de internetbubbel. Hij stortte zich op vastgoed. Amper had hij zijn eerste woning voor beleggingsdoeleinden gekocht, of een aardbeving maakte het onverkoopbaar.
Sindsdien scharrelt hij zijn inkomen bij elkaar. Hij is een ongeveinsde positivo. Eens komt de tijd dat ‘bijna’ is verworden tot ‘helemaal wel’. Ondertussen moet ik nog even geduld hebben. Het geld dat ik hem geleend heb, heeft hij geïnvesteerd. Zodra het vrijkomt, betaalt hij mij terug. Met rente. Want hij gaat zeker een klapper maken. Nou ja, vrijwel zeker.
Snelle suikers
Onbereikbaar...
(geplaatst op 29.08.2020)
Aan een stuk door vergaderen. Het is drie uur en nog niets gegeten. Ik moet nu het energielek dichten met een reep, anders word ik me toch chagrijnig. Eentje met chocolade en karamel, eentje vol suikers.
Nonchalant loop ik de gang op, of eerder doelbewust. Het moet lijken alsof ik op weg ben naar het volgende overleg. Hoek omslaan en hopen dat er zich niemand in de buurt van de snoepautomaat ophoudt. Anders moet ik afbuigen richting trappenhuis. Ik mag niet gezien worden. Een sportman in hart en nieren. Daarbij spreek ik altijd anderen aan die weifelend voor de verlichte bak staan: ‘Betrapt! Daar krijg je spijt van.’ Vervolgens laat ik een brede glimlach zien, wanneer ze verschrikt opkijken.
Niemand te zien. Mooi. Even kijken. Daar. Nummer 49. De twee nummers piepen onder de druk van mijn linker wijsvinger. Het apparaat komt langzaam tot leven. De spiraal, die de door mij begeerde reep vasthoudt, draait. Voor heel even. De reep denkt er niet aan om te vallen. Ik geef met de vlakke hand een klap tegen de zijkant van de machine. Deze geeft geen kik. Nogmaals betalen, dat zal mijn straf zijn.
Zelfde handelingen, zelfde resultaat. Ik implodeer. Ik zet mijn rug tegen de zijkant van de automaat, ga door de knieën en duw het apparaat een stuk van de grond. Ik laat het gevaarte los. Een lichte plof. Ik duw mijn hele onderarm in de mond van het beest en tast, tegen beter weten in, de bodem af. Geen reep. Ik vloek binnensmonds.
Weer kantelen. Nu iets verder. Met een uiterste krachtinspanning duw ik twee pootjes de lucht in. Net als ik denk, dit is ver genoeg, is het kritieke punt gepasseerd en stort de machine met een doffe klap op de grond. Het licht gedoofd, het beest geveld. Ik kruip naar de voorkant en staar door het plexiglas. Nummer 49: reep strak in het gelid, een kwartslag gedraaid. Op dat moment hoor ik achter me: ‘Betrapt! Daar krijg je spijt van.’
Gestrekt been
Door drank veroorzaakt
(geplaatst op 15.08.2020)
Overmoedige flapuit, zonder enige nuance. Als ik drank op heb, word ik een lul. Ik vertel dronken niet eens de waarheid. Ook al besef ik dat pas de volgende ochtend. Op het moment zelf, ben ik overtuigd van nut en noodzaak. Rechtlijnig verwoord, de dubbele tong probeert het in zo’n min mogelijk woorden over te brengen, met gestrekt been er in. Hoppa, dat mag eens gezegd worden. Maar waarom? Zat het mij zo hoog? Achteraf kan ik niet achterhalen dat het een issue was, noch in een grijs verleden, noch in een recent heden.
Zonder drank kan het interessant zijn om een recalcitrant standpunt in te nemen. Een beetje stekelig. Goed voor de discussie. Meningen ontlokken, gedachten ontfutselen. Wanneer dit op een respectvolle manier gebeurt, komt het vaak genoeg voor dat ik zelf op nieuwe gedachten kom. Het verrijkt de geest. Ik heb oor voor mijn gesprekspartner, leg niet mijn mening op, ben voor rede vatbaar.
Tot de bodem van de eerste fles wijn, kan het een vruchtbaar gesprek zijn. Waarom het daar niet bij laten? Stop met de stekeligheden. Halverwege de tweede fles, op weg naar het digestief, zaai ik slechts onbegrip. Met de bijbehorende tunnelvisie kan ik enkel vooruit, geen ruimte voor bochten, laat staan om terug te keren op mijn schreden. In volle vaart naar het licht, eindigt in zwartgalligheid.
Ik kan stoppen met drinken (kan ik dat?). Dan ontbreekt het antwoord op de vraag, waarom komt er een spreekwoordelijke Mr. Hyde in mij op. Dat zou ik zo graag willen weten.
Met dank aan het verzamelen
Houvast
(geplaatst op 01.08.2020)
Sarah is vergeten zich te settelen. Haar vriendinnen niet. Zij zijn inmiddels verworden tot vage kennissen. Contact via social media bestaat uit eenrichtingverkeer, wanneer Sarah een foto van een van hun exotische vakanties, of hun perfecte gezin liket.
Ook Sarah reist en maakt foto’s, maar deelt ze niet. Wereldwijd bezoekt ze beurzen. Altijd met het thema Disney. De verzameling Mickey Mouse neemt haar woning over. Hij is er in pluche, plastic, keramiek, rubber en hout. Klein en groot. Als sier- en gebruiksvoorwerp. Ze valt ’s nachts onder zijn afbeelding in slaap en droogt zich na het douchen af, met zijn lijf afgedrukt op de rulle handdoek. De vitrinekasten puilen uit. De voorwerpen op de computer vastgelegd. Met foto en in rubrieken gerangschikt naar prijs, plaats en datum van aankoop.
Al haar vrije uren gaan op aan het verzamelen. Het geeft grip op haar leven. Binnenshuis struint ze internet af, waar particulieren het speelgoed van hun kinderen aanbieden. Ze deelt de kasten opnieuw in. Herinneringen komen naar boven, als ze de voorwerpen door haar handen laat gaan. Ze verveelt zich geen moment. Buitenshuis maakt ze reizen, bezoekt steden, ontmoet gelijkgestemden. Ze heeft al anderhalf jaar contact met een Spanjaard die ze in Tokio heeft ontmoet. Ze reikten tegelijkertijd naar een Mickey Mouse spaarpot en raakten aan de praat. Voor hem, zou ze wel haar foto’s willen posten.
Sindsdien hebben ze elkaar een keer in Parijs en een keer in Toronto ontmoet. Nu is het wachten op een beurs in Amsterdam en Madrid. Zodat de een de ander, zijn of haar verzameling thuis kan laten zien. Wie weet, wat daarvan komt. Hopen op een verzamelbeurs. Want zonder beurs, geen houvast, geen ontmoeting.
De krant
Een zaterdagochtend ritueel
(geplaatst op 18.07.2020)
Ik sta er speciaal vroeg voor op. Het huis is nog in diepe rust. In de gang zie ik de krant uit de brievenbus steken. Altijd een uitdaging om deze ongeschonden uit de gleuf te sjorren. Ik weet inmiddels dat het deel van de krant dat nog in contact staat met de buitenlucht, vochtig is. Met mijn blote voeten op de kokosmat, door de knieën en de krant naar binnen trekken. De helft van de eerste paar pagina’s zal door de rvs-brievenbusklep verwijderd worden. Nee, ik open de voordeur, hiervoor heb ik speciaal mijn badjas aangetrokken, en trek aan het vochtige gedeelte de krant uit de mond van de deur. Het levert een paar vieze vingers op, maar het nieuwsblad blijft intact. Doordat ik doordeweeks swipe, komt de krantenjongen alleen op zaterdag langs. Ik spreek hem er niet op aan. De editie is te lijvig voor de smalle opening.
Goed. De krant is dus nog heel. Handen gewassen. Koffiegezet. Boterham met pindakaas gesmeerd. De krant op de eettafel. Het gaat beginnen. Ik mors koffie over het wereldnieuws. Ik laat kruimels achter in het sportkatern. Ik onderdruk een oprisping gebogen over de weekendbijlage. Een uur later heb ik alle pagina’s een keer bekeken. Koppen gesneld. Nieuwsberichten gelezen. Ik neem me stellig voor bepaalde artikelen later dit weekend te lezen. Ik scheur de pagina’s met die reportages uit, leg ze op elkaar en vouw het geheel dubbel. Het komt naast het stapeltje van vorig weekend te liggen. Zijn er mensen die het voor elkaar krijgen om alles te lezen wat in de krant van zaterdag staat? Mijn duim en wijsvinger voelen smoezelig aan en laten grauwe afdrukken achter op het oor van de koffiebeker. Ik hoor gestommel in huis. Tijd om te douchen. De dag begint.
Symbool
Gekeerde predestinatie
(geplaatst op 04.07.2020)
Met de naam Roderick is hij voorbestemd om advocaat te worden, hockey te spelen, in een steenrode pantalon rond te lopen en bij tijd en wijle te brallen. Mensen hebben nu eenmaal bepaalde verwachtingen. De eerste helft van zijn leven, de weg van de minste weerstand. Hij is succesvol strafadvocaat, kan aardig met de stick overweg, loopt er volgens de norm van de snobistische wereld gekleed bij en bestelt goudgele rakkers met een schaal bruin fruit voor zijn vrinden.
In de periode dat hij verplicht thuiswerkt, dat de wedstrijden en de bijbehorende derde helft zijn afgelast, komt hij tot de ontdekking dat hij zijn werk zonder bezieling verricht, dat hij zich beter voelt in een spijkerbroek en dat hij die zogenaamde vrienden niet mist.
Tijd voor verandering. Het is nog niet te laat. Een ander leven. Zodra de tattooshop haar deuren opent, staat hij op de stoep. Moed, wijsheid, kracht en beschermer van het leven. Woorden op het lijf geschreven in de vorm van een draak. Een afbeelding op zijn rechteronderarm. Duidelijk zichtbaar bij t-shirts die hij voorheen nooit droeg. Vanaf dat moment noemt hij zichzelf Rick, zegt hij het lidmaatschap van de club op, en laat hij zich omscholen tot pro-deo advocaat. Die tatoeage markeert het keerpunt in zijn leven. En is bovendien goedkoper dan een Porsche. Wat nou midlife crisis? Dit is het echte leven.
Tactisch reageren
Uiterlijk
(geplaatst op 20.06.2020)
‘Vind je me dik?’ Thea staat op haar tenen, haar heup een kwart slag gedraaid. Ze kijkt zorgelijk in de spiegel van de badkamer.
‘Nee, natuurlijk niet schat,’ zegt Pieter met een mond vol schuimend tandpasta. Hij kijkt zijn vrouw aan in de spiegel.
‘Ik ben anders wel mooi twee kilo zwaarder dan verleden jaar. Ik heb me net gewogen.’ Ze gaat plat op haar voeten staan.
‘Zie je niets van.’ Pieter zet de tandenborstel in de beker en geeft haar een zoen op haar wang.
‘Je kijkt niet goed. Verleden jaar rond deze tijd paste ik met gemak in deze gele zomerbroek. Zakte zelfs een beetje af. En moet je nu kijken. Ik krijg de knoop nog maar net dicht.’ Ze pakt tussen haar vingers een huidplooi in haar zij en ze ziet een vetrol. ‘Ik krijg de vorm van een peer,’ zucht ze.
‘Lieverd, dat valt toch hartstikke mee. Het is bovendien een linnen broek. Na een halve dag dragen zit er al speling in en voor je het weet zakt het af.’ Pieter glimlacht naar zijn vrouw.
‘Jij hebt makkelijk praten. Er kleeft geen vet aan je botten.’ Ze zegt het alsof ze een beschuldiging uit.
‘Ga anders ook hardlopen. Lekker veel calorieën verbranden.’ Hij weet dat ze hardlopen saai vindt. Pieter slaat haar plagerig op haar billen en loopt de badkamer uit. ‘Dus je vindt me dik,’ hoort hij haar nog zeggen. Hij denkt dat het verstandig is om niet te reageren.
Wakker liggen
Zonder te piekeren
(geplaatst op 06.06.2020)
Ik slaap al maanden slecht. Althans, kort is wat mij betreft slecht. Inslapen: geen probleem. Een keer omdraaien en ik ben weg. Om een uurtje of drie word ik wakker voor een plasmoment. Ik kan de nacht niet heugen, dat ik voor het laatst acht uur achter elkaar heb geslapen. Zou het twintig jaar geleden zijn? Daarna jarenlang wakker worden voor een sanitaire stop, om vervolgens zonder problemen verder te ronken. Vijf minuten voordat de wekker gaat, uit eigen beweging wakker worden. Rustig, zonder stuiptrekking.
Tegenwoordig gaat dat verder slapen niet meer vanzelfsprekend. Of beter gezegd: vanzelfsprekend niet. Het gevoel van ‘ah, lekker nog vier uur te gaan’, heeft plaatsgemaakt voor ‘nee hè, dat wordt weer drie uur wakker liggen’. Meestal lukt het om nog een keer in slaap te vallen. Ik beland dan in een of andere onverklaarbare wilde droom. Met een hartverzakking word ik wakker van de wekker. Klamme handen, de adrenaline pompt door mijn aderen. Wat doet iemand met hoogtevrees bovenop een brandende wolkenkrabber? En nog belangrijker: waar sprong ik naar toe, toen de alarmbel klonk? Mijn hersenen spelen een spelletje met me en het maakt mij moe. Moe, als in acht uur achter elkaar kunnen slapen.
Dus ik drink niets meer vanaf vier uur ’s middags, op dat kalmerende kopje kamillethee na. Ik sport me een slag in de rondte, een uitgeput lichaam. Ik kijk, na een licht verteerbare maaltijd, duffe series die het intellect niet onnodig uitdagen. Maar ja, in slaap vallen is niet het probleem. Na het middernachtelijk wc bezoek, lig ik wakker. Zonder te piekeren, denk ik aan helemaal niets. Het is zo leeg in mijn hoofd, dat ik me zorgen maak.
Verschillende beesten in één weiland
Haat en nijd
(geplaatst op 23.05.2020)
Als ik aan tafel zit, kijk ik uit over een weiland. De natuurlijke habitat van een kudde koeien. Ik zie ze tegen elkaar aan staan, van elkaar weglopen, niet te ver. Niemand zondert zich af. Met klaveren erbij, worden er meer rondjes door het grasland gelopen. De jonkies hebben de neiging om af en toe een bokkensprong te maken en dan een stuk te rennen. De al wat oudere dames kunnen niet achterblijven en gaan er op een drafje achteraan.
Ik zie dat een kalf enthousiast op kraamvisite gaat bij een paar nijlganzen. Het schonkige beest, met natte ogen en een plukje dor haar bovenop de kop, is blij dat het dieren gespot heeft die kleiner zijn. Wie weet willen ze spelen. De ouders zien de dartelende gast aankomen en snateren hun pluizige kroost richting sloot. Het jong trekt nog een sprintje, de familie gaat te water, het gras is schoongeveegd. Het nest van een zwaan, wordt met rust gelaten. Ook al loopt het kalf vriendelijk knikkend langs, het weet dat die chagrijnige witte beesten plotseling kunnen uithalen.
Zo af en toe wordt er een groep paarden losgelaten. Ze betreden het domein van de koe. Van integratie is geen sprake. Veelal benutten ze de ruimte optimaal en is de afstand tussen beide kuddes groot.
Vroeg in de ochtend, de dauw nog op het veld, lopen de koeien slaperig een rondje. De stramme spieren opwarmen. Met trage bewegingen verplaatsen ze zich. Tot ze bij de groep paarden aankomen. De logge koeien lijken verbaasd te zijn dat er andersoortige beesten in het afgezette stuk gras staan. Er ontstaat een staredown. Verstild staan beide bendes bij elkaar in de buurt. Proberen ze mentaal een tik uit te delen? Dient de ene groep plaatst te maken voor de andere? Meestal zijn het de koeien die quasi nonchalant de route schuin afsteken, langs de fiere paarden heen. Het boeit ze ineens niet meer, dat er andere wezens in hun weide staan. Gras genoeg. De paarden ontlasten zich.
Wat gaat er in die hoofden om? Vraagt een koe zich af waarvoor dat andere beest dient? Ze heeft het nog niet eerder in de stal gezien, bij de melkmachine. Ze heeft wel eens een mens op de rug van het dier zien zitten. Om rondjes te lopen over een met balken afgezet stuk aarde, waar geen gras wil groeien. Alsof dat ergens toe leidt. Gnuift het ene paard tegen het andere? Iets in de trant van: ‘Moet je die zien, ze is al weer zwanger. De slet! En maar eten, de godganse dag. Geen wonder dat ze zo kolossaal is.’
Nee, het mag er vredelievend uitzien, het is haat en nijd in het weiland. Vertel mij wat.
Gepast
Braaf
(geplaatst op 9 mei 2020)
‘Dus je laat nooit eens een papiertje op de grond vallen?’
‘Als ik geen prullenbak zie, steek ik het in de zak van mijn broek.’
‘Die vervolgens met papiertje en al in de was belandt.’
‘Nee, hoor. Ik haal altijd mijn zakken leeg voordat ik mijn broek in de mand gooi.’
‘Nou, nou… Zeg, als zo dadelijk de bus komt dan schuifelen we naar voren zodat we als eerste instappen en misschien nog kunnen zitten.’
‘Maar we kwamen als laatste aanlopen. Dus moeten we die mensen voor laten gaan.’
‘Poeh, hé. En straks in het zwembad als je in het water ligt, dan plas je zeker niet even stiekem in het water. Zo lekker warm in je zwembroek.’
‘Nee, dat is vies. Stel dat iedereen dat doet?’
‘Plas je ook niet onder de douche over je voeten? Schijnt goed tegen kalknagels te zijn. Of laat je wel eens een wind, als je onder de dekens ligt, om daarna flink door je neus in te ademen?’
‘Nee, bah!’
‘Wat ben je toch een braaf kind. Van wie heb je dat geleerd?
‘Van papa.’
‘Dezelfde papa die boeren aan tafel laat en met zijn hand in zijn broek zit voor de tv? Oma zal trots zijn dat jouw vader zich kennelijk nog herinnert hoe het hoort. Welgemanierdheid komt dan toch weer boven drijven.’
‘Ome Klaas, doet u al die dingen wel?’
‘Ikke? Nee, ik zou niet durven. Veel te bang voor oma.’
Thuisonderwijs
Status verliezen
(geplaatst op 25.04.2020)
Nog geen maand geleden. Zij vertrouwde hem blindelings. Hij wist oplossingen voor duivelse dilemma’s en antwoorden op schier onmogelijke vragen. Totdat thuisonderwijs werd ingevoerd.
Deze week kreeg zijn dochter te horen dat ze het huiswerk niet goed heeft gemaakt. En dat was niet de eerste keer.
Hij mist de uitleg van de juf. Nu wordt hij geacht zijn dochter direct te ondersteunen. Haar gedachtegang te begeleiden naar de juiste interpretatie van een vraag, richting het juiste antwoord. Of simpelweg een breuk vermenigvuldigen met een andere breuk. Daar zou toch maar een correct antwoord uit voort kunnen komen.
Zij ontvangt haar ingeleverde werk digitaal retour. Zonder sticker. In rood staat erbij wat er niet goed is gegaan. Wat hij niet goed heeft uitgelegd. Kennelijk.
Vreselijk, om voor de ogen van zijn dochter zo nat te gaan. Hij probeert er ook niet onderuit te komen. Heb je mij verkeerd begrepen? Heb je er een andere draai aan gegeven? Nee, het is zijn schuld. Hij gaat zijn dochter geen complex aanpraten. Ze zal zich sowieso wel achter de oren krabben: hoe heeft ze ooit kunnen denken dat haar pa alwetend is?
Er zit niets anders op. Hij stapt van dat voetstuk af. Levert de medailles in. Hij had nog graag een jaartje die status willen behouden. Vanavond zal hij zijn dochter extra lang voorlezen uit haar favoriete boek. Elk karakter zijn eigen stem. Want volgens haar, is hij de voorleeskampioen. Nog wel.
Filosofische overpeinzing
Te laat voor verandering?
(geplaatst op 11.04.20202)
Een filosofisch café.
Een plek voor lookalikes: op leeftijd, blank, verzorgd en degelijk gekleed met makkelijke schoenen.
Zo op het eerste gezicht niet dynamisch.
Maar de krakende hersenen staan voor levenslust.
Een homogeen gezelschap van niet gelijkgestemden.
De verhitte discussie over zingeving, de invulling van het leven tot nu toe.
Vasthouden aan datgene wat achter hen ligt.
Meer verleden dan toekomst.
Wat als inzicht tot verandering leidt?
Is het daar niet te laat voor?
Hamsterwoede
Het voordeel van altijd een voorraad
(geplaatst op 28.03.2020)
Waren de schappen maar helemaal leeg. Dat schept een band. Solidariteit in het lijden. Als blijkt dat er van iets, toch nog enkele exemplaren zijn, duikelen mensen over elkaar heen om een schaal vlees te bemachtigen. Snot en andere lichaamssappen worden uitgewisseld. Wat maakt het uit. Wanneer men straks ziek thuis moet blijven, kan er op woensdag gewoon gehakt gegeten worden. Niet alles moet veranderen. Men heeft houvast nodig. Ik bekijk het van gepaste afstand en verleng moeiteloos de- nationale-week-zonder-vlees.
Neemt niet weg dat ik ook hamster. Daar heb ik geen crisis voor nodig. Ik denk dat het ontstaan is toen ik met een rugzak vakantie vierde. Low budget. Niet altijd een geregistreerde slaapplaats, niet altijd een toilet in de buurt. Zo heb ik geleerd om te allen tijde voorzien te zijn. En ook nu zal het mij niet gebeuren. Het moment dat het laatste velletje de rol loslaat en de angst me om het hart slaat. Er is geen wc papier meer in huis. De digitale krant biedt geen uitkomst. Waarom moest ik zo milieubewust de ja/ja sticker voor op de brievenbus weigeren? Geen reclamefolder om te dienen als alternatief. Geen kans om de gedrukte kleurenpracht van de laatste aanbieding te besmeuren.
Angst maakt plaats voor een tevreden gevoel. Ik zal niet mis grijpen. De berging is er goed voor om mijn riante voorraad te huizen. Nu maak ik me populair door rollen wc papier te verhandelen. Tegen kostprijs. Ik hoef niet zo nodig te verdienen aan andermans stoelgang.
Bruine banaan
Gezonde prut
(geplaatst op 14.03.2020)
Ik heb een afwijking. Ik geef het direct toe. Ik houd niet van gevlekte bananen. De critici beweren dat er meer smaak zit aan een wat rijpere banaan. De gebutste plekken, ietwat bruin geworden, kun je gewoon opeten. Er zouden zelfs meer antioxidanten in zitten.
Ik gruwel echter van de papperige substantie in mijn mond. Vervolgens heb ik moeite om de brij door te slikken. Ik wil een stevige banaan, met een groen gele schil. Er moet iets te bijten zijn, niet te slurpen.
De bananen die ik koop, doorlopen een strenge selectieprocedure. Naast een scherpe visuele controle, bepotel ik ze. Ik koop er niet meer dan drie tegelijk. Tegen een hele tros, valt niet op te eten. Na een paar dagen fruitschaal worden de nog resterende exemplaren bruin van schil.
O ja, nog een onhebbelijkheid. Een banaan is asociaal. Leg er ander fruit bij in de buurt en geheid dat de appel of peer sneller verouderd. Ik heb bananen sowieso even in de ban gedaan. Verleden week kwam ik een stuk vergeten fruit tegen, onderin mijn rugzak. Een geplet exemplaar, overrijp, de schil gebarsten. Het vruchtvlees uitgesmeerd over de bodem. Het heeft me een half uur gekost om de binnenkant te reinigen. Overigens ruikt mijn rugzak wel gezond.
Het verhaal gaat dat je van de neutrale zoete geur van een rijpe banaan afvalt. Althans, dat je sneller een vol gevoel hebt en daardoor minder eet. Dus eerst even met mijn hoofd de tas in, voor ik weer een zak chips pak.
Als het kwartje valt
Algoritme
(geplaatst op 29.02.2020)
De volgende keer, wanneer hij ongestoord de zaterdageditie kan doorspitten, zal hij aan haar vragen of er iets is. Hij heeft inmiddels voldoende data verzameld om uit haar stilzwijgen een conclusie te trekken. Nog niet de reden van haar teruggetrokkenheid, maar wel dat er iets is.
Achteraf is de rust van het in een paar uur doorbladeren van de krant, het niet waard ten opzichte van de onrustige uren die daarna volgen. Zodra hij het nieuwsblad weglegt en vraag of zij nog koffie wil, krijgt hij te horen dat hij onverschillig is. Merkt hij dan niet dat er iets met haar aan de hand is?
Hij vindt haar moeilijk te lezen. Zij vindt dat hij haar beter moet aanvoelen. Hij vindt dat hij het hebben van gevoelens niet kan aanleren, die overkomen hem. Of niet. Hij zou ze wellicht kunnen opwekken door stimulerende middelen te gebruiken. Of dat een goed gesprek oplevert, betwijfelt hij. Beter dus, om herinneringen op te halen aan de hand van data.
Zaterdagochtend + samen in de huiskamer + ze heeft niet zichtbaar iets om handen + hij leest de krant + zij zwijgt = hij vraag of er iets is.
En dan niet bij het eerste antwoord dat ‘nee, hoor’ luidt weer verder gaan met lezen. Even doorvragen natuurlijk. Dat heeft hij ook opgeslagen.
Contact
Verbinding maken
(geplaatst op 15.02.2020)
‘Waarom vertel je me niet welke schermen je hebt doorlopen? Voor welke opties heb je gekozen? Zo kan ik je niet helpen.’ De vrouw met het knotje is harder gaan praten.
‘Je hoeft me niet te helpen.’ Tegenover haar zit een grijzende man, bril op het puntje van zijn neus, zijn onderarmen op tafel met zijn mobiel in beide handen.
‘Ik heb liever dat je niet zit te mopperen. Waarom moet je überhaupt ineens op internet? Ik zat midden in een verhaal.’
‘Jij zit altijd midden in een verhaal. Ik wil gewoon even de site van De Ooievaar bekijken.’ De blik van de man blijft op het schermpje rusten.
‘Je bedoelt de site van het café waar we nu zijn?’ De vrouw kijkt de man met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Dat is correct,’ zegt hij gewichtig. Hij kijkt even naar haar op en neemt daarna een slok van zijn bier.
‘Je kunt ook om je heen kijken en me vertellen wat je ziet.’ Ze gebaart met haar armen, het knotje beweegt losjes op haar hoofd. ‘Zeg iets. Of hier, heb je de kaart met drank en borrelhapjes.’ Ze plaats het geplastificeerde A4-tje demonstratief op zijn mobiel. ‘Wat denk je op de site tegen te komen, dat je niet nu, live, kunt zien?’
‘Altijd weer die vragen. Laat mij nou gewoon even. Waarom moet ik elke handeling verantwoorden?’ Hij zucht luidt en grijpt naar zijn glas.
‘Wanneer we samen een dagje weg zijn, is interactie volgens mij een voorwaarde voor een geslaagd uitje. Maar kennelijk zijn we met z’n drieën weg. Jij, ik en je telefoon. Gebruik dat ding nou eens om een foto van ons te maken in het café. Geef hier, dan stel ik wifi in.’ Ze houdt haar hand op. ‘Weet je het wachtwoord?’
‘Van mijn mobiel?’ Hij overhandigt zijn telefoon.
‘Schat, dat is 1960, mijn geboortejaar.’ Ze schudt meewarig haar hoofd. ‘Het wachtwoord om gebruik te maken van de wifi-verbinding van De Ooievaar.’ Ze zet alvast haar bril op.
‘Geen idee. Zal ik het de serveerster vragen?’
‘Kijk, nu ben je constructief bezig.’ Ze nipt van de dampende thee. Hij maakt oogcontact met de dame achter de bar, die een haarlok achter haar oor strijkt en hem vriendelijk toeknikt.
‘Leuk, die interactie,’ zegt hij met een grijns op zijn gezicht.
Een naam voor het leven
Een passende naam
(geplaatst op 01.02.2020)
‘Wat dacht je van Casper?’
‘Casper het spookje.’
‘O ja, dat is waar. Valt af. Jeroen dan?’
‘Van Saskia en Jeroen. Als zijn klasgenoten er ooit achter komen dat er een serie kinderboeken over hem is geschreven…’
‘Jeroen is in die verhalen toch geen vervelend joch?’
‘Volgens mij niet. Ik vind alleen dat je kinderen niet iets in handen moet geven om ons kind te pesten.’
‘We kunnen hem niet eeuwig beschermen.’
‘We kunnen hem wel een goede start geven. Stel we noemen hem Wouter en hij heeft jouw lengte genen: Wouter-kabouter. Die bijnaam kleeft zijn hele leven aan hem.’
‘Bart? Bart is een neutrale naam.’
‘Helaas niet voor mij. Binnen het bedrijf loopt een hele onsympathieke Bart rond. Ik wil niet aan die gast denken wanneer ik mijn zoon in bad doe.’
‘Onze zoon, bedoel je. Kom jij eens met een naam?’
‘Daley.’
‘O ja, omdat jij fan bent van die speler van Ajax. Kom, hoe heet hij ook al weer?’
‘En Hakim?’
‘Hakim van Vliet. Dat kan verrassend uitpakken. Mensen hebben hem nog niet eerder gezien en ze verwachten een Hakim. Even later komt er een blonde jongen met blauwe ogen binnen lopen.’
‘Ah, wat lief! Je wilt dat hij op mij lijkt.’
‘Schat, we zijn allebei blond met blauwe ogen. De kans is nu eenmaal aanwezig dat hij die uiterlijke kenmerken meekrijgt. Ik denk dat hij altijd iets heeft uit te leggen met een voornaam die niet direct overeenkomt met zijn voorkomen.’
‘We houden wel heel veel rekening met andermans verwachtingen, of misschien wel vooroordelen.’
‘Dat doen we eveneens bij Casper het spookje. Draait niet alles om associëren?’
‘Daar gaat Barack…’
‘Zullen we hem naar mijn vader vernoemen?’
‘Ik geloof niet dat ‘bemoeial’ een officiële, door ambtenaren van de burgerlijke stand geaccepteerde voornaam is.’
‘Ha, ha. Leuk, hoor.’
‘Ok, het is een schat van een man. Een beetje te veel aanwezig, dat is alles. Overigens rijmt zijn voornaam op ‘pies’, alsof je dat tijdens je leven nog niet zelf hebt bedacht. Ik voorspel dat onze zoon gepest wordt en nog jarenlang in zijn bed plast. Mijn vader valt overigens ook af: vieze-Rik.’
‘Dennis?’
‘Hmmm… Dennis van Vliet. Klinkt goed. Stoere naam.’
‘Nu maar hopen dat de komende jaren niet ene Dennis een rechts radicale partij opricht en voor een hoop commotie zorgt.’
‘Weten we trouwens zeker dat het een jongen wordt?’
Blessureleed
Opstandige knie
(geplaatst op 18.01.2020)
De laatste wedstrijd voor de winterstop en ik val geblesseerd uit. Gelukkig pas diep in de tweede helft. Het liefst wil ik alle wedstrijden volledig spelen. Mijn knie zegt dat ik er uit moet. We hebben zowaar nog iemand langs de lijn, die maar wat graag terugkomt in het veld. Op ons niveau mogen we doorlopend wisselen. Het gaat nog ergens over.
De volgende dag met beide handen het ene been uit bed werken, hinkelen op het andere en later de spijkerbroek zittend aantrekken. Dinsdag zal de pijn het hoogtepunt bereiken, als ik uitga van spierpijn. Woensdag zal ik verbetering constateren.
Donderdag is traplopen nog steeds een probleem. Ik begin me af te vragen of er toch niet iets aan de hand is, waardoor ik een tijd lang niet kan sporten.
Ik besluit rust te houden. Het lukt me, met moeite. Twee weken beperk ik mij tot zittende fitnessoefeningen. Langzaamaan ga ik de knie weer belasten. De eerste keer hardlopen, een kleine ronde. Het gewricht maakt geluid. De tweede keer, slechts een zeurend pijntje. De derde keer iets verder weg. Moet kunnen. Gaat verassend goed.
Niet de volgende dag. Een terugslag. Nu word ik pas echt chagrijnig. Ik heb nooit blessures die weken aanhouden. Ik houd op mijn leeftijd al rekening met meer hersteltijd dan voorheen. Ik verzorg mijn lichaam goed. Gezonde voeding, voldoende beweging. En nu flikt mijn knie dit. Ik kan natuurlijk beredeneren dat er mensen zijn met echte blessures, die veel verder van huis zijn. Om nou te zeggen dat ik daar blij van word.
Het moet er van komen: voor het eerst naar de fysiotherapeut. Hij kneedt, trekt, rekt en duwt. Na de behandeling verlaat ik de praktijk met meer pijn en een goed gevoel. Ik mag de knie licht belasten. Hardlopen vindt hij een goed idee. Twisten gaat nog even niet, maar in gedachte maak ik een vreugdedansje.
Praktisch en vergeten
Hopen op een derde leven
(geplaatst op 04.01.2020)
Ik ben misschien niet uitzonderlijk mooi, heb ik wel eens opgevangen. Maar ik ben wel reuze praktisch. En degelijk. Ik ben immers al jaren lang gebruikt.
Eerst mocht ik de portemonnee, sleutels en make-up spullen bij elkaar houden voor een dame met een bontjas en een chiwawa. Die hond was trouwens jaloers. Als ik wel en hij niet werd gedragen. Hij zette herhaaldelijk zijn scherpe tandjes in mij. Mevrouw vond dat hij vooral speels was, het verwende kreng.
Ze zorgde overigens goed voor me. Ik werd niet op de grond geplaatst en drooggehouden bij neerslag. Thuis kreeg ik een plekje bij de overige modellen. Ik ben uniek, maar was niet alleen.
Na een aantal jaar gunde ze me een tweede leven.
Ik heb niet lang hoeven wachten in de kringloopwinkel. Zwart matcht altijd en ik heb plenty opbergmogelijkheden. Dat tweede leven was trouwens een stuk ruiger. Hangen aan het stuur van de opoefiets, onder de collegebanken geschoven, gedumpt op de koude vloer thuis. Ik kon het hebben. Wat mij vooral kwetst is dat ik nu hier in deze stelling sta tussen laptops, telefoons, boeken en tassen die het omzien niet waard zijn. Ze is mij vergeten en gezien de tijd die sindsdien is verstreken is ze niet van plan mij op te halen. Verworden tot een afgedankt gevonden voorwerp. Ik mis die scherpe tandjes.
Oude onbekende
Wat is er met haar gebeurd?
(geplaatst op 21.12.2019)
Een aantal keer per jaar, een dag samen door de stad lopen. Altijd op dinsdag. Altijd aan het eind van de middag even naar dezelfde kroeg. Oud bruin. Rustig. Op een verdwaalde toerist na. Altijd dezelfde barman. Geruststellend stukje niet veranderde wereld. Altijd komt er een meisje, met gitaar op haar rug, de kroeg in. Haar haren rood geverfd, afgetrapte canvas sneakers, gaten in haar broek, ring door haar neus. Ze kent de barman beter dan wij. Ze praat met hem over de achterliggende schooldag. Ze krijgt een tosti en iets te drinken. Een uurtje later stapt ze op om naar gitaarles te gaan. Dat is nog eens een buitenschoolse opvang voor pubers.
Dit jaar zijn we haar op onze dinsdagen niet meer tegengekomen. Is ze klaar met school en begonnen op het conservatorium? Of heeft ze school niet afgemaakt en reist ze met haar band de festivals af? Of is ze druk bezig met het opnemen van haar eerste album? Zullen we het de barman vragen?
Zijn er ook wel eens mensen die aan ons denken? Mensen die wij niet kennen, maar die ons regelmatig gezien hebben. En wanneer we van onze gewoonte afstappen en een andere aanvliegroute bewandelen, zich afvragen wat er met ons is gebeurd. Zijn ze gestopt met werken? Hebben ze de hoofdprijs gewonnen? Zijn ze verhuisd naar het buitenland om daar een B&B te beginnen?
We besluiten het niet aan de barman te vragen. We dromen zelf een toekomst voor haar.
Baggerwedstrijd
Alles geven
(geplaatst op 07.12.2019)
Voetbal.
Drassig veld.
Tegen de koploper.
Ingraven.
Letterlijk.
Ze komen er niet langs.
Alles geven.
Kleunen.
Glijden.
Geulen trekken.
Loopgraven ontstaan.
Ik zie op een gegeven moment zelfs een Duitser.
Maar dat kan het gevolg van die kopbal zijn.
Kloppende slapen.
Suizende oren.
Snot voor de ogen.
Modder in de bilnaad.
Bloedende knie.
Afzakkende kousen.
Het wit van Geel – Wit is aardezwart.
Een uitval van onze kant.
Het voordeel van de twijfel van de scheids.
De bal over de lijn.
We nemen de drie punten en het veld mee.
Een week om te herstellen.
Bier voor het uitgeputte team.
Neutronenkorrels voor het gehavende gras.
Noorderlicht
B&B dromen
(geplaatst op 23.11.2019)
Een bed and breakfast, zonder ontbijt. We hebben een studio gehuurd op een woonboot. Met keuken, dus we kunnen los. Het schip heet Noorderlicht. Een baken gelegen in Amsterdam-Noord. Om na een dag vol omzwervingen naar te verlangen.
Het is herfst. Thuis zouden we het als troosteloos weer bestempelen, vanaf onze boot weten we er een positieve draai aan te geven. Goed weer om vaak, ergens even iets te gaan drinken. Horeca is volop aanwezig. Veel van de cafés ademen een alternatieve sfeer uit. Bij het bewust zo gestylde koffiehuis, heerst een bankiersmentaliteit. Vijf euro voor een kruimelig stukje verantwoord gebakken appeltaart. Wel dooreten graag, want de volgende lichting staat te wachten. Bij het uit geldgebrek zo vormgegeven dranklokaal is het fijn vertoeven. Daar staat de tijd aan onze kant.
Het lijkt mij wel wat om een dergelijk B&B te runnen. Een ‘uit de route’ locatie trekt vooral gasten die rust zoeken. Engelsen die hun vrijgezellenfeest komen vieren, zal je hier niet aantreffen. Die willen een afstand van niet langer dan drie keer vallen van Wallen naar hotel. Onze gasten nemen ontspannen een van de pontjes over het IJ.
Mooi moment. Zo’n reisje met de pont. Een mini-cruise. De wind door je haren, het uitzicht. Een moment van overpeinzing. Je zou voor minder schrijver willen worden. De beelden en gedachten vastleggen in woorden, de passagiers uitvergroten en terug laten komen als personages.
Voor de gasten die wel ontbijt willen, staan we bijtijds op. Na hun ontbijt gaan we hardlopen. Vervolgens schoonmaken, de mailbox controleren of er nieuwe boekingen zijn en wat klusjes doen. Daarna de middag om te schrijven. Misschien aan het begin van de avond naar de tijdloze kroeg lopen voor een paar biertjes, of op ons eigen terras aan het water. De volgende dag precies zo. En af en toe dat reisje met de pont voor inspiratie.
Omhoogkijkende hond
Superrelaxed
(geplaatst op 09.11.2019)
Overgehaald door zijn vriendin. Ze had nog wel een extra matje. Laatste bezwaar weggenomen.
Bart betreedt de naar zweet ruikende ruimte, turquoise matje opgerold onder zijn arm. Hij kijkt wat Sterre doet. Hoe ze haar schoenen uittrekt en aan de kant zet, hoe ze haar matje uitrolt en in kleermakerszit plaatsneemt. Hij volgt haar handelingen na. Sterre gebaart dat hij iets meer afstand moet houden. Bart verschuift het matje tien centimeter. Die kleermakerszit zit er niet in. Hij voelt zijn rug nu al. Naast hem neemt een dame plaats waar hij twee keer in past. Dadelijk valt ze deze kant op, denkt Bart.
Elena begroet de aanwezigen en stelt zich voor aan een nieuw gezicht. Bart krijgt het warm in zijn polyester voetbaloutfit. Hij ziet dat hij de enige man is. Ze zet muziek op. Hij herkent het nummer van in de lift op zijn werk. Daar wil hij even niet aan denken.
Elena doet rek- en strekoefeningen voor. Bart ziet Sterre zitten met haar neus op de knie van haar gestrekte been. De gok van hem, toch niet het kleinste exemplaar, haalt bij lange na zijn knie niet. De dame naast hem doet wat Sterre kan. En zo gaat dat gedurende de hele les. Moeite met elke oefening, moeite met evenwicht houden, moeite doen om niet in de lach te schieten, moeite doen om niet te vloeken. Maar de muziek, de serene omgeving, de toewijding van een ieder: hij heeft zich zelden zo houterig gevoeld en zelden zo’n rust ervaren.
Loslaten
Salami voor ontbijt
(geplaatst op 26.10.2019)
Meisje van 16. Stoer en onafhankelijk. Vrolijk en onbezorgd.
Ze vervult haar opgelegde leerplicht voorbeeldig. Daarnaast tijd voor werk, stad en sport. Hard gewerkt en flink gespaard. Ze gaat met een vriendin vijf dagen naar Londen. Gedeelde kosten. Samen een koffer. Samen op een kamer met een eenpersoonsbed en een, naar later blijkt, langzaam leeglopend luchtbed. Goedkoop hotel met ontbijt, centrale ligging.
Van te voren de weg vanaf het vliegveld uitgestippeld. Drie keer overstappen. Schermafbeelding van de belangrijkste knooppunten onder de knop.
Overdag door de stad. Ik ontvang een foto van de Big Ben en zelfs een van de binnenkant van het Natural History Museum. Geen afbeeldingen na zonsondergang. Ze gaat nog niet uit, ze mag nog niet drinken. Natuurlijk krijg ik de foto’s niet te zien van wat verstandig zou zijn om niet te doen. Die worden vast gedeeld via Snapchat met ingestelde timer. Ik wil graag geloven dat het redelijk onschuldige plaatjes zijn. Loslaten is ook jezelf voor de gek houden.
Jongens, vriendjes. Daar wil ik me geen voorstelling van maken. Zolang ze ’s ochtends, net als thuis, een boterham salami eet en ’s avonds haar hand boven haar glas cola houdt, maak ik me geen zorgen. Er zal daar toch wel iets van kwalijk riekende worst voor ontbijt geserveerd worden?
Voetbalplaatjes verzamelen
Infantiel gedrag?
(geplaatst op 12.10.2019)
Wanneer Oranje zich weet te kwalificeren voor het EK, wordt het weer extra aantrekkelijk om tijdens het toernooi voetbalplaatjes te verzamelen. Ben ik daar eigenlijk niet te oud voor?
Vroeger, toen er ook nog van de eredivisie elk seizoen een album vol te sparen viel, was ik al fanatiek. Elke cent spaarde ik. Bij voldoende vermogensaanwas zette ik het geld om in een pakje stickers. Zelden kreeg ik het album vol. Mijn zakgeld, afgezet tegen de prijs van de stickers, mocht als schamel aangeduid worden. Daarnaast waren er gewoon te weinig vrije uren, om alle auto’s in de buurt te wassen en zo genoeg bij te verdienen. Had ik maar meer geld.
Rennen naar de sigarenboer om een pakje te kopen. Randje van het pakje scheuren, kijken welke plaatjes er tevoorschijn komen. Fijn gevoel, als er een Oranje speler tussen zit. Lekker, als dat een Oranje speler is met een Ajax verleden. Heerlijk, als die Oranje speler nog steeds Ajacied is. En dezelfde kriebels als je door te ruilen op het schoolplein, zulke plaatjes weet te bemachtigen.
De euforie is, naarmate ik ouder ben geworden, niet afgenomen. Nu ik een inkomen heb waarmee ik een hobby kan veroorloven, koop ik bij uitgave van het album een berg pakjes. Zoals vroeger het rantsoen bij een kopje thee op twee koekjes stond en je jezelf voornam om later, als je groter was, zelf een pak te kopen en dat achter elkaar leeg te eten.
Een pakje openscheuren, plaatjes er uit halen en per land categoriseren. Zo ga ik systematisch door de aankoop heen. De plaatjes gaan door mijn hand het album in. Geconcentreerd recht plakken. Herinneringen ophalen aan buitenlandse spelers die ooit in Nederland hebben gevoetbald. Terug in de tijd en die van nu vergeten. Ik kan zo uren bezig zijn.
De dubbelen leg ik omgedraaid op tafel en vormen zo één stapel. Vervolgens maak ik op de computer twee lijstjes: een met de nummers van de dubbelen, een met de nummers van de plaatjes die ik nog moet hebben. Juist: moet hebben. Ruilen dus.
Gelukkig hoef ik mij niet, met lijstjes en een stapel plaatjes, op het schoolplein van de basisschool te begeven. Contact zoeken met kinderen van die leeftijd, terwijl jezelf geen kind meer hebt in die categorie, kan verkeerd uitgelegd worden. Nee, ik plaats een advertentie op Marktplaats. In mijn openingszin vertel ik dat ik ruil voor mijn zoontje van zes. Hij wil zo graag zijn album vol.
Zolang ik me een hobby kan veroorloven ga ik door. Ook al is mijn zoon inmiddels 19, niemand op Marktplaats die het weet. Of zal ik voor het komend EK gaan ruilen voor mijn imaginaire kleinzoon? Dat kan natuurlijk ook.
Hulde aan de scheidsrechter
...die thuis niets te vertellen heeft
(geplaatst op 28.09.2019)
Wat bezielt iemand om scheidsrechter bij voetbal te worden? Zijn de verwensingen op het veld altijd nog beter te verdragen dan thuis? Wil hij in ieder geval een keer in de week voor anderhalf uur de leiding hebben? Is het een schreeuw om hulp wanneer hij op zijn fluit blaast?
Scheidrechter zijn in de lagere klasse is een eenzame hobby. Als eenling staat hij in de kantine zijn koffie te drinken. Koffie, die de wedstrijdcoördinator hem namens de club heeft aangeboden. Een aparte kleedkamer. Paskamer met douche, is een betere omschrijving. Geen kleedkamerhumor, geen sterke verhalen. De contactarme en balloze warming-up, in een retro trainingspak. Rondjes om het veld.
Dan begint het lesgeven. De teams moeten zich verzamelen rond de middencirkel. Hij gaat de spelerspassen controleren: of het hoofd wel op de pasfoto lijkt. Anders even doorvragen naar de geboortedatum. Daarna de tos. Hij diept een euromunt uit zijn zwarte short op. Een short van een scheids heeft zakken. Hij probeert nog een emotionele band te bewerkstelligen met de twee aangewezen grensrechters: samen klaren we de klus. Maar dat zijn spelers van beide teams. Die vlaggen voor eigen gewin.
Met een scherp fluitsignaal start hij de wedstrijd. Hij houdt het kort. Duldt weinig lichamelijk contact en al helemaal geen tegenspraak. Niet bang om een kaart uit het borstzakje van zijn neon gele shirt te trekken. Hij is hier niet gekomen om de populariteitsprijs mee naar huis te nemen.
Door de strakke hand van de scheids gaan wij ons bezig houden met voetbal. We stoppen met zeuren tegen hem en tegen elkaar. We geven elkaar aanwijzingen, we gaan effectief voetballen. We schuwen de duels niet, maar beperken het contact met de tegenspelers. Balletje in de voeten en rond laten gaan. Loopactie. Splijtende pass. Afmaken. En de wedstrijd winnend afsluiten.
Scheidsie bedankt. Hij heeft het mogelijk gemaakt dat op zondagochtend om 11 uur de bal is gaan rollen. Als we in de kantine de winnende goal nog niet iets mooier maken, staan we heel even stil bij de leider met de fluit: met wie zou hij de wedstrijd nabespreken? Misschien heeft hij zijn shirt na de wedstrijd aangehouden en staat hij ergens, op weg naar huis, op een kruispunt het verkeer te regelen. Nog even de leiding hebben voordat hij thuiskomt.
Buikloop uit India
Van horen zeggen
(geplaatst op 14.09.2019)
India, antwoord ik, wanneer een collega vraagt waar ik naar toe ga.
Haar ogen worden groter en haar rechterhand gaat als een reflex over haar buik. Ook haar eerste associatie met het land is buikloop. Interessant, komt er met moeite uit haar mond. Een verhullend woord voor jij liever dan ik.
En dat is eigenlijk een positieve reactie. Ik heb ook al een paar keer te horen gekregen dat het daar heel erg vies is. Nee, dat hebben ze niet uit eigen ervaring meegemaakt. Dat is hun verteld. Juist ja, via de altijd betrouwbare overlevering.
Hoe komt het land toch aan die reputatie? Okay, ik kan mij voorstellen dat daar de Voedsel en Warenautoriteit een chronisch gebrek aan functionarissen heeft, zodat niet elk voedselstalletje gecontroleerd kan worden. Ga je in Nederland op een warme dag eten bij een foodtruck waar de voedingswaren in de zon liggen geëtaleerd, jij de enige klant blijkt te zijn en de kleur van de rauwe hamburger bedenkelijk overkomt?
Dus daar ter plekke eet ik bij een kraampje waar het druk is, zodat ik er van uit mag gaan dat onbereid voedsel niet lang ligt te wachten. Ik zie hoe het op een hoog vuur bereid wordt. Bij voorkeur kies ik vegetarisch eten. Blus het kruidige eten met rijst, niet met een met ijsblokjes verrijkte frisdrank. Later kan ik altijd nog een fles water kopen. Of alcohol. Dat doodt vast een hoop bacteriën. Medicinaal slempen is toegestaan. Hoewel dat wellicht niet zo goed is voor je darmen. Heb ik van horen zeggen.
Misschien moeten we hier in de westerse wereld niet constant met een hygiënisch doekje aanrecht en tafel bewerken. Hier een beetje weerstand opdoen, wat bacteriën tot je nemen zodat je niet direct een overgevoelige darm krijgt wanneer je voedsel in en uit een ver land tot je neemt.
Een gerucht gebaseerd op van horen zeggen. Zoals je in China op elke hoek van de straat een broodje hond kebab kan krijgen dat verkocht wordt als rund. Of in Spanje van die heerlijke stierenballen die je bij de borrel geserveerd krijgt, waarvan je toch echt dacht dat het grootmoeders gehaktballen waren. Verwarring alom.
Ik ben inmiddels terug uit wonderschoon India. Nergens last van gehad. Wel zes pakken hygiënische doekjes er door gedraaid.
Van excelleren in presteren, naar excelleren in resoneren
Chillen
(geplaatst op 31.08.2019)
Hij maakt zich nergens meer druk om. Als hij geen verbinding voelt, stopt hij er geen energie in. Zijn zoon is zijn grote voorbeeld. Die begint in september aan zijn vierde studie. Nee, de eerste drie niet afgemaakt. Het feit dat je kunt stoppen met een opleiding voordat je een diploma hebt gehaald, daar draait het om. In zijn tijd was dat onmogelijk. Nou ja, onmogelijk van huis uit. Eenmaal gekozen was afzien tot diploma-uitreiking. Of eigenlijk was het ook weer niet afzien. Je deed het gewoon, ook al vertelde je onderbuik, dat je er niet gelukkig mee was. Wie luisterde naar zijn onderbuik? Wie was er überhaupt zonder drugs bezig met goede en slechte vibraties? Niemand in zijn omgeving.
En na de studie de lat hoog gelegd, een uitdagende baan. Gebrek aan vrije tijd gaf aanzien met bijkomend voordeel dat hij niet stilstond voor reflectie. Dus gaan, gaan, gaan. Totdat hij zich door had ontwikkeld tot overcompleet: boventallig verklaard.
Al een jaar laat hij zich leiden door de frequentie waarop hij zich beweegt. Als die niet overeenkomt met solliciteren, schoonmaken of koken gaat hij lekker zitten resoneren op zoek naar een werkwoord waarbij hij wel een verbinding voelt. Opvallend vaak komt hij op drinken uit. En ook al heeft hij zich nog nooit zo superrelaxed gevoeld, laatst werd hij aangesproken door zijn zoon: of hij, godsamme, eens van die bank af zou willen komen en wat nuttigs zou willen gaan doen.
Huisvredebreuk
Misplaatste verhuizing
(geplaatst op 17.08.2019)
Eerlijk gezegd, moet ik nog wennen. Nog niet eens aan de beperkte ruimte. De laatste tijd kwam ik toch al niet meer op zolder en boven alleen om te slapen en te douchen. Nee, ik heb genoeg aan deze oppervlakte. Alleen dat mijn bed zo pontificaal in het zicht staat. Een eenpersoonsbed, alsof ik weer een kind ben. Makkelijk in hoogte verstelbaar, opgemaakt voor mijn laatste dagen.
Ik wil niet mopperen. Niemand tot last zijn. Het afgelopen jaar kwam mijn zoon iedere zaterdag langs. Hij heeft me doen inzien dat het tijd was voor een verhuizing. Ook al kan je je geestelijk niet voorbereiden. De thuishulp is ingeruild voor een vriendelijke, in tuniek gehulde dame zonder tijd. Tafeltje Dekje is vervangen door een gezamenlijk opgediende zouteloze maaltijd. Andere gezichten, zelfde resultaat.
Ik mis mijn biljart- en kaartclub, nu een uur reizen hier vandaan. Het liefst zit ik op mijn kamer. Afgezonderd van de grijze koppies. Te wachten tot mijn zoon langskomt. Jammer, dat ik hem, sinds ik hier zit, amper nog zie. Maar ja, hij is druk bezig met het verbouwen van het huis. Hij was echt toe aan iets groters.
Stoere vent
De tatoeage maakt de man
(geplaatst op 20.07.2019)
Dirk is niet gewend om twee uur achter elkaar stil te zitten. Al helemaal niet wanneer iemand hem pijn doet. Vooral als de schaduw in zijn huid wordt geschaafd, zou hij zijn arm willen wegtrekken. Het gezoem van het apparaatje dat de naald op en neer beweegt, klinkt bijna continu. De tekening wordt secuur onder de huid gezet.
Rechtop zitten, rustig ademhalen en voor zich uit kijken. Daar is hij voornamelijk mee bezig. Af en toe mag hij even de vorderingen zien. Ziet er strak uit. De huid er om heen rood en geïrriteerd. Hij heeft gekozen voor een grote afbeelding. Het mag gezien worden en moet vooral kracht uitstralen. En kracht kan hij nu wel gebruiken.
De artiest gaat onverstoorbaar door. Zelf een uithangbord van zijn product. Hij zingt een paar regels mee met de muziek die hij heeft opgezet. Hij vergeet dat er een ander persoon bij is. Hij vergeet dat het canvas ademhaalt.
Dirk heeft gekozen voor zwart. Geen andere kleuren. Andere kleuren vervagen minder mooi. Het is voor het leven. Bijkleuren is mogelijk, maar dan zou hij betalen om voor een tweede keer dezelfde pijn te ondergaan, voor dezelfde tekening. De beeltenis op zijn bovenarm mag stoer zijn, Dirk zelf probeert het zonder tranen uit te zitten.
Eenmaal klaar, ontspannen Dirks spieren. Later zal hij vertellen dat het geen centje pijn deed. Stoere tattoo, stoere vent. In de avond probeert hij niet te denken aan de schrijnende tatoeage. Ondertussen hoort hij nog steeds het zoemen van de naald.
Groepsapp
Wel of niet reageren?
(geplaatst op 06.07.2019)
Een groepsapp is heel handig om het contact te onderhouden met een paar vrienden. Enkele berichten heen en weer en voordat je het weet zit je in de kroeg bij te kletsten. Duidelijk. Maar welke omgangsregels gelden er in de grotere apps van 20 plus?
De groepsapp van voetbal bijvoorbeeld. Functie: de komende wedstrijd aankondigen en bijhouden wie er afwezig zijn (of aanwezig, als die lijst met namen korter is). Daarnaast gaat er een hoop onzin in rond en filmpjes die je niet moet openen wanneer er een onbekende kan meekijken, een hiërarchisch hoger geplaatste, of iemand jonger dan 18. En als je de enige bent die op het scherm kan kijken, denk aan het geluid.
Je moet uitsluitend een bericht in de groepsapp plaatsen als je om een of andere reden niet bij de wedstrijd van zondag aanwezig kunt zijn. Voor de rest mag er veel en hoeft er niets. Wees wel bereid te incasseren. Iedereen wordt wel eens te kakken gezet, hoewel we daar de groepsapp niet voor nodig hebben. Het gebeurt ook tijdens en rond de wedstrijd. Onder het mom van humor, kan er veel. Dus meldt je af voor de wedstrijd met als reden dat je iets verkeerd hebt gegeten en je kunt commentaar verwachten.
Volgende groepsapp: werk. Handig, als je nog geen weet hebt van het ingestorte gebouw. Scheelt je toch een reis naar kantoor. De app wordt echter vooral gebruikt voor ziekmeldingen en sympathie betuigingen. Aandachtzoekers nemen niet de moeite om zich één op één ziek te melden bij de persoon die daar over gaat. Dus een app in de hele groep. Gevolgd door vele reacties. Vol empathie wordt Mike-met-de-verstopte-neus beterschap gewenst. Hoor ik nu na de twaalfde reactie ook een app te versturen? Met medeleven en bijbehorende emoticons? Ik weiger categorisch. Ik wens iedereen beterschap, daar niet van. Velen hebben het nodig. Behoudens sterfgevallen en geboortes reageer ik niet. Het valt ook niet bij te houden. De volgende dag volgt namelijk een update in de trant van: ik dacht dat het wel weer zou gaan maar nu zit mijn andere neusgat dicht. Weer een hoop ah, wat vervelend, zeg -reacties. Dag drie: ik ga het weer proberen vanuit huis, hoewel ik niet goed heb geslapen. Reacties volgen waarin wordt gezegd dat hij het vooral rustig aan moet doen. Zucht.
Ik weet dat het niet sociaal handig is om met humor er hard in te gaan. Dan heb ik op het werk het nodige uit te leggen. Of misschien toch eens uitproberen? Mike kennende is hij volgende maand wederom een paar dagen afwezig. Chronische verkoudheid. Je kent het wel. Ik kan altijd nog een bericht er achteraan sturen: Oeps! Verkeerde groepsapp. Mijn vingers jeuken.
Op vakantie
Vluchtgedrag
(geplaatst op 22.06.2019)
‘Ga jij nog op vakantie?’
‘Jazeker. Ik moet er even tussenuit. Jij?’
‘Nee, ik neem wel vrij, maar blijf thuis.’
‘Dat zou ik niet kunnen. Ik kom niet tot rust.’
‘Hoezo niet?’
‘Thuis ga ik denken aan de klusjes die ik nog moet doen, met als gevolg dat ik me niet kan ontspannen.’
‘Dus om op een relaxte wijze met je uitstelgedrag om te gaan, ga je weg?’
‘Precies. Letterlijk afstand nemen van de klus. En het is ook wel eens geinig om in een vreemde supermarkt rond te lopen. Andere dingen uitproberen, zodat je na drie weken snakt naar aardappelen met jus.’
‘Thuis experimenteer je niet zo?’
‘Nee, ik wil niet nadenken over wat ik ga eten. Gewoon, vaste dagen. Vrijdag visdag. Je kent het wel.’
‘Ja. Van horen zeggen.’
‘Overigens, ik zeg nu wel supermarkt, maar daar kom ik alleen als ik het resort verlaat. En dat hoeft niet, want het is all inclusive.’
‘Ga je wel iets van de omgeving bekijken?’
‘Vanaf mijn balkon, denk ik. Er is te weinig tijd tussen de maaltijden in, om er op uit te trekken.’
‘Veel lezen?’
‘Nou, ik hoef geen seconde van de Tour de France te missen. Satelliet tv in de lounge. Bordje eten halen, drankje er bij. Lekker, hoor!’
‘En de zon?’
‘Daar kom ik niet voor. Die heb je tegenwoordig ook in Nederland. Nee, joh. Zolang ik die klussen maar niet hoef te doen.’
‘Fijne Tour dan.’
‘Jij ook.’
Voetbalseizoen in extra tijd
We plakken er nog een aantal zondagen aan vast
(geplaatst op 08.06.2019)
De laatste competitiewedstrijd is geweest. Einde seizoen. Wat rest is terugblikken en inventariseren wie er nog een jaar wil doorgaan. Komen we weer uit op 21 man? Een voorraad namen, hard nodig om uit te putten.
Aan het begin van het seizoen is een groot deel, vanwege campingvet, allesbehalve fit. Halverwege het seizoen is een groot deel, vanwege lichte obesitas en weinig sporten, geblesseerd. Aan het einde van het seizoen is een groot deel, vanwege gebrek aan conditie, chronisch vermoeid. En blijkt het overgewicht ook nog eens permanent te zijn.
Laat ik het zo zeggen, afgelopen seizoen stond, ondanks dat we slechts 16 outfits hadden, niemand zonder kleding op het veld.
Prangend probleem nu, is hoe we de zondagen doorkomen totdat we weer mogen. Anderen zouden kunnen denken dat we ineens tijd hebben om op zondag te gaan winkelen, verjaardagen af te gaan, te klussen. Zaten we een paar maanden geleden niet allemaal netjes drie kwartier voor aanvangstijd in de kantine terwijl we bij vertrek van huis al wisten dat de wedstrijd was afgelast? Gestreden hebben we. De derde helft werd bij gebrek aan wedstrijd automatisch de eerste, waarna we al snel de tel kwijt waren. Bij thuiskomst de schone handdoek uit de tas vochtig gemaakt en in de was gegooid. Top zondag.
Dus we verlengen het seizoen nog een aantal weken. Een keer een afsluitende barbecue op zondag, een keer footgolfen op zondag, een keer inventariseren wie er nog een jaar door wil gaan, op zondag.
Keeper-voor-één-wedstrijd
Zondagmiddag: niet genoeg man
(geplaatst op 25.05.2019)
Daarom wil je ’s ochtend voetballen.
Gewoon om 11 uur. Dan wordt je die ochtend wakker, eet brood, drinkt koffie, gaat drie keer naar de wc en voor dat je het weet sta je op het veld.
Niet om 1 uur. Dan sta je zondag toch bijtijds op voor het ochtendritueel en zit je daarna te wachten tot je het huis uit mag. Zo denkt je partner er kennelijk ook over, als zij spontaan aanbiedt om je tas te pakken. Nu heb je veel te veel tijd om na te denken, controleert zelfs meerdere keren visueel of je scheenbeschermers in de tas zitten, terwijl je dat normaal eenmaal doet door te ruiken. Het resultaat is dat je uiteindelijk met spanning in je donder het veld betreedt.
Uitwedstrijden zijn op dat tijdstip sowieso niet populair. Van de eenentwintig man die wij, na niet al te streng doorselecteren aan het begin van het seizoen, op papier hebben staan, kunnen er precies elf. Geen keeper, dus mag een van de veldspelers bewijzen dat hij eigenlijk niets te zoeken heeft tussen de palen, of het zou zijn zelfvertrouwen moeten zijn.
Na een half uur spelen staan we vier nul achter, een tijdstip waarop we bij thuiswedstrijden al aan de derde helft zijn begonnen. En deze verwegwedstrijd zijn we met de auto, dus direct bier na afloop zit er niet in. Überhaupt is er weinig middag over na het eindsignaal.
In plaats van elkaar nog een beetje moed in te spreken wordt er flink gemopperd. Op elkaar. Want een persoonlijke fout maak je natuurlijk niet zelf, maar wordt veroorzaakt door een medespeler. Daar wijzen we elkaar op. Onverbloemde feedback. Zalvende woorden horen niet thuis op het slagveld. Eigenlijk zijn al die uitingen gericht tegen het fijne tiental dat heeft afgezegd. Indirecte communicatie. We kwetsen degene die dicht bij ons staan.
De spits trekt met zijn been, de mid mid hapt naar lucht en de laatste man grijpt naar zijn hamstring. De keeper-voor-één-wedstrijd kijkt fronsend naar zijn handschoenen en vraagt zich ongetwijfeld af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Niemand op de bank die voor verlossing kan zorgen. Voor een ieder van ons duurt de wedstrijd langer dan 90 minuten. Maar als het tiental er volgende week voor de thuiswedstrijd weer bij is, mag het mooi wissel staan. Behalve de keeper natuurlijk. Die heeft een status aparte.
Bootleg
Duurkoop
(geplaatst op 11.05.2019)
Een stedentrip naar het buitenland. In elke vreemde stad bezoek ik een tweedehandsplatenwinkel. Van te voren opgezocht op internet. Niets mooier dan een obscure winkel met sisal tapijt, de lucht van zware shag, de platen tot aan het plafond. Op aanwijzing zoeken naar wat ik hoop te vinden. Balancerend op een trappetje, of diep door de knieën. Ondertussen wisselt de muziek in de zaak van blues naar Woodstock. De besnorde eigenaar prijst de speciale uitgave.
Alles heeft hier een verhaal. Elke plaat roept herinneringen op. Een jaren zeventig nummer kan gekoppeld zijn aan een herinnering van afgelopen maand. Muziek kan gedateerd zijn, maar is altijd tijdloos.
Een bootleg-lp waarvan ik het bestaan niet kon vermoeden. Ik bereik een staat van euforie. Kalm blijven, nu niet zichtbaar enthousiast worden. Nonchalant naar de prijs informeren. De verkoper heeft moeite om afstand te doen van zijn product. In hem herken ik de passievolle verkoper. En ook al wil ik niet de hoofdprijs betalen, hem gun ik het geld. Deze winkel, dit walhalla moet immers in stand blijven.
Drie dagen later ben ik thuis. Ik vervang de plakkerige plastic beschermhoes door een splinternieuw exemplaar. De originele fotohoes is enigszins beduimeld, de hoekjes laten gebruikerssporen zien, de lp zelf is krasvrij. Ik leg de plaat op de platenspeler, doekje erover om het stofvrij te maken. Een sacraal moment. De naald daalt neer op de ronddraaiende schijf, ik ga zitten, de muziek klinkt. Bij het horen van het intro van het eerste nummer weet ik al genoeg. Dit is niet de band die op de hoes staat afgedrukt. De bootleg Beatles-lp-hoes blijkt een Stones plaat te bevatten.
Voor altijd wintertijd
Digitaal bij de tijd
(geplaatst op 27.04.2019)
Ik kom al vier weken overal te vroeg: wintertijd.
Vroeger had de halfjaarlijkse overgang geen invloed op mijn gemoedsrust, maar sinds ik een digitaal horloge heb, ben ik voor het afschaffen van de wintertijd. Of liever de zomertijd, want dan geeft mijn horloge nu de juiste tijd aan.
Maar vandaag gaat het gebeuren. Ik heb vezelrijk ontbeten, een liter koffie gezet en deze ochtend verder niets anders gepland dan het instellen van de juiste tijd van mijn bonkig horloge. Voorzien van vier knoppen, met daaronder meerdere functies. Ik weet uit ervaring dat het soms vereist is om meerdere knoppen tegelijk in te drukken om iets aan de instellingen te wijzigen. Zonder aan exacte kansberekening te doen levert het dus fijn wat mogelijkheden op.
Ik snak naar een analoog horloge met één knop. Uittrekken en de tijd een uur vooruit draaien. OK een uur terug gaat meestal niet, dus dat betekent een week vooruit draaien zodat de dagaanduiding overeenkomt met de juiste tijd. Anno nu, zou ik het als een puur meditatief moment ervaren.
Terug naar mijn robuuste horloge, waterdicht tot een donkere diepte die ik nu in mijn gemoedstoestand ervaar. In de opheffingsuitverkoop gekocht, geen winkel om naar terug te gaan. Het instructieboekje is een boekwerk van kleine letters zonder index. In ongetwijfeld vloeiend Japans en in door mij geconstateerd gebrekkig Engels. Proefondervindelijk doorloop ik de mogelijkheden. Als ik denk het door te hebben en ik kies voor wat ik denk de tijdzone te zijn die geldt in Parijs, blijkt PAR niet een afkorting voor de lichtstad maar voor Paraguay te zijn en zit ik weer in een hele andere dimensie.
En dan dat piepje dat het horloge afgeeft, elke keer als ik een poging doe de juiste tijd in te stellen. Het klinkt steeds klaaglijker. Ik krijg zin om het uit zijn lijden te verlossen, ook al schijnt de titanium kast onverwoestbaar te zijn.
Uiteindelijk lukt het me met gevloek en getier: ook voor mij is de zomertijd aangebroken. Hoewel ik niet kan herleiden wat ik gedaan heb, ben ik er in ieder geval weer voor een half jaar vanaf. Met het boeken van de zomervakantie beperk ik mezelf tot een buitenland dat binnen dezelfde tijdzone valt. Wel zo ontspannen.
Overschatten
Etnocentrisme
(geplaatst op 13.04.2019)
Het is de meest afgelegen uitwedstrijd. Wij, stadse jongens, mogen drie kwartier in de auto zitten om op zondagochtend in een boerengehucht een competitiewedstrijd te spelen. De kunstgrasmat is pas enkele weken geleden uitgerold en nu is het gebouw onderhanden. Kennelijk is er een donateur gevonden. We mogen zolang gebruikmaken van een noodlokaal met provisorisch aangelegde douches. Overal linoleum en rubber korrels. Dat de deur altijd open staat, simpelweg omdat deze ontbreekt, wil nog niet zeggen dat er voldoende geventileerd wordt. Het mag er misschien niet uitzien als een kleedkamer, het ruikt er wel naar.
Met een tas waardevolle spullen, betreden we de grasmat. We rekken en strekken, zetten pionnetjes uit, doen loopoefeningen en ronden af op goal. De tegenstander verlaat een kwartier later het omkleedhok. De spelers lijken allemaal op elkaar. Daarvoor hebben ze geen clubkleding nodig. We gaan er vanuit dat ze stuk voor stuk familie van elkaar zijn, met af en toe dezelfde moeder en dikwijls een gemeenschappelijke vader. Op hun rode shirt prijkt de naam van het plaatselijk tuincentrum. De bedrukking laat los . Vast niet de geldschieter van de club. De warming-up doen ze met een beker dampende koffie en een sigaret.
Het is het begin van het seizoen. Op basis van de stand valt er nog niets te zeggen, maar we gaan hier een eclatante overwinning behalen. Een walk-over en met piepende bandjes richting eigen terrein. Dat broodje speklap, dat in de kantine (lees: zeecontainer) zo prominent onder de aandacht wordt gebracht, mogen ze houden.
In de rust valt er wel wat te zeggen. We moeten onze verwachtingen bijstellen. Naar beneden. Dit doen we terwijl we blauwe plekken tellen, een gescheurde wenkbrauw bij elkaar houden en bebloede knieën deppen. Die gasten weten van geen wijken. En de scheids blijkt nauw met ze verwant. Hij spreekt ze vaderlijk toe. Een opvoedkundige gele kaart zou eerder op zijn plaats zijn.
Wij eindigen de wedstrijd met negen man. Onze slidings vond de arbiter minder geslaagd. Hij deed er alles aan om zijn kudde te beschermen. Uitslag
2-1. De meeste van ons verlaten op een been het veld. Even later vermoeden we een directe correlatie tussen het bruine straaltje uit de douche en het grondwater. Onze wonden prikken. Wacht maar tot dat we ze thuis krijgen.
Alsof het je laatste dag is
Bewust leven
(geplaatst op 30.03.2019)
Niet zuipen, spuiten, hoereren. Alsof er geen morgen is.
Dat mag ook, hoor. Hou er alleen rekening mee dat er in heel veel gevallen toch een volgende morgen blijkt te zijn. Tenzij je al miljonair bent en werken een vies woord vindt, kan je dat niet elke dag doen.
Nee, ik heb het over het volgende: bij elke handeling bedenken dat het de laatste keer zou kunnen zijn dat je deze verricht. Op zich ga je er dus wel van uit dat er een morgen is, in de wetenschap dat het leven eindig is.
Voorbeeld. Ga niet vluchtig langs bij je oma in het bejaardentehuis. Maak er tijd voor vrij. Door vanavond niet wezenloos voor je uit te staren naar een flikkerend scherm en je bij het naar bed gaan af te vragen waar je naar hebt zitten kijken. Luister actief naar wat ze je voor een tiende keer aan het vertellen is. Zij blij dat je langer bent gebleven, jij blij dat je oprecht aandacht hebt gegeven.
Het werkt eveneens wanneer je alleen op pad bent. Je loopt bijvoorbeeld door het bos en laat de omgeving echt op je inwerken. Niet met je gedachten bij die belangrijke presentatie, komende week op je werk. Kijken naar de lichtval tussen de bomen, de ontluikende natuur. Wat ben je toch een bofkont dat je hier mag lopen. Fuck die presentatie, dit pakken ze je niet meer af.
Natuurlijk komt de dag van de voordracht vanzelf. Vervolgens kun je die dag eveneens beleven alsof het de laatste keer is dat je met zweethanden en rode konen voor een groep van dertig man staat. Dat uur hakkelen kost je wellicht een jaar van je leven. Maar heb je die tijd überhaupt nog?
Het gaat om bewust leven. Dat hoeft overigens niet macrobiotisch te zijn. Prop je gerust bewust vol met de meest ranzige etenswaren. Heb je dat tot kotsend toe gedaan? Sta daar even bij stil. Hangend boven het toilet. Beleef het intens. In dit geval zonder diep in te ademen. Je zou, bij het wegvegen van een brokje bij je mondhoek, kunnen beslissen dat dit de laatste keer was. Nee, geen zelfmoord. Gewoon, het besluit om iets gezonder te gaan eten.
Dat probeer ik zelf regelmatig met drinken. Gezonder drinken. Nou ja, minder drinken. OK, minder vaak. Met een kater, beloof ik mezelf regelmatig nooit meer te drinken. Nooit is voor mij een rekbaar begrip en duurt hoogstens vijf dagen. Neem ik vervolgens bewust het volgende biertje, dan geniet ik daar extra van, met de gedachte spelend dat ik de kater misschien niet overleef.
Is het de bedoeling om bij elke handeling stil te staan? Sta je te stofzuigen, realiseer je dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn. Dat doet mij verlangen naar het einde. Zou fantastisch zijn niet meer te hoeven stofzuigen. OK, om dat te realiseren hoef ik niet persé morgen dood te gaan. Dus, ik heb me vast ingeschreven bij het bejaardentehuis. Dachten ze eerst dat ik het over mijn vader had.
‘Gezien uw leeftijd gaat het nog even duren voordat we een plekje voor u hebben’, zei de vriendelijke dame van de administratie.
‘Geeft niet, mits de kamer in de buurt is van die van mijn oma.’ Kan ik nog langer blijven hangen. En zij kan, net zoals vroeger, een beetje griesmeelpap voor mij klaar maken. Het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn.
Boeken weggooien
Een nieuwe boekenkast (in wording)
(geplaatst op 16.03.2019)
De uitpuilende Billy boekenkast, die minstens drie verhuizingen heeft overleefd, gaat vervangen worden. Door een nog zelf in elkaar te timmeren variant. Voor mij een project van mythische proporties. Maar ik ben er klaar voor!
Eerst de oude boekenkast leegruimen. Dat zou ik in een uurtje moeten kunnen doen. Dan is er op deze zaterdagmiddag nog fijn tijd over om de nieuwe kast strak in te meten en dan op naar de Gamma voor de planken. Misschien trakteer ik mijzelf dan ook op een schroef- annex boormachine. Want na de kast moeten er nog planken komen op de slaapkamer en dan kan ik ook eindelijk het medicijnkastje in de badkamer ophangen. Hoewel de diepe kniebuigingen om mijn tandenborstel te pakken en weer terug te zetten, inmiddels deel uitmaken van mijn ochtendgymnastiek.
Een uur dus.
Ik heb immers voorbereidend werk gedaan en de nodige dozen verzameld. Het valt mij op dat er bij de supermarkt voornamelijk van die platte sinaasappeldozen zijn. Weliswaar stevig, maar gevuld met boeken zijn ze niet meer te verplaatsen. Zijn er geen kartonnen dozen meer waar de flessen Ajax allesreiniger in hebben gestaan? Of is er een morsig mannetje dat van een insider bij emballage een tip krijgt wanneer die dozen vrijgegeven worden om ze vervolgens voor mijn neus weg te kapen? De oudpapiermaffia. Hoe dan ook, het is goed dat ik nooit iets weggooi. De meeste stevige dozen van beperkte omvang, waar ooit internetbestellingen in hebben gezeten, heb ik bewaard. Gebruiken is eigenlijk zonde, echter nood breekt wet.
Iets meer dan een uur dus.
Heel dapper heb ik mij voorgenomen om gelijk kritisch te kijken naar de boeken die toch door mijn handen gaan. Aan welke verhalen heb ik bij het lezen echt plezier beleefd en welke boeken zou ik best nog wel eens een tweede keer willen lezen, weggestopt in het bejaardenhuis. Dan houd ik vanzelf een categorie over die niet meer de moeite waard is. In theorie. Halverwege de eerste plank kom ik er achter dat het iets ingewikkelder ligt.
Twee uur dus.
De categorie ‘niet meer de moeite waard’ kan ik verfijnen in:
1. Absolute pulp, geschikt voor de oudpapiermaffia
2. Geen lol aan beleefd, geschikt voor de kringloop en
3. Niet meer weten waar het over gaat, geschikt om nog eens kritisch te bekijken. Wellicht na het lezen van de flap ook nog even op googelen. Zou zonde zijn om door onwetendheid een cultboek weg te doen welke ik later, bij het horen van die status, voor een tweede keer moet aanschaffen.
Dus, na vier uur zitten alle dozen vol met bewaarboeken die straks weer tevoorschijn komen in de nog te maken boekenkast. Die praktisch hoger wordt dan de huidige kast, zie ik zo voor me. Twee extra planken zodat ook de in de toekomst aan te schaffen boeken het zichtbare plekje krijgen dat ze verdienen.
De stapel ‘niet weten waar het over gaat’ bestaat uit een toren tot heuphoogte gestut tegen de muur. Die ga ik fijn eens op een regenachtige zondagmiddag doorselecteren, wanneer het voetbal is afgelast en ik niet even in de kantine de nabeschouwing aan het doen ben van de wedstrijd die niet gespeeld is.
De stapel die geschikt is voor de kringloop blijkt een schamele stapel te zijn. Meer een hoopje, bestaande uit vijf boeken. Daar kan ik moeilijk als een soort van filantroop mee aan komen zetten bij de inneembalie. Nee, die vijf gaan terug de boekenkast in. Richt ik een van die extra planken daar voor in. Zodra die plank vol is, sta ik ze af. Dan spreken we al gauw over zo’n dertig boeken. Daar kan ik met opgeheven hoofd mee verschijnen.
De stapel geschikt voor de oudpapiermaffia blijkt niet te bestaan. Het lukt mij gewoon niet. Er is iemand die de moeite heeft genomen om een verhaal te schrijven, die een uitgever heeft gevonden. Zijn pennenvrucht heb ik ooit gekocht. En omdat ‘het waarom’ mij is ontgaan zou ik dat exemplaar achteloos in de papierbak laten verdwijnen. Echt niet.
Boeken weggooien: ik zal het nooit kunnen.
Opnieuw beginnen is moeilijker dan stoppen
Het omzetten van negatieve energie
(geplaatst op 02.03.2019)
´Snap je dat nou? Gaan ze weer korten op de pensioenen. Straks kunnen we de huur niet meer betalen.‘ Gert kijkt over zijn krant naar zijn vrouw.
‘Maar je gaat toch pas over vijf jaar met pensioen?’
‘Ik leef met die oudjes mee, Wil.’
‘Dat is lief van je, maar die oudjes hebben niets aan jouw verhoogde bloeddruk. Al die negatieve energie.’
‘Energie? Als ik me druk maak, krijg ik het warm. Dan kan de verwarming een graad lager. Dat is mijn bijdrage aan het milieu. Daar is niets negatiefs aan.’
‘We hebben het toch goed samen? We hebben werk, we kunnen de huur betalen, er is brood in de trommel en we houden nog over om zo nu en dan iets lekkers te kopen. We hebben niets te klagen.’
‘Ik heb gestemd dus ik mag klagen.’
‘Natuurlijk, dat is je goed recht. Maar het is geen verplichting. In Nederland, in Den Haag en hier in huize Harmsen vindt echt niemand het erg als je een dag de krant leest zonder je afkeur te laten blijken. Of misschien zelfs een dag niet de krant lezen.’
‘Dan ga ik geestelijk achteruit. Dat is erg gevaarlijk op mijn leeftijd. Voordat je het weet, zit ik te kwijlen met een bakje onder mijn mond en komt er geen zinnig woord meer uit.’
‘Nee, zover mag het niet komen. Anders lees je eerst het boze nieuws en vervolgens de sport. Zo sluit je positief de krant.’
‘Wil, je weet dat ze onderaan staan. Dat komt door het bestuur dat maar niet wil investeren. Tien jaar geleden nog Europa in, en moet je nu eens kijken.’
‘Schat, niet weer. Kijk naar mij. Ik maak me niet druk, ik ben tevreden, ik leef nu.’
‘Jij bent afwezig. Ik mopper omdat ik betrokken ben.’
‘Liever afwezig in het nu dan elke dag opwinden over dingen die ik niet kan veranderen. Blaas gerust nog wat stoom af, zonder mij. Ik ga boodschappen doen voor de buurvrouw. Dat arme mens kan al weken haar huis niet uit sinds ze is gevallen.’
In het nu leven, hoe doet ze dat, denkt Gert. Zou wel goed zijn voor mijn bloeddruk, om wat minder betrokken te zijn. Mijn dagen bestaan uit mopperen. Als ik daarmee stop, moet ik mijn leven opnieuw inrichten. Hoe doe je zoiets?
Circus Kraft
Gespeelde emotie
(geplaatst op 16.02.2019)
Ik haat clowns, denkt Patrick als hij in de kantine zit. Het quasi lollige gedrag dat het niveau taart-gooien-in-het-gezicht maar niet kan overstijgen. Gemaakt leuk is niet leuk.
Ik vertrouw ze ook niet. Dan heb ik het niet specifiek over een horrorclown met een kettingzaag. Dat is duidelijk. Die randdebiel vertoont tenminste overeenstemmend gedrag. Nee, dan de doorsnee clown. Die van het circus of voor al uw feesten en partijen. De zogenaamde allemansvriend. De ware gelaatstrekken van Pipo zijn niet waar te nemen. Het gezicht zit zo dik onder de plamuur dat alleen de emotie die er op getekend is, zichtbaar is: de eeuwige lach. Dat wil niet zeggen dat we met een vrolijke flierefluiter te maken hebben, alleen omdat zijn tuingerief buiten het zicht ligt.
Er is bijna geen verschil tussen het gezicht van een paljas en dat van mijn afdelingsdirecteur, gaat Patrick in gedachten verder. Met een glimlach van oor tot oor de winstprognose voor komend jaar verkondigen op de aandeelhoudersvergadering en met een droevig gezicht de bezuinigingen aan het personeel meedelen. Aan zijn gezicht valt niet af te lezen hoe hij zich werkelijk voelt. Dat is nog eens een act. Bestaat er überhaupt een wezenlijk verschil tussen de zelf gekozen imbeciel met rode neus en dito flapschoenen en de tot opperhoofd benoemde leider met strop en krijtstreep?
Zo dadelijk wordt de boventalligheid van een kwart van het personeel toegelicht in de kantine. Patrick zit te wachten op de komst van de voltallige directie van Kraft machinefabriek en denkt: laat de clowns maar komen.
Yin en yang
Weten wat de ander lekker vindt
(geplaatst op 02.02.2019)
Rick heeft zijn best gedaan. Eigenlijk houdt hij niet zo van koken. Althans, het mag niet te lang duren en zeker niet te ingewikkeld zijn. Aangezien Rick niets aan het toeval overlaat heeft hij ‘Jamie in 30 minuten’ op de plank staan en dat komt goed van pas.
Speciaal voor Esmee bereidt hij een maaltijd van groene curry, krokante kip en rijstnoedels.
Esmee kent hij nog maar net. Ontmoet in de supermarkt.
Daar staat hij dan in de eetkeuken, in zijn vlotte zwarte overhemd complimentjes te maken over de eveneens zwarte outfit van Esmee. Hij schuift haar stoel aan, raakt daarbij eventjes haar blonde haren aan, schenkt rode wijn in en brengt een toost uit op een gezellige avond. De glazen klinken en fonkelen in het kaarslicht. Een flinke slok verwarmt zijn lichaam van binnenuit. De tannine geeft een ietwat wrange nasmaak.
Hij zet de schaal op tafel en haalt de deksel er af. De dampende curry verspreidt een intense geur van gember, pepers en koriander. Met de knoflook is hij terughoudend geweest. Je weet maar nooit. De rijstnoedels zijn besprenkeld met limoen en ook van die geur, weliswaar flauw, is nog iets waar te nemen. De krokante kip geeft geluid bij het opdienen. Dat is goed gelukt, denkt Rick en hij verlangt naar het kraken van de kip tussen zijn tanden.
Esmee zucht en fluistert in een adem, ‘Je hebt mijn lievelingseten gekookt. Hoe kan je dat nou weten?’
Rick begint over ‘yin en yang’ en ‘aanvoelen’. Dat hij een week geleden de inhoud van Esmee’s boodschappenmand goed in zich heeft opgenomen, verzwijgt hij.
Actieve houtskool
Andermans showergel
(geplaatst op 19.01.2019)
Stel je de kleedkamer van je sportschool voor.
Het is voor de verandering eens rustig. Om precies te zijn, er is niemand aanwezig. Jouw training zit er op en je gaat douchen. Je stapt de doucheruimte binnen met je huismerk douchegel en daar staat een fles van een luxere variant: active clean showergel.
Je weegt de fles even door het op te tillen en schat dat het nog zeker halfvol is.
Wat doe je dan?
Een
Na het douchen geef je de fles af aan de balie van de sportschool. Misschien vraagt de rechtmatige eigenaar de volgende keer om zijn fles.
Twee
Na het douchen, zet je de fles op een zichtbare plek in de kleedkamer. Je denkt dat de kans groot is dat de eigenaar het zo dadelijk komt ophalen en rechtstreeks naar de kleedkamer loopt. En bij afgifte aan de balie belandt de fles toch in de badkamer van de dienstdoende medewerker. Niet onterecht dat hij zijn loon een beetje probeert op te krikken.
Drie
Tijdens het douchen gebruik je de active clean showergel om je eens intensief te reinigen en te verfrissen. Wel ben je zo verstandig om even een beetje gel vanuit de fles op de grond te spuiten, om de substantie te controleren. Groot geworden met vele douchebeurten na het voetbal, weet je dat er nog als eens in de fles geplast wordt, voordat de showergel met je gedeeld wordt.
Maar de milde gel transformeert geruststellend in wit schuim en ruikt ook nog eens menthol fris.
Na het douchen, laat je de fles achter in de doucheruimte of je volgt met een uitgestreken smoelwerk scenario 1 of 2.
Vier
Zoals scenario 3, maar nu besluit je de fles mee naar huis te nemen. Er staat namelijk op: voor dagelijks gebruik. En dit is een goedkope buitenkans om dagelijks te douchen met actieve houtskool verrijkte showergel, dat werkt als een vuilmagneet. Morgen je haren er mee wassen.
Zeg mij wat jij zou doen en ik vertel je wie jij bent.
Payback time
Kiezen tussen Marmite en roze koeken
(geplaatst op 05.01.2019)
´Papa, heb je ruzie met mama?’
‘Nee, hoor. Er is niets aan de hand.’
‘Maar mama schreeuwde tegen je.’
‘Ja, ze praatte wel heel hard, hè. Ik denk dat ze heel erg moe is. En als je heel erg moe bent dan kan je minder hebben. Dan wordt je sneller kribbig. Dat heb jij ook wel eens als je ’s ochtends naar school moet en niet goed hebt geslapen.’
‘O ja, kribbig,’ zegt Karel. Ik zie hem wijs kijken voor zijn leeftijd.
‘Ik vind het wel fijn om nu met mijn kleine man in de supermarkt rond te lopen. Kijk eens wat een lange lijst met boodschappen mama ons heeft meegegeven.’ Ik laat een op de achterkant vol geschreven kassabon zien.
‘Zo hé. Moeten we dat allemaal kopen?’
‘Nou, ik zie hier Marmite staan.’
‘Bleeh! Marmite. Dat stinkt zo.’ Karel wappert met zijn hand voor zijn neus.
‘Juist, dat kopen we dus niet. We kopen alleen de dingen die wij lekker vinden, want wij doen de boodschappen.’
‘Mag ik dan van die roze koeken?’
‘Even kijken, hoor. Er staan wel koekjes tussen de broccoli en de sojamelk. Van die bruine tarwe koekjes.’
‘Die zijn zo droog.’ Hij doet alsof hij iets met moeite probeert door te slikken.
‘Jij mag roze koeken, maar dan wil er ook een.’ Vandaag ben ik makkelijk over te halen.
Miskoop
Weggooien of dragen?
(geplaatst op 29.12.2018)
Kent u dat? U koopt een vest op internet. Bij levering blijkt het niet in overeenstemming te zijn met uw verbeelding bij aankoop. Retourneren? Geen zin in het gedoe. Dan kunnen zich twee scenario’s ontvouwen.
Allereerst, het kledingstuk verdwijnt in de kast en uiteindelijk bij het uitmesten daarvan een jaar later, in de kledingbak. Zonde van het geld.
Daarom gaat u liever voor de tweede optie. U gaat het vest dragen. Ook een beetje om u zelf te straffen voor de miskoop. Het kan onder uw jas, niemand die het ziet.
U gaat het vest vaak dragen. Dan moet u het ook vaak wassen, slijt het sneller en kunt u er met een gerust hart afscheid van nemen door het in de bak te deponeren.
Maar aangezien de jas op visite, of bij cafébezoek uitgaat, ziet men u veelvuldig in hetzelfde kledingstuk. Zo dikwijls dat men denkt dat het uw favoriete vest is. Als u beschreven wordt dan wordt u in dat vest uitgetekend. Een beetje in de trant van: ach, dat vindt die man nu eenmaal mooi en het moet wel lekker zitten anders zou hij het niet aan trekken.
En als u dan eens gespot wordt in een ander vest, een hippe variant die wel goed bij uw ogen past, dan denkt men dat u vanwege relatieproblemen weer op de markt bent.
Dus de volgende keer, want die komt er zeker, wel zelf een pakketje fröbelen om de aankoop te retourneren. Scheelt een hoop gedoe.
Dat hoort nou eenmaal zo
Tweede-kerstdag-overpeinzing
(geplaatst op 21.12.2018)
Je hoort kerst met je familie door te brengen.
Kleine moeite, groot plezier. Maar voor wie dan eigenlijk?
Begrijp me niet verkeerd, het kan hartstikke leuk zijn om met je naasten een middag en avond door te brengen, maar de stress zit ‘m toch vooral in de verplichting om dat met kerst te doen. Dan hoort het immers een gezellig samenzijn te wezen.
We zijn gezegend met twee kerstdagen. Zodat we die netjes kunnen verdelen tussen echte ouders en schoonouders. Of zou dat niet de achterliggende reden zijn? Twee feestdagen achter elkaar, past toch niet bij het calvinistische Nederland. Twee dagen met zondagsrust, wel.
Verleden tijd. Tegenwoordig kun je fijn tweede kerstdag naar de meubelboulevard, voordat je het op een zuipen zet bij je schoonfamilie.
Negeer de opdringerige media, die benadrukt dat je kerst met familie moet doorbrengen. Negeer je opdringerige moeder, die al begin november een van de twee dagen wil claimen. Negeer je opdringerige schoonmoeder, die dezelfde dag wil claimen als je opdringerige moeder.
Ik pleit er niet voor om familie uit de weg te gaan, maar doe eens gek. Spreek af, dat je op één dag kerst wil vieren. Niet op eerste kerstdag, maar een week eerder. Later kan natuurlijk ook. Dan wordt 25 december weer echt iets om naar te verlangen: all I want for Christmas is you!
Misschien iets voor volgend jaar. Nu moet ik eerst naar Ikea en vervolgens aan de drank.
Wegkijken en luisteren
Meeluisteren in lijn 11
(geplaatst op 08.12.2018)
Ik zag haar elke ochtend instappen. Ze viel me op met haar rode haren. Ik denk niet dat veel andere passagiers haar zagen. Te druk met wegkijken en scrollen op hun mobiel.
Het duurde slechts een paar dagen en ik wist haar vaste plek in de bus. Die van mij werd een stoel daarachter. Ik hou van rode haren.
Ze ging altijd naast een vriendin zitten. Zo ben ik veel over haar te weten gekomen. Dat het pas half zeven was maakte voor de dames niets uit. Ze stonden gelijk al aan.
Ook ik had het druk met wegkijken, terwijl ik mijn oren spitste. Zij, met de rode haren, hield van hardlopen. Dat was een terugkerend onderwerp. Of misschien hield ze er niet van, maar vond ze het noodzakelijk. Ze voegde er meestal aan toe dat het haar ging om calorieën verbranden. Ze was niet zichtbaar dik, in haar lange lammy coat. Wel jammer van die kattenharen op haar rug.
Een keer hoorde ik haar vriendin zeggen dat ze nooit had gedacht samen in een chocoladefabriek te werken. Haar vriendin was wel zichtbaar dik. Ze kenden elkaar van de lagere school. Vaak werden herinneringen opgehaald, of nieuwtjes verteld over wat er van klasgenoten terecht was gekomen. Was niet de beste lichting. Dan hadden zij het nog niet slecht voor elkaar, was steevast de conclusie.
In de krant las ik over de reorganisatie bij Choco BV. Na mijn kerstvakantie bleven ze weg. De rit met lijn 11 bestond weer uit wegkijken en scrollen.
Handschoenen zijn voor mietjes
Fijn, voetballen in de winter
(geplaatst op 24.11.2018)
Tien minuten voor de wedstrijd, betreed je het bonkige veld om de rijp er vanaf te lopen en de spieren op te warmen. Kleine kans, dat het laatste gaat lukken.
Als het fluitsignaal voor de eerste helft klinkt sta je daar met wit uitgeslagen vingers en in korte broek. De verwassen geel witte clubkleding houdt de warmte van het waterige zonnetje nou niet bepaald vast.
De te hard opgepompte bal laat een zeshoekig vakje achter op je bovenbeen dat langzaamaan rood wordt. Tranen schieten in je ogen. Je wilt eigenlijk wisselen en direct douchen. Maar als je er nu uit gaat, vragen ze je of je er bij wilt blijven. Dat betekent stand-by zitten in de tochtige dug-out en je trainingsbroek ligt in de kleedkamer.
Thee in de rust. Met je dikke gevoelloze vingers grijp je het plastic bekertje net iets te stevig vast. Je ziet de dampende vloeistof over je hand lopen. Je voelt niets.
Tweede helft. Nu speel je langs de lijn waar alle bladeren van de bomen langs het veld zich hebben verzameld. Je ademt wolkjes uit en je hoofd geeft rook af. Je loopt en glijdt omdat je niet anders kan.
Na afloop in de kleedkamer, voordat je onder de warme douche staat, heb je je eerste koude biertje te pakken. Je handen warmen zich aan het glas. Je proost op de overwinning en stelt voor om tijdens de winterstop gewoon door te voetballen.
Aanspraak (2/2)
Wat is het verhaal van die man op het bankje in het park?
(geplaatst op 17.11.2018)
Op mijn boodschappenlijstje staat tussen taugé en sinaasappels: bier.
Straks, als ik door het park naar huis ga, spreek ik de man met het litteken aan. En om het ijs te breken heb ik bier nodig. Voor de stelling met drank ga ik door de knieën om van de onderste plank twee blikken Atlas te pakken. Mooie afbeelding van de man zelf, die het hemelgewelf boven zijn hoofd uitstoot. Sterk bier, sterk verhaal.
Ik stap af en loop met mijn fiets aan de hand verder. Hij zit er. Natuurlijk zit hij er. Zoals altijd ziet hij er verzorgd uit. Zoals altijd kijkt hij recht vooruit, ziet hij de mensen passeren en drinkt.
‘Hè, hè. Even zitten, hoor,‘ zeg ik als ik mijn fiets op de standaard zet. Ik zie de man schuin omhoog kijken. ‘Is het goed als ik even naast u kom zitten?’ De man maakt een instemmend geluid. Ik pak de blikken uit het krat van mijn fiets, ga zitten en maak er een open.
‘Proost,’ zeg ik terwijl ik het blik in zijn gezichtsveld houd.
‘Proost,’ hoor ik de man mompelen. Hij beweegt even met zijn hand waarmee hij zijn blik vasthoudt.
Ik neem een flinke slok en voel de zoete vloeistof zakken. Tien uur ’s ochtends en ik zit in het park aan het bier. Als er nu een bekende langskomt…
‘Wilt u er ook een?’ Hij draait zijn hoofd mijn kant op. Nu heb ik zijn onverdeelde aandacht.
‘Daar zeg ik geen nee tegen. Deze is leeg.’ Hij schudt even met het blik, stopt het in een plastic tas onder de bank en pakt een Atlas. ‘Kolere, twaalf procent.’
‘Ja, ik houd van sterk bier. Minder van nodig en minder vaak naar de wc.’ Probeer ik als een ervaren drinker over te komen.
‘Nogmaals proost.’ Hij zet het blik aan zijn mond en drinkt gulzig. ‘Zo! Vertel me nu je verhaal.’
Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Mijn verhaal? Hoe bedoel je?’ Nu we drinkmaatjes zijn kan het vousvoyeren wel achterwege blijven.
‘Je komt niet voor niets naast me zitten. Waarom zit jij al zo vroeg op de dag aan de alcohol?’
Ik sputter een beetje tegen om te zeggen dat ik normaal niet zo’n drinker ben. Wil hem eigenlijk vertellen dat ik in hem geïnteresseerd ben. Maar de woorden die er uit komen gaan over mijn scheiding, de strijd om de kinderen, de alimentatie. Hij luistert, stelt confronterende vragen. Als ik eindelijk op het punt sta hem vragen te stellen, hoor ik het piepen van een fietsrem.
‘Hé Patrick,’ zegt de man naast me tegen de fietser. ‘Is het al weer elf uur?’ Hij draait zich naar mij toe en zegt: ‘Patrick komt praten over zijn geldzorgen. Zien wij elkaar volgende week weer? Zelfde tijd, zelfde tarief.’ Hij houdt zijn Atlas omhoog en ik knik.
Als ik wegfiets voel ik me draaierig en zie nog hoe Patrick met twee blikken bier onder zijn arm, plaats neemt op de houten bank.
Aanspraak (1/2)
Wie is toch die man op het bankje in het park?
(geplaatst op 07.11.2018)
In de zomer ga ik op de fiets boodschappen doen. Als het droog is en de temperatuur boven de zestien graden ligt. De route naar de supermarkt gaat dan door het park. Altijd dezelfde dag, altijd hetzelfde tijdstip. Niet menselijks is mij vreemd. Op de terugweg kom ik nog een gewoontedier tegen. Altijd op het zelfde bankje, altijd met een half liter blik bier naast hem. Het is tien uur ´s ochtends.
Van een afstand kan ik hem al zien zitten. Ik ga langzamer fietsen, bestudeer de man. Geruit overhemd, pantalon, zwart leren lovers met van die kwastjes. Grijze haren nat en in een scheiding gekamd. Gerimpeld gezicht, fris geschoren met in zijn hals een rode lichte huidirritatie. Ik rijd inmiddels stapvoets. En net zoals de weken hiervoor kan ik het niet helpen, mijn blik blijft rusten op zijn arm.
Het litteken ligt net zoals de paarsige aderen op zijn bevlekte huid. Als een tatoeage waarvan de lijnen zijn vervaagd. Hij draagt het verleden zichtbaar met zich mee. Korte mouwen, geen ontkomen aan. Hij zit kaarsrecht op zijn bank in het park, de handen gevouwen in zijn schoot. Hij straalt autoriteit uit, neemt ruimte in, is ongenaakbaar. De rode striemen op zijn linker onderarm duiden op een slecht gehechte wond. Wie durft hem te vragen wat er is gebeurd?
Hij kijkt naar de mensen die voorbij lopen, de kinderen die spelen. Of kijken zij nu juist naar hem en staart hij in een leegte? In gedachten verzonken, steeds weer terugkomend op die ene dag.
Hoe hij een meisje redde van haar pooier die verhaal kwam halen, zwaaiend met een mes. Of hoe hij de bardame hielp bij het verwijderen van een dronken klant, het kapotgeslagen glas in zijn onderarm gekerfd. Een wapenfeit om uit te dragen.
Hoort het bij een inwijdingsritueel? Het zetten van een kruis, teken van een volwaardig lid. Of is het een strafuiting? Aangebracht door een dealer die hij probeerde op te lichten. Een verjaard verleden dat nu pas verteld mag worden.
En al die tijd dat hij daar eenzaam op het bankje zit, hoopt hij dat iemand hem vraagt wat er gebeurd is, dan kan hij het vertellen.
Voor mijn huis ontwaak ik uit mijn gedachten. Ik heb een besluit genomen. Volgende week koop ik twee halve liters, loop met mijn fiets in de hand langs zijn bankje, laat de blikken bier zien en vraag of ik naast hem mag zitten. Dat ga ik doen! Als het niet regent…
De stad veroveren
Hardlopen door het centrum van Amsterdam
(geplaatst op 25.10.2018)
Zondag. Ik ben vroeg op gestaan om door de stad hard te lopen. Een stad die nog moet ontwaken. Ik ben heerser op de vierkante meter, geen strobreed wordt me in de weg gelegd, de toeristen nog op een oor. Hoor, die voetstappen eens echoën onder het Rijksmuseum. Binnen staat het verleden stil. Buiten klinkt de vooruitgang als een repeterende beat. De passage kan me niet lang genoeg zijn.
Ik pak de heuvels over de grachten, voor menig bakfiets traag te nemen obstakels. Ik probeer het tempo constant te houden, hel een beetje met mijn bovenlichaam naar voren, om tien seconden later in de afdaling naar achteren te leunen. Mijn knieën protesteren. Is oud worden in de stad eigenlijk een optie?
Vogels. Wanneer hoor je vogels in de stad? Ja, het gekoer van duiven, die uit zijn op de kruimels van je broodje als je denkt rustig op een bankje langs de gracht iets te eten. Wat ik nu hoor is gefluit. Niet weggedrukt door het schelle geluid van een tram door de bocht, een achteruitrijdende vrachtwagen, een toeterende auto. Zijn dat merels?
Midden op de smalle weg, geen verkeer te bekennen. Hoeveel kilometer is al van mij? Ik kijk op mijn horloge, struikel over de tramrails. Het zweet breekt me nu pas echt uit. Maar ik ben niet ten val gebracht. Ik kan door en neem de volgende straat in.
Stukje Kalverstraat. Omdat het kan. Niemand die tegen me op botst, niemand die mijn pas vertraagt, niemand aanwezig. Dat geldt ook voor de zon. De stralen hebben deze kille straat nog niet bereikt. Ik sla af richting Westertoren en loop door een goudgele gloed van diffuus zonlicht. Ik voel de warmte op mijn lichaam.
Een rondje Vondelpark ter afsluiting. Ik zie meer soevereine hardlopers met een rood bezweet hoofd. De wijken zijn verdeeld. Tijd om tactisch terug te trekken. Naar huis, de overwinningsroes koesteren.